Gemuteerde hamsters met extreem korte lontjes

Ophef Jagen, bijten... een proef waardoor hamsters minder agressief moesten worden, pakte averechts uit.

De goudhamster_ is een favoriet proefdier.

De goudhamster_

is een favoriet proefdier.

Foto Getty Images

Oeps! „Paradoxale veranderingen in sociaal gedrag”, noemden de onderzoekers van de Georgia State University in Atlanta het maar bedremmeld in hun wetenschappelijke publicatie die deze week verscheen in PNAS. Hun pogingen om goudhamsters door middel van een genetische ingreep in hun dna minder agressief te maken waren uitgedraaid op precies het omgekeerde: hamsters met een extreem kort lontje!

De goudhamster (Mesocritecus aurus) is vanwege zijn rijke sociale gedrag een favoriet proefdier voor onderzoek aan gedrag en neurobiologie. In 1984 ontdekte Elliott Albers van de Georgia State University dat het hormoon vasopressine een belangrijke rol speelt bij de regulering van gedrag; voor het eerst dat die functie van dit hormoon werd gevonden bij een dier. Vasopressine is verder vooral bekend als antidiuretisch hormoon, een signaal dat in de nieren de terugwinning van water naar het bloed reguleert, en daarmee belangrijk is in de regulatie van de bloeddruk.

Maar als stuursignaal van gedrag bleek vasopressine dus ook een neurotransmitter, een boodschapperstof in de hersenen. Nader onderzoek leerde dat vasopressine in het lichaam verschillende soorten receptoren kan prikkelen, ieder met een iets andere uitwerking en functie.

In het genetische onderzoek dat Albers anno 2022 uitvoerde, was het doel om specifiek één soort receptor voor vasopressine, Avpr1a, uit te schakelen. De onderzoekers gebruikten daarvoor de zogeheten Crispr-cas-techniek waarmee ze heel precies een genetische verandering konden aanbrengen in het embryo van hamsters. De dieren die daaruit voortkwamen werden onderling gekruist om een zogeheten knock-out-lijn van hamsters te maken die deze receptor nergens in het lichaam meer aanmaakte.

Dat lukte: een speciale kleuring liet zien dat de receptor niet meer aan te tonen was in de hersenen van deze dieren, en in een andere proef bleek dat een injectie van vasopressine of een soortgelijke stof in de hersenen geen effect had op het gedrag van de dieren, noch op hun bloeddruk.

Totaal onverwacht

„We hadden verwacht dat als we de vasopressine-activiteit zouden wegnemen, dat we zowel de agressie als de sociale communicatie bij de dieren zouden onderdrukken”, zegt Albers in een begeleidend persbericht van Georgia State University, „maar het omgekeerde gebeurde.”

Dat was totaal onverwacht, te meer omdat er al eerder geen verandering in agressie was gezien bij soortgelijke proeven met knock-outmuizen. Maar kennelijk zit de regulatie van gedrag door vasopressine bij hamsters anders in elkaar.

De knock-outhamsters reageerden hypergevoelig op geursporen van soortgenoten van hetzelfde geslacht; ze begonnen in reactie daarop fervent hun eigen geurmarkeringen te verspreiden. In eenzelfde kooi met „normale” soortgenoten van hetzelfde geslacht ontstond al gauw conflict. De knock-outhamsters jaagden hun kooigenoten na, waren bijterig, en dwongen de ander op de rug in rangordegevechten.

„We begrepen dit regelsysteem dus toch niet zo goed als we dachten”, zegt Albers in het persbericht. Een goede verklaring hebben de onderzoekers nog niet.