Spaanse wet stelt toestemming voor seks centraal in verkrachtingszaken

Seksueel geweld Met de wet Solo sí es sí (‘Alleen ja betekent ja’) hoopt de Spaanse regering een einde te maken aan de praktijk waarin er pas sprake is van verkrachting wanneer het slachtoffer zich verzet.

Het Spaanse parlement.
Het Spaanse parlement. Foto Juan Carlos Hidalgo/EPA

Met de invoering van een nieuwe wet tegen seksueel geweld zet de linkse Spaanse regering een nieuwe stap in het doorvoeren van haar progressieve agenda. De wet, genaamd solo sí es sí (‘alleen ja betekent ja’), maakt toestemming voor seks een doorslaggevende factor in verkrachtingszaken. Wanneer een slachtoffer geen ja gezegd heeft, is er in Spanje voortaan automatisch sprake van seksueel geweld of seksuele intimidatie.

De wet komt voort uit verontwaardiging over de relatief milde straf waar de vijf daders van verkrachting van een 18-jarige vrouw zes jaar geleden aanvankelijk mee wegkwamen in de noordelijke stad Pamplona. De rechter achtte verkrachting in die situatie niet bewezen, omdat de vrouw zich niet verzet had tegen de seks met de vijf vrienden tijdens de San Fermínfeesten, bekend van het stierenrennen.

Critici van het vonnis wezen erop dat de vrouw zich niet verzet had omdat ze ‘bevroren’ raakte: ze wachtte tot het geweld ophield. Dat slachtoffers van seksueel geweld bevriezen in plaats van terugvechten is een bekend fenomeen. Onder de nieuwe wet zouden de daders een hogere straf gekregen hebben: omdat de vrouw geen toestemming gaf, zou het geweld nu als verkrachting gelden.

Op seks zonder toestemming komt tot vijftien jaar gevangenisstraf te staan. Die straf kregen de verdachten in de zaak uit Pamplona in 2019 alsnog, toen het Hooggerechtshof oordeelde dat er wel degelijk sprake was geweest van verkrachting.

‘Angst inruilen voor verlangen’

Minister Irene Montero (Gelijkheid, Unidas Podemos) zei tegen het parlement: „Vanaf vandaag is Spanje een vrijer, veiliger land voor alle vrouwen. We gaan geweld inruilen voor vrijheid, we gaan angst inruilen voor verlangen.” De wet moet nog door de Spaanse senaat, maar dat is meestal geen groot obstakel.

Alleen de conservatieve Partido Popular (PP) en het radicaal-rechtse Vox stemden tegen de wet. Volgens volksvertegenwoordiger Marta González van PP draait de wet de bewijslast om, met als gevaar dat de onschuldpresumptie in het gedrang komt: het strafrechtelijke grondbeginsel dat een verdachte onschuldig is totdat het tegendeel is bewezen. Voortaan, vreest González, zal de gedaagde moeten bewijzen dat hij het niet gedaan heeft, in plaats van dat justitie moet bewijzen dat hij het wél heeft gedaan. De regering ontkent dat hier sprake van is: ook onder de nieuwe wet is een verdachte in eerste instantie onschuldig.

Lees ook: Woede om ‘machogeweld’ in Spanje

Andere elementen van de wet zijn verplichte sekseducatie voor minderjarige daders, de oprichting van een netwerk van crisiscentra voor slachtoffers, strafbaarstelling van straatintimidatie en een verbod opreclame voor pornografie.

Dat seks strafbaar wordt als de ander geen toestemming gegeven heeft, is ook de inzet van een wetsvoorstel dat de toenmalige Nederlandse minister van Justitie en Veiligheid Ferd Grapperhaus (CDA) vorig jaar naar de Tweede Kamer stuurde. In Zweden is toestemming vragen voor seks sinds 2017 staande praktijk.

De nieuwe wet past in een reeks progressieve maatregelen van de Spaanse regering. Zo voert het land mogelijk als eerste westerse land een menstruatieverlof in, met een wetsvoorstel dat ook de toegang tot abortus versoepelt.