Opinie

Denken we wel genoeg?

Floor Rusman

Er zijn soms dagen dat mijn gedachten me ontglippen. Ze voelen dan als rondrennende kuikens die ik met mijn handen wil vangen en die, als dat lukt, meestal teleurstellen: deze had ik net ook al vast!

Op andere dagen is het kalmer. Mijn gedachten lijken dan vissen die zo nu en dan boven het water uit springen terwijl ikzelf op een campingstoel aan de kant zit, kijkend naar wat zich aandient.

Denken is leuk, dat staat voor mij vast. In ons denken zijn we vrij, en het is een van de weinige activiteiten die elke dag gratis voorhanden zijn. Het is ook belangrijk: zonder na te denken zouden we niet in staat zijn tot introspectie, plannen maken, standpunten bepalen.

Maar het lukt niet altijd even goed. De ene dag is het brein scherp en sneller dan de bliksem, de volgende is het een moeras waarin zelfs de meest vastberaden ontdekkingsreiziger verstrikt raakt. Van alles is daarop van invloed: weer, slaap, alcohol, humeur, omgeving.

De Britse columnist James Marriott beschreef onlangs in The Times dat hij zijn „beste denken” ergens tussen acht en twaalf ’s avonds doet, liggend op de grond: dat biedt de „rust en verhoogd bewustzijn die nodig zijn om ideeën uit de schaduw te lokken”. Zelf denk ik het beste tijdens een simpele taak, zoals wandelen of groenten snijden, of als ik kijk naar iets wat beweegt. Het kan het uitzicht uit de trein zijn, de wind op het water, of bijvoorbeeld het van kleur verschietende lichtkunstwerk in de faculteitskantine waar ik studeerde. Ik heb geprobeerd om onderzoek te vinden dat dit fenomeen verklaart, maar dat is mislukt. Misschien werkt het gewoon goed als 20 procent van je brein bezig is, zodat de rest vrijaf heeft om te spelen.

Denkend aan denken dacht ik laatst: denken we wel genoeg? In het zelfzorgcircuit, van yoga tot psychotherapie, klinkt het dat we te veel ‘in ons hoofd’ zitten. Maar wat bedoelt men daarmee? Ik geloof best dat we te weinig aandacht besteden aan ons lichaam, maar dat betekent niet automatisch dat we onze geest gebruiken. Vaker zijn we bezig aan lichaam én geest te ontsnappen: op onze telefoon, met Netflix en podcasts. Elk vrij moment stoppen we vol met externe prikkels.

Onlangs deed ik telefoonloos boodschappen, en wachtend bij de kassa greep ik drie keer onwillekeurig in mijn jaszak. Mijn hoofd voelde als een peuter die ongedurig spartelde in haar kinderstoel. Ik aarzel om dit op te schrijven, want telefoonverslaving is natuurlijk een enorm cliché. Maar het is ook gek en zonde om problemen niet te benoemen omdat het clichés geworden zijn. En een probleem is het, want de telefoon is in de kassarij een directe concurrent van het creatieve denken. Juist daar word ik soms besprongen door interessante gedachten, net als James Marriott, die de supermarkt noemt als een van de plekken waar hij ideeën krijgt.

Het moderne leven is erop ingericht om het denken onmogelijk te maken, schrijft Marriott in zijn column. We spenderen een groot deel van onze tijd zittend in rumoerige kantoorruimtes, waar een constante stroom aan mails en Slackberichten verhindert dat we ooit in zoiets als een ‘flow’ kunnen komen. Marriott ziet dit als een groot probleem: hij haalt de econoom Sam Bowman aan, die laatst in de radiodocumentaire The End of Invention stelde dat we ondanks het gestegen opleidingsniveau minder innovatief zijn geworden.

Onze geslonken denkruimte is daarnaast denk ik ook een democratisch gevaar. Wie minder de tijd neemt om te denken, is eerder geneigd zich een kant-en-klare mening aan te meten. Dat lijkt handig, maar zo’n mening biedt geen manoeuvreerruimte: je hebt haar niet zelf doordacht, en kunt er dus ook niet werkelijk over in gesprek.

En dan is er nog het psychische gevaar. Techredacteur Marc Hijink beschreef een paar jaar terug in een essay hoe apps zijn leven waren gaan domineren: „Zelfs op de sportschool of in bad luisterde ik podcasts voor mijn werk.” Uiteindelijk kreeg hij een harde piep in zijn oor, waarop zijn arts overprikkeling constateerde.

De hele dag door laten we onze gedachten overschreeuwen. Of dat nu door iets interessants is of iets oppervlakkigs: we betalen er een prijs voor. Creatief, economisch, politiek en persoonlijk. Dat is iets om over na te denken.

Floor Rusman (f.rusman@nrc.nl) is redacteur van NRC