Recensie

Recensie Boeken

Twee pubers experimenteren met een geweer in een zeldzaam luguber verhaal (●●●●●)

Jeugdroman Met een lichte toon zoekt Marco Kunst in Patroon de rand op van wat het puberbrein aankan. Zijn hoofdpersoon Mylo verovert je lezershart.

Een doorgeladen M16
Een doorgeladen M16 Foto MobileOak

‘Was het een ongeluk, was het doodslag, of was het moord? Die Waarheid’, vertelt Mylo, die de dood van zijn beste vriend Mees heeft veroorzaakt, ‘zou verankerd liggen in de zenuwknoopjes van mijn brein’. Maar, vraagt de zestienjarige hoofdpersoon uit Patroon zich af, bestaat de Echte Waarheid wel? Door alles wat er is gebeurd – Mees’ crematie, de rechtszaak, ‘al het gepeur en gezeur’ van alle instanties die hem hun eigen versie van het verhaal voorhouden – zijn Mylo’s gedachten in een maalstroom terechtgekomen, waardoor ‘de waarheid ertussenuit is geknepen’.

Ja, de nieuwe jeugdroman van Marco Kunst (1966) is gedurfd. Twee pubers die experimenteren met een ongebruikt patroon uit een oud dienstgeweer van een van hun opa’s (een Vietnamveteraan) is op zich een voorstelbaar verhaalgegeven, maar de fatale afloop ervan maakt het zeldzaam luguber. Ook de opbouw van het verhaal, een kruising tussen een jeugdroman in de vorm van een therapeutisch verslag van een puber gevangen in schuld en een ideeënroman over vrije wil versus (nood)lot, getuigt van schrijverslef: het gevaar dat je verzandt in een betoog waarin de eigen, te volwassen stem van de schrijver doorklinkt, ligt immers op de loer.

Gelukkig overkomt dit Kunst, behalve een veelzijdig schrijver ook filosoof, slechts in de goedbedoelde epiloog waarin hij jongeren die net als Mylo zijn vastgelopen in ‘een gedachtefuik’ erop wijst dat er altijd meerdere keuzes zijn. Verder heeft hij die valkuil knap weten te vermijden. Het stream of consciousness-verhaal dat Mylo op aandringen van zijn therapeut Bastiaan vertelt (‘een Begripvolle BaardBobo die stevig over de datum is’), klinkt volstrekt authentiek. Moeiteloos neemt hij je mee in zijn piekerhoofd, waarbij hij treffend schakelt tussen allerlei emoties. Wanhoop en pijn ligt opgesloten in Mylo’s ‘fuckerdefuckerdefuck’ als hij vertelt dat hij liever niets opschrijft, omdat het toch niet helpt want: ‘Mees is dood en hij blijft dood’. Frustratie klinkt door in het ‘flikker toch op’, als hij zich richt tot alle (hulp)instanties die hem ‘als een spin in het web leegzuigen’ (goede metafoor). En weemoed spreekt uit de ontroerende herinneringen aan zijn jongensavonturen met Mees en het stille verdriet van zijn moeder toen zijn vader naar Amerika vertrok.

Dramatische apotheose

Dat klinkt loodzwaar, maar Kunst houdt de toon licht. Geestig bijvoorbeeld is Mylo’s ironische commentaar op Bastiaans onzinidee dat hij om vergeving kan vragen: ‘het lijkt wel iets uit de Bijbel of een Disneyfilm. Dat je daarna weer allemaal stralend verder kunt.’ Goed getroffen is ook de bevreemding die Mylo overvalt als hij zich realiseert dat het leven ‘gewoon een klont scheikunde’ is: ‘je hart bommest gewoon door, elektrische stroompjes zoemen door je zenuwen, maar dat alles samen weet dat het er is’. Dat Mees’ dood als ongeluk wordt bestempeld, helpt Mylo dan ook niets: hoe vrij is hij zolang zijn schuldbewustzijn hem achtervolgt?

Het verhaal krijgt een spannend vervolg wanneer Mylo met zijn liefdevolle, maar zwijgzame Amerikaanse opa naar Californië afreist, op zoek naar zijn ‘Totaal Onbekende Vader’. De heerlijk filmische tocht resulteert in gevoelvolle scènes waarin de twee voorzichtig ‘de muurtjes’ om elkaars hart afbreken. Met als dramatische apotheose het moment dat opa, terwijl ze oude kinderliedjes zingen, zijn geheim onthult over zijn traumatische oorlogsverleden in Vietnam en het ongebruikte patroon dat Mees fataal zou worden. Voor Mylo voelt zijn opa’s verhaal alsof hij in een horrorspiegel kijkt. Zit hij gevangen in een zo-vader-zo-(klein)zoon-patroon? Hoezo, ‘verantwoordelijk voor wat we doen? […] De toekomst ligt vast en als mens ben je blind. Stekeblind.’

Kunst zoekt hier letterlijk en figuurlijk de rand op van wat een puberbrein aankan. Maar hij doet dit overtuigend: zijn tintelende taal zit Mylo als gegoten waardoor de jongen, die uiteindelijk beseft dat pech en geluk twee kanten van dezelfde medaille zijn, je lezershart verovert.