Profiel

De eerste vrouw in de hoogste rangen van de krijgsmacht is rolmodel, tegen wil en dank

Defensie Elanor Boekholt-O’Sullivan, de eerste vrouwelijke driesterrengeneraal, gaat straks over het diversiteitsbeleid en over het extra geld voor de krijgsmacht. „Vrouwen willen natuurlijk alleen op hun merites beoordeeld worden.”

Elanor Boekholt-O’Sullivan in 2018, toen ze het bevel over het Defensie Cyber Commando overnam.
Elanor Boekholt-O’Sullivan in 2018, toen ze het bevel over het Defensie Cyber Commando overnam. Foto Jerrry Lampen/ANP

Tijdens haar raketachtige loopbaan bij defensie heeft Elanor Boekholt-O’Sullivan (1976) vaak het label „eerste vrouwelijke...” opgeplakt gekregen. In 2016 als commandant van vliegtuigbasis Eindhoven. In 2020 als tweesterrengeneraal bij de luchtmacht, al hanteert die banden. En nu als eerste vrouwelijke driesterrengeneraal bij de krijgsmacht.

Luitenant-generaal Boekholt heeft daarmee dezelfde rang als de hoogste bazen van de landmacht, luchtmacht, marechaussee en marine. Met de bevordering, die woensdag bekend werd gemaakt, is Boekholt hét boegbeeld van vrouwen bij defensie.

Tegen die rol heeft Boekholt, nu nog plaatsvervangend commandant der luchtstrijdkrachten, zich lang verzet. „Ik wilde gewoon mijn werk doen, zonder schijnwerpers op het ‘vrouw-zijn’”, zegt ze in een interview met het blad van de luchtmacht: „Toch realiseerde ik me de laatste jaren dat we rolmodellen nodig hebben.” Want het aandeel vrouwen bij de krijgsmacht – ongeveer een op de negen militairen is vrouw – is nog steeds nauwelijks meer dan toen Boekholt 28 jaar geleden haar militaire loopbaan begon.

Boekholt staat dan ook volledig achter het eerder dit jaar gepresenteerde actieplan van defensie dat ervoor moet zorgen dat in 2030 30 procent van de militairen vrouw is. „Dat gaat ons lukken”, zei Boekholt in een gesprek dat NRC enkele weken geleden met haar had. Onder meer doordat vrouwen voorrang krijgen bij werving en bevordering: „We moeten wel zorgen dat de last van dat voorkeursbeleid niet zwaar gaat drukken op de vrouwen, die natuurlijk alleen op hun merites beoordeeld willen worden.”

Lees ook: Vergaand plan bij defensie voor een vrouwenquotum

I couldn't care less

Zelf heeft Boekholt soms weerstand ervaren bij haar carrière in de luchtmacht, want ze is behalve vrouw ook betrekkelijk jong en niet-vlieger. Ze heeft er nooit veel meer woorden aan vuil gemaakt dan die ze uitsprak bij haar benoeming tot commandant van vliegbasis Eindhoven: „Heb ik er wakker van gelegen? Nee.” Ofwel, zo tekende de Volkskrant op uit haar mond: I couldn't care less.

Engelse woorden liggen voor in de mond bij Elanor Boekholt-O'Sullivan, de dochter van een Ierse vader en een Nederlandse moeder. Na de echtscheiding van haar ouders verhuisde ze als tweejarige van Ierland naar Nederland. Met haar moeder en twee oudere broers groeide ze op in Culemborg. Op de basisschool speelde ze volgens de regionale krant in de eindmusical „een kapitein op een schip, compleet met pet en uniform. Ze bleek het leuk te vinden om de baas te zijn.”

Boekholt deed de verkorte officiersopleiding aan de Koninklijke Militaire Academie en ging daarna bij de luchtmacht werken. Ze werd al snel gezien als een toekomstige leider: slim, sociaal en strategisch. Daarnaast heeft Boekholt „geluk gehad met mijn bazen”, zei ze tegen NRC. „Die zeiden: ‘Je gaat het gewoon proberen en ik ben hier als het misgaat.’ Ze gaven me soms ook een schop onder mijn kont.”

Als de een na hoogste commandant van de luchtmacht heeft Boekholt de afgelopen jaren zelf ook vrouwelijke luchtmachtmilitairen aangemoedigd. „Dan vertel ik openhartig tegen wat voor soort dingen ik ben aangelopen. En dat heb ik geleerd om steun te zoeken.” Vrouwen hebben vaker een zetje nodig, zei ze in het luchtmachtblad: „Mannen spreken zich over het algemeen specifieker uit: ‘Ik wil commandant worden’.”

5 miljard euro

Bij de werving van vrouwen zijn vastgeroeste rolpatronen een obstakel, signaleert Boekholt. „In de Nederlandse cultuur zijn het over het algemeen de vrouwen die thuisblijven als er kinderen zijn.” Hoe moet dat als je weken van huis bent voor een oefening, hoort Boekholt van jonge vrouwen. „Terwijl er gewoon oplossingen zijn.”

Boekholt en haar man, die ook militair is, hebben hun (vrijwel) volledige banen altijd gecombineerd met de zorg voor hun twee kinderen: „Kinderopvang, opvang door vrienden, een au pair in huis. Minder privacy, meer gemak. Dat zijn keuzes die je maakt.”

Op het ministerie van Defensie in Den Haag wordt Boekholt per 1 juni plaatsvervangend directeur van het directoraat-generaal beleid. Daarin gaat ze zich bezig onder meer bezighouden met de „transitie van de krijgsmacht”, die diverser en flexibeler moet worden. En met de besteding van de 5 miljard euro, die defensie de komende jaren structureel extra gaat uitgeven.