De zwervende salamander kan ook de boom uit zweven

Biologie Salamanders zijn geen acrobaten. Toch kan een Californische salamander veilig uit hoge bomen springen.

Een zwevende zwervende salamander in de windtunnel van de onderzoekers.
Een zwevende zwervende salamander in de windtunnel van de onderzoekers.

Hij leeft in de hoogste bomen ter wereld, en springt daar zonder problemen uit als-ie verstoord wordt. Hoe de zwervende salamander (Aneides vagrans) het voor elkaar krijgt om na zo’n enorme sprong heelhuids te landen, was een raadsel. Drie Amerikaanse biologen komen nu in wetenschappelijk tijdschrift Current Biology met het antwoord: de salamander gedraagt zich als een skydiver.

Salamanders hebben net als andere amfibieën een dunne huid waarmee ze zuurstof kunnen opnemen – als die huid nat is, tenminste. Daarom leven ze in waterrijke omgevingen: in vijvers, langs beekjes of in vochtige bossen. Dat laatste is het geval voor de zwervende salamander: een vaak grijsgevlekte salamander die oorspronkelijk voorkomt in Californische sequoiabossen. De soort leeft soms op de bosgrond, maar individuen zijn ook te vinden in de kronen van de sequoia’s, tot ruim 80 meter hoog. Daar komt hij aan vocht dankzij boomvarens die als een spons regenwater opnemen. Eén boomkroon kan tot wel 29 salamanders herbergen.

De zwervende salamander in een sequoia. Foto Christian Brown

Aerodynamische ‘huidflappen’

Hoewel van diverse dieren, zoals spinnen, bekend is dat ze probleemloos van grote hoogtes kunnen vallen, staan salamanders niet bekend om hun luchtacrobatieke kwaliteiten, schrijven de biologen. Ze ontberen bovendien aerodynamische ‘huidflappen’ zoals die bij vliegende eekhoorns bijvoorbeeld te zien zijn. Om toch veilig te kunnen landen, is het vrijwel noodzakelijk om een stabiele houding in te nemen tijdens de valpartij.

Om die aanname te testen, lieten de onderzoekers een verticale windtunnel bouwen waarin ze vier salamandersoorten elk 45 maal naar beneden lieten vallen, en dat met een hogesnelheidscamera filmden. Zo stelden ze vast dat Aneides vagrans in alle gevallen een skydivers-houding aannam, met de poten en de staart uitgestrekt. Dat zorgde ervoor dat zijn snelheid met maximaal 0,95 meter per seconde afnam. Uiteindelijk bereikte hij een nagenoeg constante verticale snelheid, vergelijkbaar met die van skydivers waarvan de parachute eenmaal is uitgeklapt. Ook de andere salamandersoorten namen zo’n houding aan, maar hielden die minder lang vast. Vooral de nooit in bomen levende Ensatina eschscholtzii – die overigens net als Aneides vagrans en de andere twee onderzochte soorten tot de familie van longloze salamanders behoort, en dus ook echt helemaal geen longen heeft – deed het slecht in de windtunnel.

Ondanks zijn verre van gestroomlijnde uiterlijk en zijn gebrek aan huidflappen heeft de zwervende salamander wel enkele lichamelijke kenmerken die het hem, in vergelijking tot andere salamanders, relatief makkelijk maken om te skydiven. Een plat lijf, lange ledematen en grote voeten zorgen ervoor dat hij zich relatief makkelijk kan heroriënteren in de lucht. Toch zal niet elk exemplaar dat nodig hebben: sommige individuen blijven hun leven lang in dezelfde boom, en zullen nooit hoeven te zweven.