Reportage

De oorlog zorgt voor problemen in de tarwe-export van Oekraïne: ‘Er wordt ontzettend geschoten’

Boeren in Oekraïne De oorlog heeft grote invloed op de tarwe-export van Oekraïne. Als er al geoogst kan worden, kan het voedsel slechts mondjesmaat het land verlaten.

Mikolajiv Een graanoogstmachine van de Oekraïense boer Roeslan Neroda.
Mikolajiv Een graanoogstmachine van de Oekraïense boer Roeslan Neroda.

Normaal gesproken zegent de priester van het Oekraïense dorp Pryboezke, ten zuiden van Mikolajiv, de landbouwgrond voor het zaaien. Dit jaar werden zijn zalmroze kerkje en het omliggende land verwoest door Russische beschietingen. De priester meldde zich bij het leger en vertrok naar het front. Het is slechts een van de tegenslagen waar de Oekraïense landbouw mee kampt.

Oekraïne staat bekend als de ‘graanschuur van de wereld’. Twee derde van de totale landoppervlakte bestaat uit landbouwgrond. Vorig jaar kwam 10 procent van de wereldwijde tarwe-export uit Oekraïne. Het land produceert de calorieën die 400 miljoen mensen wereldwijd voeden. Dit jaar zal er vanwege de oorlog zo’n 20 tot 30 procent van alle ingezaaide gewassen niet kunnen worden geoogst, schatte de VN in maart.

Lees ook De oorlog in Oekraïne is niet de enige oorzaak voor de onbetaalbare tarwe

De haven van Mikolajiv aan de rivier de Zuidelijke Boeg nam de afgelopen jaren ongeveer een vijfde van de Oekraïense export van tarwe voor zijn rekening. Dit jaar vergaarde de stad de status van een geuzenstad die de opmars van de Russen naar Odessa wist te tegen te houden. Het nabijgelegen Cherson viel kort na het begin van de oorlog in handen van de Russen. Mikolajiv werd omsingeld en wekenlang belegerd, maar de Russen kregen er geen grip op en werden uiteindelijk teruggedrongen tot zo’n 15 kilometer ten zuiden van de stad, in de richting van de Krim.

Geïmproviseerde camouflage

Over een landweg naar het front, ten zuidoosten van Mikolajiv, rijdt een bonte stoet van militaire voertuigen af en aan. Personenwagens met geïmproviseerde camouflage, van graffiti en verfvlekken tot doeken of netten met takken. Oekraïense militairen kijken onderuitgezakt, halfgrijnzend uit de open ramen naar buiten. De zon schijnt en de Russen hebben al in geen weken vorderingen gemaakt in het gebied. Zo nu en dan rijdt er een groene vrachtwagen met materieel langs en er wordt zelfs een houwitser aangevoerd.

Het grootste probleem voor de tarwe- en andere landbouwproductie is dat veel boerderijen zijn vernield, en de grond bezet, met mijnen bezaaid of verwoest is. Zoals de boerderij van Sergej Nikolajevitsj Tjoetjoennik (61). Hij draagt een vest van Tommy Hilfiger, zijn buik is rond als een appeltje. Tjoetjoennik staat langs de landweg naar Pryboezke. Pryboezke is het laatste dorp in Oekraïense handen, verder naar het zuiden liggen de Russen. De boer werd in 1989 de baas van een collectieve boerderij, een kolchoz. Na de val van de Sovjet-Unie wist hij het stuk van 1.000 hectare land te kopen en sindsdien heeft hij er altijd op gewerkt.

Sergej Tjoetjoennik (links) heeft een boerderij, vlak bij het front. Veel van zijn apparatuur is vernield.

„Negentig procent van mijn apparatuur is verwoest”, zegt Tsjoetjoennik. Ook zijn kantoor met eigendomspapieren is uitgebrand, waardoor hij moeilijkheden heeft om de apparatuur die nog wel heel is, weg te krijgen. Tjoetjoennik wil NRC zijn vernielde boerderij in dat dorp laten zien. Wordt daar dan niet geschoten? „Er wordt ontzettend geschoten!” roept Tsjoetjoennik uit. Dus laat hij op zijn telefoon foto’s zien van de schade. Het metalen dak van zijn opslagschuur heeft zoveel kogels gevangen dat het er overdag vanbinnen uitziet alsof er een discobal hangt. In zijn ploeg zijn gaten gevallen door granaatscherven. Zelfs één kogel op de verkeerde plek kan een tractor volledig molesteren, bezweert de boer.

