Opinie

Met een vrouw in bed voor inspiratie

Column De fysicus Erwin Schrödinger was een lichtend genie én een hardvochtige egoïst, stelt Margriet van der Heijden vast.

Margriet van der Heijden

‘Ik zie heus wel dat je moet nadenken over privileges en (on)gelijkheid. Maar: het wordt allemaal zo humorloos/verongelijkt/fanatiek gebracht.” Meerdere mannen klonken afgelopen weken bijna hetzelfde in reactie op de ervaring om nu eens niet automatisch gewaardeerd/bewonderd/met voorrang behandeld te worden. Het was in elk geval vriendelijker dan het fulmineren van de meneer op televisie. Die was woedend op de ‘humorloze cancelcultuur’ die hem drie weken van de buis had laten verdwijnen – louter wegens een ‘smeuïg opgediste jeugdzonde’.

Ik moest denken aan Ierland, waar drie maanden geleden een andere man werd ‘gecanceld’. Verschil is dat deze fysicus, Erwin Schrödinger, al 61 jaar dood is. Hij kwam dus in problemen door gebeurtenissen waarover hij zelf niet meer kon meepraten. Die gebeurtenissen waren trouwens allang bekend, alleen werd er decennialang niet zo zwaar aan getild. „Schrödinger – minnaar, filosoof en fysicus – is een dankbaar onderwerp voor een biografie”, vond in 1989 een recensent die Schrödinger daarna een „oprecht romantische male chauvinist” noemde. Toch heet de eerder naar Schrödinger vernoemde grote collegezaal van het Trinity College in het Ierse Dublin nu gewoon weer Physics Lecture Theatre.

Fysici kennen Schrödinger van diens beroemde vergelijking die deeltjes (of iets ingewikkelder quantumsystemen) beschrijft als golven, en de toestandsverandering van een deeltje (of quantumsysteem) als de evolutie van zo’n golf. De schitterende vergelijking viel hem in tijdens een kerstvakantie in Arosa, Zwitserland. Volgens biograaf Walter Moore bivakkeerde Schrödinger daar „met een parel in elk oor om afleidende geluiden te weren, en met een vrouw in bed voor inspiratie”. Daarmee zette hij Schrödinger neer als een James Bond van de natuurkunde.

Getrouwd en niet getrouwd

De meeste andere mensen kennen Schrödinger vooral van zijn kat. Dat arme beest, bedacht tijdens een briefwisseling met Einstein, zou dood en levend tegelijk in een kartonnen doos vertoeven. Met die metafoor wilde Schrödinger aantonen hoe absurd zaken konden uitpakken wanneer ‘zijn golven’ tot aan een meetmoment als kansverdelingen worden opgevat. Al bleek de metafoor zo flexibel dat fysici er minstens zeven andere interpretaties van de quantummechanica aan kunnen toetsen.

Op een flauwe manier staat de kat zelfs voor Schrödingers privéleven, want de Oostenrijkse fysicus was tegelijk getrouwd en niet getrouwd. Hij voerde een driepersoonshuishouden met Annemarie Bertel, zijn negen jaar jongere vrouw, en met Hilde March, zijn minnares die eigenlijk met een Oostenrijkse collega getrouwd was. Juist dát had ervoor gezorgd dat Schrödinger, die na 1933 graag ver van Hitlers Berlijn verbleef, in 1939 als hoogleraar in Dublin verzeild was geraakt. Anders dan eerder in Princeton en Oxford, bestonden in Dublin weinig bezwaren tegen zijn polyamorie. Ook Schrödingers verdere escapades werden er door de vingers gezien.

Eendagsvliegen, noemde hij volgens biografen de ten minste vier jonge meisjes die hij bij die escapades, in Duitsland én Ierland, tot seks verleidde. En die, zo schreef hij, „mij het geluk van mijn leven gaven en zichzelf veel ellende. Maar ja, zo is het leven.” En zo was het inderdaad. Bijvoorbeeld voor Itha Jungher, die vanaf haar veertiende van Schrödinger bijles kreeg, op haar zeventiende dankzij hem een illegale abortus onderging en daarna voorgoed onvruchtbaar was – en voor Schrödinger niet langer interessant.

De vroegere tijdgeest

Dwingender dan bij de meneer op televisie roept het de vraag op hoe je daden uit het verleden moet beoordelen. In hoeverre weeg je de vroegere tijdgeest mee? En wie stellen die tijdgeest vast? Niet de meisjes en vrouwen die in Schrödingers handen vielen in elk geval. Niet hun moeders of buurvrouwen. Niet de paar vrouwelijke wetenschappers die tegen de tijdgeest in onderzoek deden en Schrödinger soms op congressen ontmoetten. Niet de tot muze geobjectiveerde vrouw van de Arosa-trip. En evenmin de potentiële vrouwelijke natuurkundestudenten die in latere decennia werden afgeschrikt door de gedachte dat voor fysici een vrouw hooguit muze kan zijn.

Alleen al om die gedachte niet impliciet en misschien onbedoeld te bevestigen, lijkt het goed dat Schrödingers naam niet langer aan de grote collegezaal en een bijbehorende lezingenreeks hangt. Trouwens, zijn vergelijking en zijn populaire kat zullen toch wel aan hem blijven herinneren. En die kat past eigenlijk ook bij de dubbelzinnigheid van Schrödinger als lichtend genie én, in elk geval voor meerdere meisjes en vrouwen, hardvochtige egoïst.

Wie intussen wil weten wat ‘gecanceld’ worden echt betekent, moet eens naar het leven van die ‘eendagsvliegen’ kijken. Terwijl wat gebeurd was, werd verzwegen, vergoelijkt of verheerlijkt, werden hun namen weggegumd, hun verhalen weggemoffeld en hun stemmen niet gehoord. Dat is pas gecanceld worden.

Margriet van der Heijden is natuurkundige en hoogleraar wetenschapscommunicatie aan de TU Eindhoven.