Opinie

Laat de Europese Centrale Bank niet alle klappen opvangen

begrotingsbeleid

Commentaar

Als het aan de Europese Commissie ligt, krijgen EU-landen een jaar langer respijt bij het naleven van de begrotingsregels die in Europees verband overeen zijn gekomen. Daarmee zou de periode van coulance, die bij het begin van de pandemie werd afgesproken, nog een jaar langer duren dan gepland. De reden is begrijpelijk: de oorlog in Oekraïne zorgt voor onzekere tijden en hogere uitgaven. Mocht het tot een economische recessie komen, en die kans is behoorlijk toegenomen, dan moet de overheidsbegroting kunnen fungeren als ventiel.

In normale tijden zijn dit oplossingen volgens het boekje. Het probleem is wél dat het op dit moment geen normale tijden zijn. Het flinke vaartverlies dat de economie op dit moment doormaakt gaat gepaard met inflatie die in veertig jaar niet zo hoog is geweest. De belangrijkste reden hiervoor is de gestegen prijs van energie. Maar de olievlek van de inflatie dreigt zich langzaam uit te breiden.

Veel landen kampen met krapte, bij diensten, bij goederen, op de arbeidsmarkt. Dat leidt gemakkelijk tot een veel bredere en hardnekkiger stijging van de prijzen en de lonen – een proces dat in de VS overigens al verder is dan in Europa.

Dit gelijktijdig optreden van economische vertraging en hoge inflatie is lastig te pareren. Wanneer het begrotingsbeleid de vrije hand krijgt, dan is dat weliswaar een goed recept tegen de vertragende economische groei. Maar de inflatie wordt er op zijn best niet mee beteugeld, en loopt op zijn slechtst nog verder op.

Dat zet extra druk op de andere grote speler op dit veld: de Europese Centrale Bank. ECB-president La-gar-de suggereerde maandag dat in juli de rente voor het eerst wordt verhoogd. Daarna kan nog een reeks van snelle stappen volgen.

Deze reactie is al aan de trage kant en actie was al veel eerder nodig. Maar als het verkrappende geldbeleid nu óók nog vergezeld gaat van los begrotingsbeleid in de eurolanden zelf, dan ontstaat het risico dat de centrale bank veel extremere rentestappen moet ondernemen om de inflatie onder controle te houden. Met andere woorden: de hoofdsteden van de eurolanden laten Frankfurt dan al het werk opknappen – inclusief het incasseren van de kritiek van het publiek als de hogere rente begint te bijten.

Dat is een riskante strategie. Bovendien: wanneer beleggers het vertrouwen verliezen in de begrotingsdiscipline binnen de eurozone, en de houdbaarheid van de staatsschuld, dan zullen zij vluchten vanuit de staatsschuld van als ‘zwak’ beschouwde landen als Italië naar ‘sterke’ landen als Duitsland of Nederland. Dat proces is al aan de gang: de renteverschillen tussen noordelijke en zuidelijke landen lopen op.

Ook in dit opzicht zal worden gekeken naar de ECB, die met het herinvesteren van de staatsleningen die de afgelopen jaren zijn opgekocht, onevenredige koerssteun zou moeten geven aan landen waarvan de rente op de staatsschuld te hard oploopt. Ook dit kan tot verdeeldheid leiden binnen de eurozone, waar Frankfurt dan als eerste de schuld van krijgt.

Zo kan een op het oog eenvoudig voorstel voor een wat grotere coulance bij de begrotingspolitiek in Europa op dit moment tot onvoorziene gevolgen leiden. Met de ECB als kop van Jut. Reden te meer om er nog eens heel goed, en vooral evenwichtiger, over na te denken. Makkelijk is het niet. Maar een centrale bank gooi je, om het populair te zeggen, niet voor de bus.