‘Gert Jan doet niks meer waar hij geen zin in heeft’

Spitsuur Na een hartinfarct ging Gert Jan van Donselaar het rustiger aan doen – al werkt hij nog vaak zes dagen in de week. Partner Marianne Bins is masseur en heeft altijd gelijk. „Behalve op zondag. Da’s onze grap.”

Foto David Galjaard

Marianne: „Zo druk als ik kan zijn, zo rustig is Gert Jan. Voor mij is het heel fijn dat ik een rustige partner heb, op het moment dat ik uit de band spring of paniekerig wordt. Voor hem is het oké om effetjes een schop onder z’n kont te krijgen. Daar is hij het ook wel mee eens, als het hem uitkomt.”

Gert Jan: „Marianne heeft altijd gelijk, hè.”

Marianne: „Da’s onze grap. Ik heb altijd gelijk, behalve op zondag.”

Gert Jan: „Ik repareer auto’s en bouw gassystemen in auto’s.”

Marianne: „Je bent niet zomaar... Je bent eigenaar van een bedrijf.”

Gert Jan: „Auto’s die normaal op benzine rijden, kun je op gas laten lopen, da’s goedkoper. Ik werk fulltime.”

Marianne: „Zes dagen in de week, vaak.”

Gert Jan: „Ja, maar wel minder dan vroeger. Toen was ik er een beetje te druk mee. Dat ging niet helemaal goed.”

Marianne: „Hij heeft een paar jaar geleden een hartinfarct gehad, omdat hij dus gewoon op de zaak sliep.”

Gert Jan: „Nou ja, dus dat...”

Marianne: „Je bent wel echt een hele grote geweest, met zeven man personeel, van 2006 tot en met 2008.”

Gert Jan: „In 2008 kwam de crisis en was het in één keer mis. Ik zat te stressen, daar heb ik een hartinfarct van gekregen.”

Marianne: „Ik heb mijn eigen massagepraktijk. Ik heb veertien jaar in de zorg gewerkt, met mensen met een verstandelijke beperking en ernstige gedragsstoornissen. Door de gastouder van mijn kind ben ik de massagewereld in getrokken, een cursusje werd een sportmassageopleiding. Nu heb ik op de eerste verdieping van ons huis een professionele massagekamer. De zorgstichting waar ik werkte, is een van mijn grootste klanten. Daar masseer ik twee dagen in de week cliënten en oud-collega’s. Wij zijn dus allebei ondernemer. In dat opzicht heb ik veel aan Gert Jan, want hij is natuurlijk al járenlang ondernemer. En op het moment dat het later wordt dan gepland is, is dat ook oké.”

Gert Jan: „Ik weet zelf hoe het is om uit te lopen met dingen. Ik kan me prima in m’n eentje vermaken.”

Pup van zeven maanden

Marianne: „We staan allebei om acht uur op. Meestal ga ik dan direct naar beneden – we hebben een pup van zeven maanden oud, een grote Zwitserse sennenhond; ik ga dan even met hem naar buiten. Doordeweeks maak ik altijd een fruitsmoothie voor ons.”

Gert Jan: „Ik doe zo min mogelijk. Ik ben geen ochtendmens. Het liefst praat ik met niemand. Dat kan op werk niet altijd natuurlijk. Mensen komen de auto brengen.”

Marianne: „Op maandag en vrijdag gaat Boris mee naar de garage. Dan is het de werkhond, zeggen we altijd.”

Gert Jan: „Dat gaat prima.”

Marianne: „Het ligt op z’n mat en slaapt. Ik heb een dochter van veertien uit een eerder huwelijk. Zij zit in mavo 2. De ene keer begint ze om kwart voor negen, de andere keer om acht uur. Die doet d’r eigen ding. Ze woont bij ons. Helemaal. Haar vader woont hier een paar straten verderop. Die ziet ze af en toe een middagje. Gert Jan en ik hebben samen geen kinderen. Wij hebben pas drie jaar een relatie. We hebben tegen elkaar gezegd: als we elkaar twintig jaar geleden waren tegengekomen, hadden we zeker samen een gezin gehad.”

Gert Jan: „Toen ik hier kwam wonen, was Vera Lynn nog echt een kind, nu een puberkind. Het was wel even gek. Maar nu is het vrij normaal.”

Marianne: „Ze hebben echt een goede band samen, die twee zijn gek op elkaar. Kruipen nog tegen elkaar aan op de bank.”

Gert Jan: „Nu wat minder hoor, nu het een puber is. Het gaat goed, als ze maar luistert.”

Marianne: „Ik werk thuis, of ben vroeg klaar. Het is logisch dat ik kook. Meestal eten we rond zes uur. Het liefste zou ik later willen eten. Toen ik nog niet zoveel ’s avonds werkte, kwam hij rond een uur of zes thuis en gingen we samen koken. Met z’n tweeën een biertje drinken, in de pannen husselen. Omdat ik drie avonden in de week weer om zeven ’s avonds werk, red ik dat niet.”

Gert Jan: „’s Avonds kijk ik tv of ga ik fietsen.”

Marianne: „Hij zit elke avond op de hometrainer.”

Gert Jan: „Ik lees van alles op de hometrainer. Anders duurt het zo lang. Op het moment zit ik in de hondenboeken.”

Marianne: „Hij leest alles van die hondenexpert, Cesar Millan.”

In bonustijd

Marianne: „Gert Jan doet gewoon niks meer waar hij geen zin in heeft. Na dat hartinfarct zegt hij: ik zit in bonustijd. En die tijd ga ik gewoon goed besteden. Dus alles wat hij niet leuk vindt, koopt-ie af. Eerder vroeg ik nog weleens: wil jij beneden stofzuigen? Maar hij heeft er zo de schurft over in. Dan zegt ie: zoek maar een schoonmaker, ik betaal wel.”

Gert Jan: „Ik vind het zonde van mijn tijd, stofzuigen. Ik leef niet altijd zo bewust. Ik ben niet altijd met het infarct bezig, maar heb regelmatig momenten dat ik erbij stilsta.”

Marianne: „Hij heeft zijn leven zo anders ingepland en ingericht nu. Je krijgt Gert Jan gewoon niet gek. Ik kan op mijn kop gaan staan. In het begin dacht ik: donder op joh, met je geld. Ik wil dat je dit klusje met me doet, dat je me fysiek helpt. Uiteindelijk ben ik met hem het gesprek aangegaan. Sindsdien lopen dat soort dingen ook gewoon tussen ons. Ik weet nu dat het geen onwil is. Ik koop op de markt mijn eigen bos bloemen en dan zeg ik: die heb ik van jou, leuk hè!”

In Spitsuur vertellen stellen en singles hoe zij werk en privé combineren. Meedoen? Mail naar werk@nrc.nl