Opinie

De Jonge moet eerst zorgen voor draagvlak voor de warmtepomp

energietransitie

Commentaar

Het nieuwe stopwoord van minister Hugo de Jonge (CDA; Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening) is „normeren”. Hij gebruikt het de laatste tijd vaak als hij moet uitleggen waarom hij met een nieuwe maatregel komt op het gebied van verduurzaming. Nu weer met de hybride warmtepomp, die vanaf 2026 verplicht wordt als de cv-ketel kapot gaat en moet worden vervangen.

Het is begrijpelijk dat deze aankondiging bij veel mensen nogal rauw op het dak viel. De directieve toon die De Jonge aanslaat is geen goede manier om mensen te verleiden tot het verduurzamen van hun huizen. „We willen normeren”, zei hij toen hem werd gevraagd waarom hij schijnbaar vanuit het niets met zo’n dwingende maatregel kwam, die op korte termijn zou moeten worden doorgevoerd.

Kennelijk voorzag De Jonge niet hoeveel onrust hij teweeg zou brengen. Drie op de tien woningen zijn op dit moment niet geschikt voor een warmtepomp. Veel huizen moeten eerst beter geïsoleerd worden en in appartementen is er soms geen ruimte voor de installatie. Bovendien is de aanschafprijs van een warmtepomp hoger dan die van een gasgestookte cv-ketel.

De Jonge zei wel sussend dat er uitzonderingen mogelijk zijn voor huizen waar het echt niet kan, en dat het Warmtefonds leningen verstrekt, maar de uitwerking van dit alles liet hij achterwege. Zo gaf hij ruimte aan populistisch rechts om met het nieuws aan de haal te gaan: De Jonge zou met „dwang” de energietransitie willen „doorduwen”.

Maar ook partijen die de energietransitie welgezinder zijn waren niet blij met de ‘tone of voice’ van de minister. De minister had beter duidelijk moeten maken wat de voordelen zijn van de warmtepomp, en hoe hij mensen gaat helpen – niet dwingen – die te krijgen. Of wat het alternatief is.

Dat de gaskraan in Groningen zo snel mogelijk helemaal dicht moet, dat Nederland af wil van het Russische gas en dat Nederland in 2050 helemaal van het gas af moet zijn, zijn doelen die door een meerderheid van de partijen in de Tweede Kamer worden gesteund, ook al heeft populistisch rechts het over een energietransitie „waar niemand op zit te wachten”.

Burgers die het kunnen betalen ondernemen zelf al stappen om hun huizen te verduurzamen. Is het niet uit zorg om het klimaat, compassie met de Groningers of weerzin tegen het Russische gas, dan is het wel uit zorg om de eigen portemonnee, die leger wordt door stijgende energieprijzen. De vraag naar warmtepompen is de afgelopen tijd gestegen. Ook zonnepanelen worden als warme broodjes verkocht.

De keerzijde van deze op zichzelf gunstige ontwikkeling is dat de tweedeling in de maatschappij groter wordt: mensen die het financieel goed hebben schaffen zuinige producten aan, waardoor hun energierekening omlaag gaat, terwijl mensen die krap bij kas zitten torenhoge energierekeningen betalen voor hun slecht geïsoleerde woningen.

De Jonge gaat ervan uit dat ‘normering’ ervoor zal zorgen dat fabrikanten de productie van warmtepompen zullen opschalen, zodat de apparaten goedkoper worden. Maar opschalen is zo eenvoudig nog niet. De krappe arbeidsmarkt en leveringsproblemen leiden nu al tot lange wachttijden bij installatiebedrijven.

Nu De Jonge deze maatregel heeft aangekondigd, moet hij ook de vervolgstappen doordenken. En beter uitleggen. Mensen die hulp nodig hebben bij het verduurzamen van hun woning moeten weten waar ze terecht kunnen. De energietransitie is gebaat bij draagvlak, niet bij weerstand.