Recensie

Recensie Film

Javier Bardem weergaloos in satire over macht

Filmbazen In ‘El buen patrón’ bladdert de warmbloedige fabrikant Blanco stukje bij beetje af tot een reptiel.

Staat Blanco (Javier Bardem) echt onder druk, dan komen de scherpe klauwen en tanden van de macht te voorschijn.
Staat Blanco (Javier Bardem) echt onder druk, dan komen de scherpe klauwen en tanden van de macht te voorschijn. Foto Fernando Marrero / The Mediapro Studio

De nare baas komt in films in talloze gedaantes. Gordon Gekko, de arrogante Mephisto van de hebzucht in Wall Street. De wezelachtige narcist David Brent van The Office. Jesse Eisenberg als geconstipeerde, selfmade schoft Mark Zuckerberg in The Social Network. Of mijn persoonlijke favoriet: Bill Lumbergh in Office Space, een boomer-baas wiens quasi-egalitaire, relaxte optreden bodemloos sadisme maskeert.

Bazen blijken heel vaak hufters te zijn. Logisch, want in de bioscoop zitten veel meer gefrustreerde employees dan tevreden bazen, en film is een empathisch medium. Maar echt interessant wordt het als je na afloop van zo’n film iets hebt geleerd over de macht, zoals in de zwarte komedie El buen patrón. Op zijn minst hebben de Spaanse regisseur Fernando León de Aranoa en acteur Javier Bardem hier een gedenkwaardig specimen toegevoegd aan de eregalerij van ontaarde bazen: directeur Blanco van Blanco Weegschalen. In Spanje beroert de film een snaar: hij kreeg liefst 20 nominaties voor Goya’s, de Spaanse Oscars, en oogste er zes, waaronder beste film, regie, acteur en script. Als Spaanse Oscarinzending liet El buen patrón Almodóvars Madres Paralelas achter zich.

Het is dan ook een weergaloos wrange one man show van Javier Bardem. Ooit begon hij zijn acteerloopbaan als oliedom onderbroekmodel in sekskomedie Jamón Jamón, in latere jaren wist hij goed raad met stille, poëtische helden. Maar speelt hij een schurk dan ga je echt overeind zitten. Bardem heeft niet één type, hij doet drukke neurotici als Raoul Silva in Skyfall net zo lief als de doodse Anton Chigurh in No Country for Old Men, een onpeilbaar dof monster dat hem een Oscar opleverde.

Warmbloedige patriarch

Blanco is weer iets heel anders: een warmbloedige patriarch die stukje bij beetje afbladdert tot een reptiel. Het is Bardems derde film met Fernando León de Aranoa, regisseur van sociaal-politiek getinte films. In 2002 speelde Bardem een rebels lid van een groep ontslagen havenarbeiders in zijn Oscarkandidaat Los lunes al sol. De toon was toen al melancholiek en geestig; León de Aranoa legt zich hoofdschuddend neer bij de absurditeit en het onrecht van deze wereld.

In Escobar (2018) is Bardem ontluisterend als morsige Colombiaanse cokebaron die knorrend als een varken aan zijn gerief komt bij zijn maîtresse Virginia Vallejo, vertolkt door echtgenote Penélope Cruz. Zij is als onbetrouwbare getuige hilarisch: in beeld doet Escobar doorgaans het tegendeel van wat de verliefde Vallejo vertelt. Zo brengt León de Aranoa de vulgaire Pablo Escobar, die in de populaire verbeelding is uitgegroeid tot een soort tragische antiheld, terug tot de sadistische moordenaar die hij werkelijk was.

Als personage is fabrikant Blanco in El buen patrón veel ambivalenter, en interessanter. Blanco ziet zichzelf niet als baas, maar als vader van zijn personeel, oreert hij in het begin, als zijn weegschalenfabriek het tot finalist van de regionale prijs voor excellente bedrijfsvoering heeft geschopt. Die prijs wil Blanco winnen. Straks komt de jury langs, maar de problemen stapelen zich op. Een vechtersbaasje moet in het gareel. José van boekhouding is razend over zijn ontslag en gaat voor de fabriekspoort in permanent protest. Chef en jeugdvriend Miralles maakt er een potje van omdat zijn vrouw overspel pleegt.

De weegschaal is de centrale metafoor. De situatie rond de fabriek raakt uit evenwicht, disbalans versterkt disbalans en Blanco’s halfhartige pogingen zijn gewicht in de schaal te werpen maken het alleen maar erger. Blanco ziet het als zijn taak alle belangen in evenwicht te houden: van bedrijf, werknemers, familie, hemzelf. Maar staat hij echt onder druk, dan komen de scherpe klauwen en tanden van de macht te voorschijn en blijkt de pater familias een controlfreak en een opportunist. El buen patrón is een knap gedoseerd moreel demasqué.

Godfather

Javier Bardems charisma staat er borg voor dat je als kijker lang met Blanco meegaat. Het is als met Michael Corleone in The Godfather, die via een noodlottige keten schijnbaar noodzakelijke besluiten verandert van een zorgzame jongeman in een kille samenzweerder. Je weet dat zijn familie en zijn eigen leven op het spel staan, dus volg je hem stap voor stap het morele moeras in. Tragisch toch wat de macht – of verantwoordelijkheid – allemaal van die arme Michael eist. Tot hij koeltjes zijn eigen broer vermoordt, de deuren voor onze neus dichtslaan en wij zien wat hij – met onze instemming – is geworden. Of was hij altijd dat kille roofdier?

Dat is ook het procédé van El buen patrón, maar dan in een zwartkomische variant: er staat slechts een regionale prijs voor bedrijfsmatige excellentie op het spel. Toch vraag je je ook hier tegen het eind af waarom je zolang met deze ploert meeging, zijn geredder aanzag voor betrokkenheid en plichtsbesef. Misschien omdat Blanco een narcist is, de eerste dus die in zijn eigen leugens gelooft. En Bardem ervoor zorgt dat wij dat met hem doen. Al is Blanco’s privilege al snel zichtbaar: zie de vanzelfsprekendheid waarmee hij zijn oude klusjesman op zondag ontbiedt om zijn zwembad te repareren of de steels keurende blik op de bips van een employee. Maar goed, die ontslagen José of die huilebalk Miralles zou ieder mens toch tot waanzin drijven?

Gaandeweg sluipt de twijfel erin. Neemt Blanco jeugdvriend Miralles mee naar een nachtclub om hem op te beuren of om hem extra in te wrijven dat hij het bèta-mannetje is? Wil hij mensen helpen of controleren? En die stagiaire Liliane, dochter van een goede vriend, met wie hij in bed duikt? Dat is vast ook niet de eerste. Toch heeft Blanco zelf in de finale nog niet al zijn krediet verspeeld. Hij bokst het wel mooi voor elkaar, misschien is hij juist wel heel geschikt als baas. Mooi weer spelen als het kan, meedogenloos als het moet. Dat maakt deze film toch iets meer dan een komedie, zoals The Godfather meer is dan een misdaadfilm. Beide zijn op hun manier ook een portret van de macht.