De onstuimige groei van de grand slams is terug te zien op Roland Garros

Tennis Van de gehele tenniseconomie komt 60 procent op het conto van de vier grandslamtoernooien. Ze zijn de hoekstenen van de tennistour en hebben steeds meer in de melk te brokkelen.

Court Philippe-Chatrier, het vernieuwde hoofdstadion van Roland Garros.
Court Philippe-Chatrier, het vernieuwde hoofdstadion van Roland Garros. Foto Anne-Christine Poujoulat / AFP

Wie tennis wil kijken op Roland Garros, moest deze week geduld hebben. En echt niet alleen als dertienvoudig winnaar Rafael Nadal of de nieuwe tennissensatie Carlos Alcaraz speelt. Neem baan acht, een bijbaantje met een dubbel van de Nederlanders Botic van de Zandschulp en Tallon Griekspoor tegen landgenoot Wesley Koolhof en zijn partner? Een flinke rij, afgezet met linten. Baan 13 dan, waar Arantxa Rus van nummer 16 van de wereld Elena Rybakina verliest? Wie spontaan aan komt lopen, om de derde set te kijken, heeft geen plekje op de krappe tribune. Het is zo druk dat je de bal niet eens kan zien, door de mensen heen.

Roland Garros is post-corona zoals een bezoek aan de Efteling. Als je een attractie wil zien, in dit geval topsporters die met meer dan tweehonderd kilometer per uur tegen een bal kunnen slaan, en dat ook nog binnen de lijnen, zul je moeten wachten. Besluit je naar een volgende attractie te gaan, dan kost dat veel tijd.

„Grand slams zijn groter en groter geworden, vergeleken met reguliere toernooien van de tour. Tegenwoordig zijn de grand slams daardoor echt de main currency – de vier hoekstenen van de tennistour. Ze zijn ook zó lucratief”, zegt Ben Rothenberg (35). Hij schreef jarenlang voor The New York Times en werkt nu aan een boek over Naomi Osaka.

Roland Garros is het hoogtepunt van het gravelseizoen, het sluitstuk van weken van toernooien in Monte Carlo, Madrid en Rome, die vooral leiden naar dat ene doel: het kronen van een nieuwe gravelkoning in Parijs. Reguliere toernooien lijken vooral te dienen als voorbereiding op een grand slamtoernooi. De ‘Australian swing’ voor de Australian Open, de grastoernooien voor Wimbledon, het Amerikaanse hardcourtseizoen voor de US Open: alles draait om de slams. Dan komt er een tijd niets, en dan zijn er de landentoernooien Davis Cup en Billie Jean King Cup, de ATP- en WTA-finals, en dán pas de reguliere toernooien.

„Iedereen praat tegenwoordig over het aantal grand slamoverwinningen en de GOAT – ‘Greatest of all time”, zegt Rothenberg, die als journalist Roger Federer, Nadal en Novak Djokovic de ene na de andere slam zag winnen. „Dat was in de jaren negentig helemaal niet zo. Toen werd er bij Steffi Graf (22 grand slams) niet gesproken over hoeveel slams ze had gewonnen, het ging meer om het totale aantal toernooioverwinningen. Als iemand nu een kleiner toernooi wint, is dat niet belangrijk”, zegt Rothenberg.

Alleen al het verschil in prijzengeld tussen de slams en de reguliere ATP- en WTA-toernooien is gigantisch. Wie deze week in de eerste ronde in Parijs verloor, verdiende 62.000 euro. Vorige maand haalde Van de Zandschulp de finale van het ATP-toernooi in München. Hij kon 47.430 euro mee naar huis nemen.

Voor de pandemie genereerde de gehele tennisindustrie naar schatting 2,3 miljard dollar (2,15 miljard euro). „Zestig procent van de gehele tenniseconomie” komt op het conto van de vier grand slams, volgens ATP-voorzitter Andrea Gaudenzi. De vier grandslamtoernooien hebben diepe zakken.

Verbouwing van 150 miljoen euro

Roland Garros wil nog meer stadions bouwen en uitbreiden in Bois de Boulogne in het westen van Parijs, maar veel bewoners zijn daar al jaren op tegen. Dus haalt het krap behuisde toernooi alles uit de ruimte die het heeft. Het Court Philippe-Chatrier werd in 2019 bijna volledig gesloopt en herbouwd. De verbouwing kostte zo’n 150 miljoen euro. De graveltempel kreeg eindelijk een dak en een lichtinstallatie, waardoor avondsessies mogelijk zijn. De Parijzenaren zijn enthousiast over die toevoeging aan het ‘Franse Open’. Deze week was het centercourt elke dag rond elf uur ’s avonds nog afgeladen vol met zingende en wavende fans.

Ook relatief nieuw in Bois de Boulogne is het elegante Court Simonne-Mathieu, een stadion met een capaciteit van vijfduizend toeschouwers, dat midden in het groen ligt. Het toernooi is de afgelopen jaren, ondanks rechtszaken van buurtbewoners en andere tegenstanders, gegroeid van 9,6 hectare naar 11,1 hectare.

