Opinie

De NAVO breidde uit, de Russen lieten het gebeuren

Luuk van Middelaar

Al jaren roepen de Russen schande over geschonden westerse beloften na de Koude Oorlog. De NAVO ging „geen centimeter oostwaarts” uitbreiden, zou hun zijn beloofd. Met Zweden en Finland op komst heeft het bondgenootschap zijn ledental binnenkort verdubbeld vergeleken met 1989 (tot 32); telkens verschoof de grens richting Moskou. Is hier geopolitieke woordbreuk gepleegd?

In een oorlog die behalve op het slagveld ook wordt uitgevochten met historische verhalen is het een perfect moment voor een studie naar dat gewraakte zinnetje. Vorig jaar verscheen het spannende Not One Inch. America, Russia and the Making of Post-Cold War Stalemate van Yale-historica M. E. Sarotte. Ze reconstrueert de akkoorden en gemiste kansen uit de jaren van Bush sr. en Gorbatsjov (1989-1991), dan Clinton en Jeltsin (1993-1999), op basis van decennia archiefonderzoek en talloze interviews. Beter is niet voorhanden.

De titel verwijst naar de hypothetische deal die Bush’ minister van Buitenlandse Zaken James Baker voorlegde aan Gorbatsjov, begin 1990: zou de Sovjetleider groen licht geven aan de Duitse eenwording (die de Sovjet-Unie als overwinningsmacht in WO II kon blokkeren) wanneer de NAVO in ruil „not one inch” oostwaarts zou bewegen? Baker en zijn Duitse collega Hans-Dietrich Genscher opperden dit meermaals.

Ook bondskanselier Helmut Kohl was tot zulke toezeggingen bereid omwille van de Duitse eenwording, maar Bush overtuigde hem dat dit helemaal niet hoefde. In twee toppen in 1990 met Kohl, die hem overblufte, gaf Gorbatsjov alles weg in ruil voor enkel economische en financiële steun, zonder enige veiligheidsgarantie te vragen – zoals Duitse NAVO-uittreding of een kernwapenverbod. Hij had er de macht niet voor. Verbijsterd keken Gorbatsjovs adviseurs toe, van wie een (Falin) schreef dat hem niets restte dan „zichzelf dwars op het spoor te leggen” en een ander (Achromejev) meedeed aan de mislukte conservatieve coup van 1991 en daarna zelfmoord pleegde.

Formeel kunnen de Russen zich dus nergens op beroepen. Er staat niets op papier. Er werden hun scenario’s voorgespiegeld door ministers en andere leiders, maar hoogste baas Bush committeerde zich nergens aan.

Fascinerend is om bij Sarotte te lezen hoe ook de Oekraïnezaak uit deze jaren dateert. Reeds Gorbatsjov probeerde de Amerikaanse president er in 1991 furieus van te weerhouden zaken met Kiev te doen. Zelf van gemengd Russisch–Oekraïense afkomst, wilde hij het uiteenvallen van beide landen voorkomen. En al deze good guy ‘Gorby’ zei tegen Bush dat de grenzen van Oekraïne onhoudbaar waren; lokale partijbazen hadden Donetsk en Loehansk toegevoegd, en zijn voorganger Chroesjtsjov had zomaar de Krim overgeheveld van de ene naar de andere Sovjetrepubliek.

In de jaren 90 was er opnieuw een zwakke Russische leider, in dit geval de drinker Jeltsin (1991-1999), die zo hard economische steun nodig had dat hij tegen NAVO-uitbreiding geen vuist kon maken. Aanvankelijk wilde Amerika’s president Clinton zijn Russische vriend Boris ontzien, ten gunste van diplomatieke ontspanning en ontwapening. Maar vanaf eind 1994 nam de druk op Clinton toe. De Republikeinse oppositie won de mid-term verkiezingen. Tezelfdertijd toonde de brute Russische (eerste) oorlog in Tsjetsjenië, waarin zeker 20.000 doden vielen, dat Midden-Europese angst voor Russische agressie niet louter paranoia was. Hoewel hij netjes wachtte tot na Jeltsins herverkiezing (1996) opende Clinton de NAVO-deur voor Polen, Hongarije en Tsjechië en maakte hij duidelijk dat zelfs oud-Sovjetrepublieken zoals Estland konden volgen. Als troost kreeg Rusland miljarden dollars westerse steun en lidmaatschap van de G7, die G8 werd.

Tweemaal dus een zwakke Russische leider – Gorbatsjov onpraktisch, Jeltsin op sleutelmomenten dronken – die toezeggingen deed waarvan de entourage spijt kreeg. De derde, Poetin, trekt vanaf 2000 een streep, ziet in de NAVO-belofte aan Oekraïne en Georgië onder Bush jr. in 2008 een breekpunt en voegt met de huidige invasie de daad bij zijn dreiging. Maar ook diens ferme politieke wil kan niet alle Russische zwaktes compenseren, zoals uit het strijdverloop blijkt.

Uiteraard is de NAVO-expansie verre van de enige verhaallijn naar de oorlog. Zo draaide het in de Oekraïense Maidan-opstand van 2013-2014 om de door president Janoekovitsj geweigerde toenadering tot de EU. En het Kremlin voert veel andere gronden voor de oorlog aan.

Oorlog ontstaat waar verhalen, percepties en wereldbeelden zover uiteenlopen dat partijen elkaar niet meer verstaan, niet zelden, zo laat ook Sarotte zien, in een samenspel van misverstand, toeval en kwade wil. Vrede vergt ooit weer een begin van een gedeeld verhaal.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof en historicus.