Vlogs op YouTube

Zo’n 5.300 hectare landbouwgrond ligt recht aan het front in de regio van Mikolajiv en verkeert in vergelijkbare staat. Aan de westkant van de stad is het rustiger. Daar ligt het land van Roeslan Neroda. Neroda is geen „typische Oekraïense boer”, zegt hij zelf. Hij is in de veertig, draagt een wit poloshirt en is gek op innovatie. Op YouTube vlogt hij over zijn werk.

Op Neroda’s grond landden tot nu toe een paar raketten. „Dat was niet ernstig, maar wel eng”, zegt Neroda. „De eerste keer dat dit gebeurde wilde niemand erbij in de buurt komen, maar inmiddels trekken we ze zelf uit de grond met tractoren.”

Hoewel zijn boerderij in principe ongeschonden is, ondervindt hij grote problemen door de oorlog. Zo kon hij dit jaar geen lening krijgen van de bank. „Banken vinden dit een gevaarlijk gebied. Ze denken dat als ze ons een lening geven, we over een paar weken door de Russen worden geraakt.” Omdat het geld voor een boer pas binnenkomt als de oogst is verkocht, is zo’n lening vaak nodig om het werk te kunnen doen. „We kopen er mest mee, of bestrijdingsmiddelen, of brandstof, we betalen er de salarissen van en doen investeringen”, zegt Neroda. Eigenlijk alles is lastiger geworden door de oorlog. „Plastic zakken kopen om lijnzaad in te vervoeren was voorheen één telefoontje, nu waren we er twee weken mee bezig.” Ook is er nauwelijks diesel te krijgen. Zonder brandstof werken Neroda’s tractor en andere machines niet, dus hij heeft al een paar weken vertraging opgelopen.

In zijn schuur liggen bergen lijnzaad – de oogst van vorig jaar. Veel bedrijven die nog wel werken, zitten op hopen voedsel omdat er veel minder geëxporteerd kan worden: veruit het grootste deel van de leveringen liepen via de Zwarte Zee, en die is dicht.

Alle silo’s zitten vol

Bij Nibulon, een groot Oekraïens bedrijf dat tarwe en zaadolie opslaat, verhandelt en vervoert over zee, zien ze als eerste een gebrek aan opslagruimte ontstaan. „Wij hebben 23 krachtige graanzuigers en 445 silo’s in Oekraïne waar de tarwe onder gecontroleerde omstandigheden lang kan worden bewaard”, zegt Oleksandr Pirozjenko namens Nibulon. „Alles ligt helemaal vol. We krijgen veel telefoontjes van lokale boeren die proberen hun oogst nog te verkopen, maar we kunnen er niets meer bij leggen.”

Boeren in de omgeving van Mikolajiv hebben volgens Pirozjenko nog tienduizenden tonnen tarwe liggen. Buiten de silo’s loopt de oogst de kans te verpieteren of verwoest te raken, en de boeren kunnen failliet te gaan omdat ze hun inkomsten mislopen.

Zeemijnen

Nibulon zelf heeft de schade nog niet opgemaakt. „Mogelijk zijn het tientallen miljoenen of honderden miljoenen euro, we hebben heel veel contracten af moeten zeggen”, zegt Pirozjenko. Zelfs als de oorlog morgen voorbij is, zal Oekraïne waarschijnlijk niet meteen weer kunnen exporteren, omdat er nog zeemijnen liggen in de Zwarte Zee.

Een vijfde van de export van graan komt van hier

Pirozjenko denkt dat het sneller kan. Hij wil het liefst nu alweer beginnen en hoopt dat Oekraïne met hulp van de NAVO een ‘groene watercorridor’ kan organiseren, zodat nog voor het einde van de oorlog geëxporteerd kan worden. Deze oplossing is niet waarschijnlijk – Rusland heeft nog veel schepen in de Zwarte Zee liggen en heeft er geen belang bij dat tarwe en zonnebloemolie geëxporteerd worden. In de bezette gebieden worden opslagplaatsen ook geplunderd en de inhoud naar Rusland vervoerd. Dit gebeurde ook met silo’s van Nibulon in het oosten van Oekraïne.

Langs de landweg richting Pryboezke wordt het ondertussen steeds drukker. Tjoetjoenniks schoonzoon is ook uit de auto gestapt. Buurman Andrej Aljoha, ook een boer, rijdt langs en parkeert meteen om zich bij het gezelschap te voegen. Een politiekapitein en een lid van de speciale eenheden komen poolshoogte nemen. Een vrouw onderweg naar de bushalte ziet het groepje staan. „Wat een rij! Wordt daar iets verkocht of zo?” vraagt ze vanaf de overkant van de straat. De boeren vallen stil. Van hun land wordt even helemaal niets verkocht.