Team dat zware misdaad bestrijdt alweer opgeheven

Misdaadbestrijding Het team dat de zware misdaad moest bestrijden, MIT, wordt opgeheven. Een samenwerkingsverband komt ervoor in de plaats.

Drie jaar na de oprichting is het Multi Disciplinair Team nog steeds niet operationeel. Nu wordt het opgeheven.
Drie jaar na de oprichting is het Multi Disciplinair Team nog steeds niet operationeel. Nu wordt het opgeheven. Foto ANP

Het Multidisciplinair Interventie Team (MIT), dat door de vorige minister van Justitie en Veiligheid Ferd Grapperhaus (CDA) in 2019 werd opgericht om de zware misdaad „een flinke slag” toe te brengen, verdwijnt.

De zes organisaties die in het MIT moesten gaan samenwerken – politie, Openbaar Ministerie (OM), Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst (FIOD), douane, Belastingdienst en marechaussee – zullen niet langer aan de slag gaan in een nieuwe operationele misdaadbestrijdingsorganisatie maar een soort inlichtingencentrale gaan vormen. De zes partijen zullen „informatie delen en nieuwe methoden bedenken om criminele structuren en hun verdienmodellen te verstoren”, aldus een woordvoerder van het ministerie van Justitie.

Lees ook: Zij willen niet Taghi oppakken, maar voorkomen dat een nieuwe Taghi opstaat

De nieuwe instantie gaat Nationale Samenwerking tegen Ondermijnende Criminaliteit (NSOC) heten. Het echte opsporingswerk gaat het NSOC niet doen. „De operationele slagkracht en capaciteit om misdadigers op te pakken en hun netwerken met handlangers op te rollen zit bij de diensten zelf”, aldus het ministerie. Minister Dilan Yesilgöz (Justitie en Veiligheid, VVD) spreekt van „een koerswijziging” in de strijd tegen de georganiseerde criminaliteit. De minister schrijft aan de Kamer over te willen gaan „naar een model waarin resultaten worden geboekt en de meerwaarde duidelijk wordt”. De NSOC gaat vanaf 1 juli werken.

Moord op advocaat Wiersum

De oprichting van het MIT was een reactie op de moord op advocaat Derk Wiersum op 18 september 2019. De nieuwe superopsporingseenheid zou zich richten op „het duurzaam verstoren van ondermijnende criminele bedrijfsprocessen in binnen-en buitenland, door het structureel opsporen en ontmantelen van criminele netwerken, het aanpakken van sleutelfiguren, het in beslag nemen van crimineel vermogen en het opwerpen van barrières voor crimineel handelen en voor het verkrijgen van crimineel geld”. Bij het team moesten vierhonderd mensen komen te werken.

Drie jaar na de aankondiging werken er nu, volgens een woordvoerder, honderd mensen en is het MIT nog steeds niet operationeel. Vorige maand hield het MIT haar eerste ‘fysieke werkconferentie’ in Utrecht waarbij werd afgesproken dat er „aanscherping nodig is met concrete resultaten”.

Lees ook: Harde kritiek bij politie op nieuw team zware misdaad

De oprichting van het MIT wekte met name bij de Nationale Politie veel ongenoegen. De landelijke recherche van de Nationale Politie verweet het MIT „roofbouw” te plegen op de politie omdat de organisatie ervaren agenten wegkocht door hogere salarissen te bieden. In een hoorzitting in de Tweede Kamer in september vorig jaar zei Andy Kraag, hoofd nationale recherche, dat het MIT de „slagkracht van het opsporingsapparaat niet versterkte maar juist verder dreigde te bureaucratiseren”.

Een paradepaard van de minister dat al kreupel is voor het heeft kunnen lopen

Cyrille Fijnaut criminoloog

De voornaamste Nederlandse criminoloog, Cyrille Fijnaut, noemde de oprichting van het MIT „het domste plan in de geschiedenis van de Nederlandse politie” en „een paradepaard van de minister dat al kreupel is voor het heeft kunnen lopen”. Als Kamerlid liet Yesilgöz regelmatig weten zorgen te hebben dat het MIT huidige opsporingsteams zou „leegtrekken”.

Onder- en bovenwereld

Nu schrijft de minister dat het met de NSOC wel tot betere samenwerking zal komen die een effectievere misdaadbestrijding mogelijk maakt. Tegelijkertijd hoopt ze een einde te maken aan „discussie en onduidelijkheid over aansturing bij interventies en de operationele slagkracht van betrokken moederorganisaties”. De opdracht is volgens de minister „om versneld in te zetten op het ontwikkelen van nieuwe methoden om de (financiële) verwevenheid van onder- en bovenwereld bloot te leggen en te ontvlechten”.

Na een periode van 18 maanden wordt de nieuw ingezette werkwijze volgens Yesilgöz „geëvalueerd en beoordeeld op resultaten en de toegevoegde waarde van het samenwerkingsverband”.

Tweede Kamer positief

In de Tweede Kamer wordt positief gereageerd op het besluit van minister Yesilgöz het beoogde MIT op te heffen. „Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. Dit team moest zware criminelen aanpakken, maar tot dusver is er alleen gesteggeld over structuren. Sterk dat de minister nu ingrijpt en orde op zaken stelt”, zegt Ingrid Michon (VVD).

Ook de PVV juicht het besluit toe. „Het MIT was van begin af aan gedoemd om te mislukken. Het was een stokpaardje van voormalig minister Grapperhaus waar de huidige minister terecht een einde aan heeft gemaakt. Het gaat om bestrijden van georganiseerde misdaad en daar zijn alle agenten voor nodig en niet een club die de werkvloer nooit wilde”, zegt Lilian Helder (PVV). Michiel van Nispen (SP) zegt het „verstandig” te vinden dat aan het „niet goed doordachte prestigeproject van de vorige minister” een einde komt. „Het is heel kwalijk dat hiermee kostbare tijd, energie en geld verloren is gegaan. Volgens mij moet er nu goed geluisterd worden naar de werkvloer.”