Opinie

Ook kinderen hebben recht op inspraak

Eva Meijer

Vorige week was het weer tijd voor mijn favoriete politieke gebeurtenis van het jaar: het kindervragenuur. Ik hou van het kindervragenuur omdat de kinderen prioriteiten weten te stellen en de volwassen politici laten zien dat ze op een andere manier politiek kunnen bedrijven.

De vragen waren ook dit jaar weer raak. Het begon met een voorstel om kinderen structureel inspraak te geven in de Nederlandse politiek. Premier Rutte wees erop dat er al mogelijkheden zijn voor kinderen om mee te praten, zoals kinderraden en kinderburgemeesters. Maar hij ging het overleggen. Verder vroeg een klas uit Urk wat er voor maatregelen werden genomen tegen de zeespiegelstijging, wilde een andere klas weten hoe minister Staghouwer de toekomst van de landbouw voor zich zag, en was er een vraag over armoede en onderwijs.

Ook de dierenambulance kwam aan bod. Iwan Krans uit Wagenborg vertelde dat huisdieren voor de kinderen uit zijn klas heel belangrijk zijn. Ze hebben ook een keer de dierenambulance gebeld voor een gewond vogeltje. Hij wilde weten waarom de dierenambulance geen voorrangsvoertuig is en niet met zwaailicht mag rijden. Staatssecretaris Van der Burg antwoordde dat je daarvoor getrainde chauffeurs nodig hebt, en dat is te veeleisend voor vrijwilligers. De kinderen vonden dat niet overtuigend, en vroegen waarom ze dan niet worden betaald.

Deze vraag gaf blijk van een wereldbeeld waarin andere dieren medewezens zijn. In de Wagenborgse klas hangen foto’s van huisdieren aan de muur zodat zij er ook een beetje bij zijn. Dat kinderen dieren zo zien is geen uitzondering. Recent onderzoek uit het Verenigd Koninkrijk laat zien dat de hiërarchie die volwassenen ervaren tussen mensen en andere dieren aangeleerd is. Die hiërarchie leidt tot een tegenstrijdige morele houding: sommige dieren zien we als voedsel en andere als vrienden, terwijl die dieren misschien dezelfde belangen hebben. Jongere kinderen zien dat anders en vinden bijvoorbeeld dat boerderijdieren net zo goed moeten worden behandeld als mensen. Ze leren dit af tijdens adolescentie en leren aan te discrimineren op basis van soort. Hoofdonderzoeker Luke McGuire zegt dat dit niet alleen wetenschappelijk interessant is: volwassenen kunnen van de kinderhouding leren om beter met dieren en de planeet om te gaan.

Dat brengt ons terug naar de vraag over kinderinspraak. Een terugkerend thema, bij het eerste kindervragenuur wilden de kinderen al weten of de stemgerechtigde leeftijd niet omlaag kon. Volwassenen denken dat kinderinspraak niet nodig of niet mogelijk is, of dat het de kinderen niet uitmaakt. Maar kinderen hebben een eigen perspectief op het leven en bovendien gaan de belangen van volwassenen en kinderen niet altijd gelijk op. Tijdens de coronacrisis moesten kinderen bijvoorbeeld relatief veel inleveren op het gebied van school, sport en sociaal contact om ouderen te beschermen. De gevolgen daarvan moeten nog duidelijk worden.

De belangen van kinderen en volwassenen gaan de komende tijd alleen maar meer uit elkaar lopen. Het CBS schreef dat ‘de houdbaarheid van onze welvaart’ onder druk staat omdat de natuur verdwijnt. De VN schreven in een rapport dat de temperatuur van het oceaanwater, concentratie van broeikasgassen, stijging van de zeespiegel en verzuring van de oceanen vorig jaar allemaal een nieuw record bereikten. De gevolgen daarvan zullen kinderen anders treffen dan volwassenen.

De ideeën van kinderen negeren is een vorm van discriminatie, betogen filosofen als John Wall. Ze zouden echte politieke inspraak moeten kunnen hebben. Dat vraagt om creativiteit: ‘kinderen’ is een uiteenlopende groep, qua leeftijd, achtergrond en interesses. Soms is hun positie duidelijk, zoals wanneer kinderen van zich laten horen in klimaatprotesten, soms niet. Hun perspectief serieus nemen begint hoe dan ook met luisteren. Dat is ook in de volwassenenpolitiek geen slecht idee.

Eva Meijer is schrijver en filosoof. Ze schrijft om de week een column.