Van het oude voetbalstadion in Tirana is alleen de hoofdingang blijven staan

Finale Conference League Feyenoord speelt woensdag tegen AS Roma in een kleine voetbaltempel in Tirana. Albanezen protesteerden tegen de bouw, maar nu is iedereen trots.

Het Air Albania-stadion in Tirana, waar Feyenoord woensdagavond speelt tegen AS Roma.
Het Air Albania-stadion in Tirana, waar Feyenoord woensdagavond speelt tegen AS Roma. Foto Florion Goga/Reuters

Wie zich vanaf het vliegveld naar het voetbalstadion in het centrum van Tirana laat rijden in een van de duizenden, voor Noord-Europese begrippen ridicuul goedkope taxi’s, zal aan niets zien dat Albanië wedijvert met Moldavië om de status van Europa’s armste land. Het is een luxueuze voetbaltempel, opgetrokken in de nationale kleuren zwart en rood. De plint van het stadion is gevuld met dure winkels. De bars, onderin de zuidzijde, serveren cocktails en sushi.

Met een gemiddeld netto maandsalaris van 384 euro hebben de meeste Albanezen er niets te zoeken. Onbetaalbaar. Net als een toegangsbewijs voor de finale van de Conference League die Feyenoord en AS Roma er woensdag spelen. Dat wil allerminst zeggen dat ze niet blij zijn met het nieuwe stadion.

Dat was anders bij de aankondiging van de bouw. Toen volgden protesten en zelfs demonstraties – critici wilden het oude stadion behouden en zaten vooral niet te wachten op weer een gebouw in de stijl van de appartementencomplexen die de laatste jaren het aanzien van de stad zijn gaan bepalen. Nu gaat het bouwwerk door als een van de belangrijkste bezienswaardigheden van de stad. Bovendien heeft het een schande uitgewist. Enige tijd moest het nationale team thuiswedstrijden in het buitenland spelen omdat geen stadion voldeed aan de eisen van internationale voetbalbonden UEFA en FIFA.

Potsierlijke naam

De creatie van de Italiaanse architect Marco Casamonti heet officieel het Air Albania-stadion. Albanezen noemen het zelden zo. Te potsierlijk: het gaat hier om een luchtvaartmaatschappij als al te opzichtig nationalistisch project, met slechts drie vliegtuigen, geleend van moedermaatschappij Turkish Airlines. Gangbaar zijn Arena Kombëtare (kombëtare is nationaal), of ‘het Qemal Stafa’, de naam van het oude stadion en tevens van een oprichter van de Albanese communistische partij.

Het nieuwe stadion heeft nu al een geschiedenis. Niet zozeer in het voetbal. De openingswedstrijd tegen Frankrijk op 17 november 2019 was hemeltergend saai. Frankrijk was veel te sterk voor de nationale ploeg van Albanië. Eenvoudig kwamen de Fransen op voorsprong en alsof zij het feestelijke moment voor de aanwezige Albanese hoogwaardigheidsbekleders niet wilden verpesten, hielden ze zich daarna in, wat de machteloosheid van de Albanezen slechts onderstreepte. Het bleef 0-2, de stand die al na 30 minuten was bereikt. De clubs die hun thuiswedstrijden in Air Albania spelen – Partizani, Tirana en Dinamo – kunnen het niet vullen, al telt het stadion niet meer dan 22.000 zitplaatsen. Albanezen volgen de Italiaanse competitie met meer belangstelling dan de eigen: het gros van de voetballiefhebbers meent na enkele grote omkoopschandalen dat anderen de uitslag al kennen nog voor de wedstrijd is gespeeld. Dat blijkt dodelijk voor bezoekersaantallen.

De geschiedenis van het nieuwe stadion ligt in de politiek. Sali Berisha, ex-premier en oud-president, bracht afgelopen december zo’n vijfduizend leden van zijn partij naar de voetbaltempel. Het was een opvallend beeld. Door de gemiddelde leeftijd van de overwegend mannelijke partijleden en hun voorkeur voor donkere trainingspakken, leek de tribune vol te zitten met voetbalcoaches. Na lange toespraken deden ze wat Berisha van ze vroeg: de partijleider wegstemmen, een man waar Berisha mee overhoop lag.

‘Cultuurschok in Tirana’

Van het oude stadion is alleen de fraaie hoofdingang blijven staan. John de Wolf, als assistent-coach van Feyenoord mee naar Tirana, zal die entree wellicht nog herkennen, omdat hij als speler eerder in de hoofdstad heeft gevoetbald. September 1991, tegen Partizani. Zijn teamgenoten en hij waren diep onder de indruk van de armoede die ze zagen. Albanië zat aan de grond. Privébezit was decennialang streng verboden geweest en de dictator had al voor zijn dood in 1985 alle banden met het buitenland doorgesneden. Wat restte was honger. In de documentaire Cultuurschok in Tirana (2017) vertelde De Wolf dat bedelende kinderen, vrouwen zonder schoeisel en andere „onmenselijke omstandigheden” het team zo hadden aangegrepen dat fatsoenlijk voetballen eigenlijk niet meer ging. De Wolf: „Wij zijn ook mensen. Door wat we daar zagen … dat gaat niet in je koude kleren zitten. Dat namen we mee het veld op.”

Op de weg terug naar Rotterdam besloten de Feyenoord-spelers een inzamelingsactie op te zetten. Of fans voedsel en kleding wilden geven voor de spelers van Partizani. De actie werd een groot succes. De enorme hoeveelheid ingezamelde kleding ging in containers naar Tirana.

Trots op de finale

Deze dagen zal De Wolf zijn ogen uitkijken door de transformatie die het land in de afgelopen 31 jaar heeft doorgemaakt – en vooral in de buurt rond het stadion. De sfeer zal ook nieuw voor hem zijn. Albanië is trots op de finale. En Albanezen maken zich vrolijk dat er voor het eerst in de geschiedenis van de stad zoveel mensen ernaartoe proberen te komen. In Albanië circuleert een iconische foto van de duizenden vluchtelingen die in 1991 op een vrachtschip klommen, in de hoop naar Italië te ontkomen. Nu staat bij die foto, in het Italiaans: ‘Allemaal naar Tirana!’

Lees ook de voorbeschouwing op de finale: Feyenoord-coach Arne Slot laat zich voor de finale niet uit de tent lokken

Natuurlijk is er wel discussie over de enorme prijzen waarvoor Albanezen hun kaartjes doorverkopen aan fans van Feyenoord en AS Roma. Elton Caushi, een historicus die een museumpje runt over het communistische verleden van Albanië, spreekt over „één groot feest”. En vierduizend euro voor een kaartje? „Dat noem ik een voorzichtige inkomensoverdracht van Italië en Nederland aan Albanië, op initiatief van de UEFA. Niks mis mee.”

Foto ANP