Reportage

De waterschaarste in Israël maakt van rioolwater goud

Waterbeheer Met hergebruik voorkomt Israël waterschaarste in een gortdroog klimaat. De Palestijnen profiteren niet mee.

Een rioolwaterzuiveringsinstallatie. Het water wordt gebruikt voor irrigatie van gewassen.
Een rioolwaterzuiveringsinstallatie. Het water wordt gebruikt voor irrigatie van gewassen. Foto’s ANP/Science Photo Library

Rond elke jojoba-struik hier in de Negev-woestijn even buiten de Israëlische stad Beersheba valt een vochtig kringetje te bespeuren, ondanks het gortdroge klimaat. De struiken, waarvan de zaden worden verwerkt tot olie die weer een belangrijk bestanddeel is van veel cosmetica, staan er goed bij. Dankzij gezuiverd rioolwater uit Tel Aviv, zo’n honderd kilometer verderop, dat hier via pijpleidingen heen wordt geleid.

„Het water is niet eens zo zuiver maar het werkt een beetje als natuurlijke mest en het is wettelijk toegestaan om de planten er ondergronds mee te bevloeien”, zegt Ron Kenen (70), gekleed in een donker T-shirt en voorzien van een martiale witte snor. Hij verblijft al zijn hele leven op de kibboets Hatzerim naast de uitgestrekte jojoba-plantage en is een van de ingenieurs die de apparaatjes voor de inmiddels befaamde Israëlische ondergrondse druppelbevloeiing hielp verfijnen.

Israël beroemt zich erop wereldkampioen te zijn in het hergebruik van afvalwater. Naar schatting 90 procent van het afvalwater wordt er opgevangen en voldoende gezuiverd voor hergebruik. Van al dat gerecyclede water wordt weer 70 procent benut voor bevloeiing. Tien procent van het gerecyclede afvalwater is bestemd voor onder meer het ‘bijvullen’ van rivieren en voor de brandweer.

Dagelijks wordt 370 miljoen liter rioolwater uit de regio Tel Aviv gezuiverd

Het water wordt niet opnieuw gedronken, hoewel dat met het best gezuiverde water tegenwoordig zonder gevaar zou kunnen. „Om psychologische redenen, want mensen vinden dat geen prettig idee, maar ook omdat we het niet nodig hebben”, zegt Noam Weisbrod, directeur van het Jacob Blaustein-instituut voor woestijnonderzoek in Sde Boker, eveneens in de Negev, telefonisch. „Tegenwoordig winnen we meer dan de helft van ons drinkwater uit ontzilt zeewater.”

Bekijk ook deze fotoserie over de opdrogende Dode Zee

De leiders van Israël – voorop de eerste premier van het land David Ben Gurion – waren er eind jaren veertig diep van doordrongen dat de jonge staat voor zo’n 65 procent uit woestijn bestond. De bevolking groeide snel en de meeste mensen woonden niet waar de meeste regen viel. „We moesten dus een oplossing vinden, voor drinkwater en voor de landbouw”, zegt Ravid Levy, directeur van WaterEdge Community, dat namens de overheid innovatie in de Israëlisch waterbeheer probeert te stimuleren.

Blauwe woestijn

Weisbrod vult aan: „Ben Gurion zei: ‘We moeten de woestijn blauw maken en water vanuit het noorden naar het zuiden leiden’.” Aanvankelijk kwam dit vooral neer op het overbrengen van water uit het meer van Galilei naar het zuiden. Jonge Israëliërs werden intussen aangemoedigd om waterbouwkundig ingenieur te worden. Zo groeide Israël al vrij snel uit tot een belangrijk land qua watertechnologie.

De overheid speelde daarbij een hoofdrol door een infrastructuur op poten te zetten van opvang- en zuiveringsinstallaties en pijpleidingen waardoor het water naar elders kon worden geleid. „Cruciaal was ook een wet uit de jaren vijftig waarin werd vastgelegd dat elke druppel water in het land publiek bezit was”, vertelt Levy. Een van de uitgangspunten van het Israëlische waterbeheer werd ook dat er voor het gebruik van elke druppel betaald zou moeten worden, zodat er geen water verspild zou worden.

Nergens is de enorme vooruitgang die Israël op dit terrein heeft geboekt beter te zien dan op de kibboets Hatzerim. Het nietige barakje waarmee het in 1946 begon in een onherbergzame zandwoestijn is uitgegroeid tot een uitgestrekte campus, weelderig begroeid met struiken en bloemen, een door mensen aangelegde oase. Er wonen en werken een kleine duizend mensen, van wie ongeveer de helft kinderen. Een van de oprichters was de inmiddels overleden vader van Ron Kenen.

Israëliërs gebruiken ruim vier keer zoveel water per dag als Palestijnen in de bezette gebieden

Wie in Tel Aviv de kraan opent bij het tanden poetsen of het toilet doorspoelt, beseft vaak niet dat zijn afvalwater wordt gerecycled. In de gigantische Shafdan-zuiveringsinstallatie, de grootste van het Midden-Oosten, wordt dagelijks 370 miljoen liter rioolwater uit de regio Tel Aviv gezuiverd. Dat gebeurt deels door het water in een grondwaterlaag te laten druppelen, waarbij het extra wordt gefilterd.