„Toen Charles Baudelaire [een Franse dichter] ooit schreef dat het aangezicht van een stad sneller verandert dan het hart van een mens, moet hij Roland Garros hebben bedoeld”, zegt de Amerikaanse schrijver Michael Mewshaw (79). Hij heeft het toernooi al tien keer een make-over zien krijgen, sinds hij er in 1977 voor het eerst kwam. „Het toernooi heeft het geweldig gedaan met het promoten van hun merk”, zegt Mewshaw, die benadrukt dat het verkopen van de televisierechten voor een sterke groei van alle vier de grand slams – een term bedacht door een journalist in 1933 – heeft gezorgd. Vanaf 1981 werd Roland Garros door de BBC uitgezonden. Het toernooi kon net als de Australian Open, Wimbledon en de US Open, zelfstandig doorgroeien tot een sterk merk; grand slams behoren niet tot de ATP-tour, maar hebben een aparte status binnen de internationale tennisfederatie ITF.

Roland Garros wordt tegenwoordig uitgezonden in 223 landen. De televisiegelden, de live scoring-data en de kaartverkoop: het levert veel geld op. Ook de merchandise tikt stevig aan. De witte hoed met Roland Garros-logo, die wordt gedragen door veel mannen, kost 58 euro in La Boutique. De witte hoed past bij de kledingstijl van de Franse vrouwen, die veelal in lichte zomerjurken in pasteltinten over het park lopen. Van graveltennis word je vies, maar van paraderen op de denkbeeldige catwalk tussen Philippe-Chatrier en Simonne-Mathieu niet.

Toch is het niet alleen maar pracht en praal in Parijs. Roland Garros heeft met de eenzijdige beslissing om tijdens de eerste coronalockdown in 2020 het toernooi vliegensvlug naar de herfst te verplaatsen, veel irritatie gewekt. Alsof het toernooi in haar eigen werkelijkheid leefde. Toch hielden de Fransen voet bij stuk en zetten daarmee de tenniskalender op zijn kop.

Toeschouwers vinden hun weg op het tennispark in Bois de Boulogne. Foto Thibault Camus / AP

Irritatie bij de spelers

Ook Wimbledon toonde vorige maand een eigenzinnig gezicht, toen het als enige toernooi besloot om (Wit-)Russische tennissers te weren deze zomer. Iets waar veel spelers nu verbolgen over zijn. Ook de beslissing van de Australian Open, vorig jaar, om tennissers die in een vliegtuig hadden gezeten met iemand met een coronabesmetting , kon op weinig begrip rekenen. De maatregelen van de grand slams wekken steeds meer irritatie bij de spelers, die zich elke keer voor een voldongen feit zien gesteld. De grand slams worden te machtig.

„Tegenwoordig heb je de zeven koninkrijken in het tennis. De ATP, de WTA, de ITF en de vier grand slams hebben de macht”, zegt Rothenberg. „De grand slams willen deze structuur, zoals het nu is, graag behouden.”

Nadal vertelde deze week in Parijs, dat het altijd hetzelfde liedje is. De grand slamtoernooien zijn volgens de Spanjaard veel beter georganiseerd dan de tennissers. „Elke individuele speler op de tour heeft een andere mening en daarom zullen we nooit bereiken wat we kunnen bereiken, als we het samen zouden doen.” Nummer 1 van de wereld Novak Djokovic probeerde een tegenmacht te organiseren met een eigen spelersorganisatie: de PTPA, de Professional Tennis Players Assocation, maar die poging is nog weinig succesvol.

Menshaw denkt dat niet de grote toernooien, maar de spelers de baas blijven. „Ik snap wat Rafa zegt. Dat spelers niet goed georganiseerd zijn en toernooien wel, was veertig jaar geleden ook al zo. Tennis blijft een individuele sport. Maar uiteindelijk gaat het zoals de toppers willen. Ik heb nog meegemaakt dat spelers betaald wilden worden voor een interview. Ze willen vooral geld. En als ze dat niet krijgen, gaan ze morgen staken. Dan is er helemaal geen tennistoernooi.”

De spelers zelf maken deze week vooral heel veel uren op het gravel. Als woensdagavond de jonge Spaanse tennissensatie Carlos Alcaraz op het Court Simonne-Mathieu een matchpoint overleeft, en na 4 uur en 34 minuten zijn linkshandige landgenoot Albert Ramos-Vinolas verslaat, na meerdere keren op achterstand te zijn gekomen, ontploft het kleine stadion.

Het rumoer van de beste partij van de eerste week van het toernooi overstemt het hele Bois de Boulogne. Graveltennis kan bruut en eindeloos zijn, met continu wisselende kansen. Het is als een achtbaan. Het product van Roland Garros is ijzersterk. Zeker zolang iedereen de grand slams van Nadal of Djokovic blijft tellen. En als Alcaraz slams gaat winnen, dan begint ook zijn teller te lopen.