CPB: lage belasting bij erven familiebedrijf onnodig en ondoelmatig

Fiscaal voordeel Het belastingvoordeel voor mensen die een onderneming erven is niet nodig voor het voortbestaan van familiebedrijven en bevoordeelt relatief vermogende huishoudens, stelt het Centraal Planbureau.

Het doel van de regeling was om de continuïteit van familiebedrijven te beschermen.
Het doel van de regeling was om de continuïteit van familiebedrijven te beschermen. Foto Berlinda van Dam/Hollandse Hoogte

Mensen die een bedrijf erven hebben een streepje voor op mensen die een gewone erfenis krijgen: ze hoeven veel minder belasting te betalen. Dat geldt ook voor de mensen die een bedrijf via een schenking krijgen, vaak van een ouder die met pensioen gaat.

Voorwaarde is dat de erfgenaam het bedrijf minstens vijf jaar voortzet. Dit belastingvoordeel geldt maar voor een beperkt groepje mensen, nog geen paar duizend per jaar, maar er is veel geld mee gemoeid. In 2017 bedroeg het totale belastingvoordeel voor deze groep ruim 400 miljoen euro.

Dat belastingvoordeel is onnodig en niet doelmatig, concludeert het Centraal Planbureau (CPB) in een evaluatie op verzoek van het kabinet. De vier coalitiepartijen spraken af deze bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) tegen het licht te houden: kan die worden verbeterd en kan oneigenlijk gebruik worden tegengegaan?

Continuïteit niet in gevaar

De lage belasting is ooit bedacht om te voorkomen dat kinderen die een bedrijf erven en willen voortzetten, in financiële problemen komen omdat ze de erfbelasting niet kunnen betalen. Niet elk bedrijf heeft daarvoor genoeg liquide middelen, was de gedachte. Soms zit de waarde van het bedrijf in stenen of machines.

Dat deel van de BOR werkt, concludeert het CPB: er hoeft zo weinig erf- of schenkbelasting te worden betaald dat de continuïteit van bedrijven niet in gevaar is. Maar noodzakelijk is dit belastingvoordeel bepaald niet.

Het planbureau onderzocht alle erfenissen en schenkingen tussen 2010 en 2017 waarbij gebruik werd gemaakt van deze BOR. Stel: voor die bedrijven had de reguliere erf- of schenkbelasting gegolden. Dan waren bij ongeveer driekwart van de erfenissen en schenkingen van bedrijven voldoende „vrije middelen aanwezig om de belasting direct volledig te voldoen”, schrijft het CPB. Ofwel bij degene die het bedrijf schenkt, ofwel bij degene die het bedrijf verkrijgt.

Voor het kwart van de erfenissen en schenkingen waarbij er niet voldoende geld was om de belasting te betalen, kan makkelijk een betalingsregeling worden getroffen met de Belastingdienst. Dan betalen de erfgenamen de belasting uitgesmeerd over jaren. Ambtenaren van het ministerie van Financiën kwamen eerder al tot een vergelijkbare conclusie. De belastingvrijstelling is niet nodig om het voortbestaan van familiebedrijven te waarborgen.

Doelmatig is de BOR daarom ook niet, concludeert het CPB. Het doel – de continuïteit van bedrijven beschermen – wordt niet bereikt tegen de laagste kosten. Een betalingsregeling is veel goedkoper voor de overheid: de belastinginkomsten gaan in dat geval omhoog.

Voordeel voor vermogenden

De BOR krijgt al langer kritiek van economen als Bas Jacobs en Koen Caminada. Om dezelfde redenen die het CPB nu aanvoert. De regeling is niet nodig. En het belastingvoordeel komt terecht bij relatief vermogende huishoudens. Dat concludeert ook het CPB in de evaluatie.

Ondernemingsvermogen is vooral in handen van de huishoudens met de grootste vermogens. En „het overdragen van deze vermogens aan de volgende generatie verhoogt de vermogensongelijkheid binnen die nieuwe generatie”, schrijft het CPB.

Slechts 2,2 procent van de erfenissen had een waarde van meer dan 5 miljoen euro, maar zij kregen wel 36 procent van het belastingvoordeel

CPB-directeur Pieter Hasekamp noemde de BOR eerder in NRC „een riante faciliteit voor de allerrijkste Nederlanders, namelijk degenen met een familiebedrijf, om eigenlijk vrijwel onbelast vermogen over te dragen naar de volgende generatie”.

Een aanzienlijk deel van het belastingvoordeel van de BOR gaat naar een klein aantal grote erfenissen en schenkingen. Slechts 2,2 procent van de erfenissen had een waarde van meer dan 5 miljoen euro, maar zij kregen wel 36 procent van het belastingvoordeel. Ruim 80 procent van de erfenissen had een waarde van minder dan een miljoen euro.

Het belastingvoordeel geldt ook voor mensen die niet een heel bedrijf erven maar een ‘aanmerkelijk belang’ in een bedrijf, minstens 5 procent van de aandelen. Juist dit vermogen is „sterk geconcentreerd bij de meest vermogende huishoudens”, schrijft het CPB. In 2020 was 93 procent van het ondernemingsvermogen in handen van de 10 procent meest vermogende huishoudens van Nederland.

Geen belasting over eerste miljoen

Wie voldoet aan de voorwaarden voor de bedrijfsopvolgingsregeling hoeft over het eerste miljoen helemaal geen belasting te betalen. Daarboven weinig. Ter illustratie: iemand die gewoon 2 miljoen euro erft, betaalt ruim 380.000 euro aan erfbelasting. Iemand die een bedrijf met een waarde van 2 miljoen erft, betaalt ruim 12.500 euro belasting.

Het CPB berekende de belastingdruk over de hele erfenis die kinderen in de jaren tussen 2010 en 2017 kregen: zonder de BOR was die bijna 20 procent, met de BOR ruim 5 procent.

Nederland staat bepaald niet alleen met deze belasting. Andere Europese landen kennen vergelijkbare belastingvoordelen bij het erven van bedrijven. Die zijn onnodig ruim en vooral voordelig voor de hoogste inkomens, concludeerde de OESO, de club van industrielanden, eerder. Mocht het kabinet de BOR verlagen of afschaffen, dan verwacht het CPB niet dat veel ondernemers naar buurlanden verkassen.