Annemarie Prins, actrice, theatermaker maakte een voorstelling over de woongroep: „Het is een geheimzinnig systeem en het gaat er pittig aan toe.”

Foto Merlijn Doomernik

Interview

Theater over de woongroep: ‘voor de meeste bewoners toch hun laatste huis’

Annemarie Prins | Actrice, theatermaker

Bijna negentig is Annemarie Prins, maar ze maakt nog een nieuwe voorstelling, over het leven in een woongroep met vijftig-plussers, met de sardonische titel ‘Death Row’. „Er gaat wel eens iemand dood, of er verhuist er een dankzij Tinder.”

‘Theater Terzijde is wat ik nog steeds ben. Ik werk terzijde van de grote stroom in het toneel.” Actrice, schrijfster en regisseuse Annemarie Prins (1932) richtte in 1965 Theater Terzijde op, de eerste uitgesproken politieke theatergroep in Nederland. Die groep bestond vijf jaar, maar sindsdien zijn haar denkbeelden en haar positie niet wezenlijk veranderd, vertelt ze.

Nog altijd is ze wars van regulier toneel. „Ik had altijd het gevoel dat het grote dames- en herentoneel geen voeling had met wat er de maatschappij speelde. En ik hou niet zo van toneel-toneel, met rollen en personages. Dat ik dan Kniertje ben, daar heb ik niks mee. Dat is een ander vak. Ik maak theater met inzet van mezelf, mijn taal, mijn stem, mijn lichaam. Het is een performance. Die methode is ook politiek, omdat je buiten de lijntjes kleurt.”

Dezelfde werkwijze wordt gehanteerd bij Death Row, de voorstelling waarin ze vanaf deze week speelt, door haar gemaakt met regisseur en acteur Gerardjan Rijnders, bij Bellevue Lunchtheater. De titel, ‘dodencel’, is een knipoog, zegt ze, naar de ouderen over wie het gaat. Die vormen samen een woongroep. „Voor de meeste bewoners is de woongroep toch hun laatste huis. Maar het is een licht stuk, een stemmenconcert, mede dankzij Paul Koek, die met een melkschuimer en een toeter muziek maakt.”

Onze woongroep is geen commune. Niemand wil in een communekeuken staan

Paniek

Voor acteren was Prins lange tijd te bang. „Als ik de zaal zag, zat het natte zweet op mijn rug”, zei ze eens in een interview met NRC. Dat veranderde pas in 1994, toen ze in de zestig was en Sophie Kassies de voorstelling Calamity Jane voor haar schreef. De paniek bleef weg. „Het publiek zat dichtbij, maar ik lustte ze rauw. Vond het heerlijk.” Daarna speelde ze onder andere de zelfgeschreven en bekroonde solo Harmoniehof en in de tv-serie Annie M.G. (2010).

De inspiratie voor Death Row kwam voort uit haar eigen woonsituatie. Prins maakt al twintig jaar deel uit van een woongroep in een groot gebouw aan het IJ in Amsterdam. Haar huis, waar het gesprek plaatsvindt, biedt uitzicht op de wijk Spaarnedam en de Pontsteiger. Het is een juridische woonvorm, zegt ze. Tien individuen, elk een eigen woning, delen een gang en een gemeenschappelijke ruimte.

Prins: „Veel mensen aan de poort van de ouderdom denken: we gaan bij elkaar wonen. Maar dit is geen commune. Niemand wil in een communekeuken staan. Het is rustig leven, maar wel in een verband. Een wekelijkse borrelavond, een boodschap doen voor iemand die ziek is, maar geen mantelzorg. ‘Goed nabuurschap’ is de term die we gebruiken.”

Momenteel wonen er twee Oekraïense vrouwen in de gemeenschappelijke ruimte, vertelt ze. „Dat is iets wat we samen besluiten. Er is een keuken, een douche en we hebben een bedbank gekocht.”

Tinder

Een van de plichten van de woongroep is coördineren dat er nieuwe mensen bijkomen, „want er gaat wel eens iemand dood, of er verhuist er een dankzij Tinder.” Daar zat een voorstelling in. „Mensen die hier willen wonen schrijven een brief. Die lezen we en dan word je uitgenodigd. Die procedure wekt nieuwsgierigheid: zo’n inkijkje in een gesloten wereld. Het is een geheimzinnig systeem en het gaat er pittig aan toe.”

De leden van de woongroep in Death Row interviewen ook mensen die solliciteren naar een plek in de woongroep. Van die interactie zie en hoor je alleen de woongroepleden. Wat de aspirant-leden zeggen moet je opmaken uit de reacties. Een inventieve methode, waarin je moeiteloos meegaat, bijvoorbeeld als iemand vraagt: ‘Iedereen? Waarom denk je dat, dat iedereen in principe eenzaam is?’ Tussen die gesprekken door geven de bewoners uiting aan hun eigen en onderlinge sores.

Prins: „De vorm is abstract, maar de teneur is algemeen menselijk: het principe van in- en uitsluiten wordt zichtbaar. De woongroep vormt een bevoorrechte groep en de leden komen niet over als de meest vriendelijke mensen.” En met de kordate beslistheid waarmee ze spreekt, voegt ze toe: „Je moet jezelf op de hak nemen.”

Cambodja

De term ‘bevoorrecht’ hanteert Prins ook voor haar eigen woongroep. „Ik ben niet van rijke komaf, maar ben wit, ken geen armoede en behoor tot het deel van de wereld dat de dienst uitmaakt. Zie de toeslagenaffaire, ook een voorbeeld van uitsluiting. Daar kun je wel wat aan doen, maar dat zijn druppels op een gloeiende plaat.”

Ze geeft voorbeelden: „Elf jaar lang heb ik theater met vrouwen in Cambodja gemaakt over de naweeën van de genocide. En ik maakte voorstellingen over de oorlog in Vietnam en over Spanje onder de dictatuur van Franco. Ook het inspreken van een instructiefilm over de zelfgekozen dood was politiek: stelling nemen.”

Ze is haar hele leven bezig geweest met de dood, zegt ze. Ten tijde van die instructiefilm, bijna tien jaar geleden, was ze zelf gediagnosticeerd met longkanker. Over die ervaring maakte ze vervolgens de theaterproductie dood en zo (2017). „Ik heb niet verschrikkelijk geleden. Op mijn leeftijd is doodgaan nu eenmaal een optie. Daar ben ik aan gewend. Het was een precies gedefinieerd gezwel in mijn long. Die is bestraald. Voelde er niks van, ik had nog twee draaidagen in die week.”

Bij het uitgeleide doen van het bezoek slaat een windvlaag de deur achter haar dicht. „Ik heb geen sleutel”, stelt ze met enige schrik in haar ogen vast. Een tel later is ze er al uit. „Ik weet wel iemand die me kan helpen.” En ze beent de lichtblauwe gang in, op weg naar een potje goed nabuurschap.

‘Death Row’, productie van Alles voor de Kunsten door Annemarie Prins, Gerardjan Rijnders, Eric Besseling en Nanette Edens. Bellevue Theater, A’dam, t/m 12/6. Info: theaterbellevue.nl