Opinie

Help de pesters en (quasi-) racisten de politiedienst uit

Veiligheidscolumn Help de pesters, (quasi-) racisten en verkeerde grappenmakers binnen de politie met veranderen of verdwijnen. Piet van Reenen over de 2Doc De blauwe familie.

Oud-politieman Dwight van de Vijver in ‘De blauwe familie’.

Oud-politieman Dwight van de Vijver in ‘De blauwe familie’.

Gêne, voelde ik bij het zien van de documentaire De blauwe familie. En boosheid. Die film gaat over politiemensen van kleur, mensen met hart voor dat merkwaardige vak, die onrecht en discriminatie binnen de eigen organisatie tegenkwamen, zich daar over uitspraken en daarmee vastliepen. De meesten hebben teleurgesteld de politie verlaten. Beschadigd, zwarte aap genoemd of kutmarokkaan, geëmotioneerd, sommigen intussen voorzien van een nieuw perspectief, anderen worstelend met PTSS.

Zo weinig vertrouwen hadden ze intussen nog in de politieleiding, dat Control Alt Delete, de organisatie die de documentaire meeproduceerde, aan de korpsleiding de schriftelijke garantie vroeg dat de deelnemers geen nieuwe nadelen zouden ondervinden van hun deelname aan de film. Die kregen ze. Blijkbaar was dat geen overbodige luxe. Sommige politiemensen die benaderd werden voor de film weigerden uit angst voor repercussies. ‘Wie praat die gaat’ was de angst. Familie nietwaar.

Gegeneerd was ik ook over mijzelf. Ik was even blij dat de plaatsvervangend korpschef na afloop van de première opstond en vertelde hoe onthutst zij en de korpsleiding waren geweest bij het zien van de film. En hoe gecommitteerd zij waren aan initiatieven voor verbetering en de handhaving van de norm dat tegen discriminatie binnen de politie fors en consequent moet worden opgetreden. Ik vond dat heel even vooruitgang. Want in 2012 had de toenmalige korpschef Bouman ontkend dat er sprake was van racial profiling binnen de politie. Dat gebeurde tijdens de presentatie van een solide rapport van Amnesty International over etnisch profileren door de politie. De korpschef ontkende dat dat voorkwam, de voorzitter van de centrale ondernemingsraad werd heel boos. Een belediging riep hij. De voorzitter is intussen exit.

Evenwichtskunst

Mijn gene was dat de erkenning van de korpsleiding geen vooruitgang is geweest maar stagnatie. Mijn vreugde was toedekkingsdenken, dat de overheid zo dikwijls kenmerkt. Futiel, die erkenning vergeleken met de beelden uit de film. Futiel vergeleken met de signalen van interne discriminatie en pestgedrag binnen de politie. Ook vandaag procedeert voormalig teamchef Aboulouafa nog om bij de politie te mogen blijven. Ze trad naar buiten toen er tegen interne, discriminerende uitingen door de leiding niet werd opgetreden. De politie is tot nu toe niet in staat om de eigen vuile was schoon te krijgen.

Lees ook dit opiniestuk: Racistische politieagent: functie elders

Nu is het aanspreken van de leiding van een organisatie van vijfenzestigduizend mensen geen garantie voor verandering. Integendeel soms. Agenten zien de volgende verplichte anti-discriminatiecursus voor alle mensen al weer hangen. De politie kan heel veranderingsresistent zijn. Er is meer te verwachten van al die mensen die weigeren zich uit de ploegen te laten pesten – petje af. Al die mensen die hun collega’s aanspreken op discriminerend gedrag. Al die politiemensen die zonder veel ophef allochtone collega’s helpen. Die zich uitspreken tegen dat gedrag zonder uit de organisatie geduwd te worden. Een evenwichtskunst die geleerd moet worden. „Ik blijf omdat verandering alleen van binnenuit kan komen”, hoorde ik er een zeggen. In de uitvoering zit de weerstand, maar ook het veranderingspotentieel. Als dat aangesproken kan worden, is er hoop. Daar kunnen ook de politievakbonden een rol in spelen. Zij spreken zich uit in de film, daar ligt een kans op beweging.

Weinig moed

Ja, en dan de leiding. Er is een leiderschapsprobleem. Het aantal medewerkers per chef is te groot, er is teveel bureauwerk en te weinig tijd voor de mensen. En er lijkt mij te weinig moed om informele leiders aan te pakken. Om zelf een risico te nemen en om mensen in bescherming te nemen. Er is geen behoefte aan uitsluitend coachend leiderschap, maar ook aan mensen die initiatieven en verantwoordelijkheid nemen en ook gewoon eens iemand op zijn donder geven.

Lux et Libertas Lees ook: Discriminatie en uitsluiting bij de politie, we konden het weten.

Advocaat Korver zei in de film dat de politie met haar missie dat ze het recht handhaaft welbeschouwd goud in handen heeft. Dat klopt. Maar ze doet er niets mee. Met het recht, met het streven naar rechtvaardigheid in het groot en in het klein is een ongekend respect te verwerven binnen de samenleving en binnen de eigen organisatie. Dat doet de politie niet. Waar het moeilijk wordt verhardt ze.

Politiewerk navigeert altijd tussen de dukdalven van macht en recht. Ik zie een beweging naar macht. Dat is fataal omdat de redding van de politie ligt in het omarmen van het recht als kernwaarde en als bron van trots. Daarvan is het behoud van vertrouwen in de politie ook en juist door minderheden binnen en buiten de politie, afhankelijk.

Pesters, verkeerde grappenmakers, quasi- en echte racisten, het is niet uw politie en het wordt niet uw politie. Het kan een tijdje duren maar tenslotte zal de keuze simpel zijn: verander of verdwijn. Het wachten is op politieleiders die ze daarbij een handje helpen, op netwerken van Caraïbische, Marokkaanse en Joodse politiemensen en op mensenrechtengroepen binnen de politie. Op vakbondsbesturen die toegang hebben tot de basis . En van de korpsleiding die leiderschap en visie terug kan brengen in de organisatie.