Via een pijpleiding wordt een groot deel daarvan vervolgens naar de Negev gepompt. Achter de kibboets, op een belendende basis van de Israëlische luchtmacht, wordt dit deels opgevangen.

Ook de jojoba-plantages worden bevloeid met dat water. Na een moeizaam begin, door watergebrek en verzilting van de bodem, besloten de eigenaars van de kibboets zich vooral op de teelt van de jojoba-struiken te concentreren. Buiten de campus staan de struiken kilometerslang in nette rijen met hier en daar een pompstation voor het water voor de druppelirrigatie. Die geschiedt via ondergrondse slangen die aan de binnenkant zijn voorzien van kleine druppelaars.

Druppelaars

De leden van de kibboets richtten in 1965 een eigen bedrijf op, Netafim, dat zich niet alleen toelegde op de productie van de jojoba-olie maar vooral ook op de druppel-irrigatie-apparatuur. Netafim is inmiddels een kleine multinational geworden, die in 110 landen actief is met zijn precisie-technologie. Het heeft fabrieken in een aantal landen, maar de druppelaars worden alleen in Israël vervaardigd.

Met zichtbaar plezier legt Kenen aan de hand van vergrote modellen die hij uit een la in zijn kantoortje opdiept, uit hoe zijn collega’s en hij de apparaatjes steeds doelmatiger maakten. „Het belangrijkste is dat de druppelaars niet verstopt raken. Mede door het gebruik van goede filters, slagen we er steeds beter in het water optimaal door de druppelaar te laten vloeien.”

Behalve water is ook kunstmest een onmisbaar ingrediënt. „Eerst gaven we alleen water maar dat was een grote vergissing. Na vier of vijf jaar ontdekten we dat planten natuurlijk niet alleen moeten drinken maar ook voeding nodig hebben in de vorm van kunstmest”, zegt de 80-jarige Eliezer Kelmeses, een veteraan die al 54 jaar in de kibboets verblijft.

Een irrigatiesysteem dat water sproeit over landbouwgrond nabij de grens met Jordanië.

Menahem Kahana/AFP

Druppelirrigatie en vloeibare kunstmest die tegelijk werden toegediend, bleek bovendien een gelukkige combinatie. „Daar kun je 40 procent van de kunstmest mee uitsparen”, zegt Kelmeses.

Het efficiënte waterbeheer maakte het ook mogelijk aan de rand van de stad Beersheba een groot park aan te leggen met een kunstmatig meer erbij, ook weer gevuld met gerecycled afvalwater uit de omgeving van Tel Aviv. Als het ’s avonds koeler wordt, komen veel inwoners er dankbaar picknicken. Voor de zekerheid staan er op het gras wel waarschuwingsbordjes. „Deze tuin wordt bevloeid met gezuiverd rioolwater. Drinken verboden!!!”

Is Israëls waterhuishouding daarmee duurzaam? „Het is niet perfect”, zegt Weisbrod, „maar we staan er behoorlijk goed voor. In principe kunnen we het ook onbeperkt volhouden door zeewater te ontzilten.” Dit ontzilten is de laatste decennia veel goedkoper geworden. De prijs is nu 50 dollarcent per kubieke meter water.

Export

Steeds sterker richt Israël zich op de export van zijn technologie naar het buitenland. Ook andere landen die kampen met woestijnvorming en grote droogte kunnen hiervan profiteren. „De Negev kan anderen helpen”, zegt Sinai Goher Barak van DeserTech, een organisatie die innovatie en samenwerking in onder meer de watersector in de Negev bevordert.

Vorig jaar sloot Israël een akkoord met Jordanië, dat een ernstig watertekort heeft, over de jaarlijkse levering van 25 miljard liter water extra uit het meer van Galilei. Ook andere Arabische landen, met name de Golfstaten, kloppen aan om van de Israëlische water-expertise gebruik te maken. „Dit kan allemaal aan de vrede bijdragen”, zegt Weisbrod hoopvol.

Wie er echter vooralsnog niet van profiteren, zijn de Palestijnen in bezet gebied, in tegenstelling tot de joodse kolonisten in hun illegale nederzettingen. De Palestijnen krijgen van Israël veel minder water toegewezen. Volgens een rapport van de mensenrechtenorganisatie B'Tselem uit 2020 gebruiken Israëliërs ruim vier keer zoveel water per dag als Palestijnen in de bezette gebieden.

De Palestijnse waterproblemen zijn te wijten aan een gebrekkige infrastructuur en een tekort aan water. Het weinige water dat er is, is bovendien van gebrekkige kwaliteit. Met moderne middelen zouden die problemen ook aan Palestijnse zijde volgens deskundigen zijn op te lossen. Toch gebeurt dat niet. „Dat hangt vooral samen met politieke factoren”, zucht Weisbrod.

Lees ook: De Dode Zee loopt leeg
Correctie: In een eerdere versie van dit stuk stond dat Jordanië 25 miljoen liter water uit het meer van Galileï zou krijgen. Dat moest zijn 25 miljard liter extra water en is hierboven aangepast.