Raad van Discipline legt oud-advocaat van Gerard Sanderink voorwaardelijke schorsing op

Tuchtklacht Advocaat Aldo Verbruggen wordt op de vingers getikt vanwege de rol die hij speelde in het conflict tussen ondernemer Sanderink en diens ex-vriendin Brigitte van Egten.

De rechtbank van Amsterdam. Zaken van de Amsterdamse afdeling van de Raad van Discipline – het onafhankelijke orgaan voor de tuchtrechtspraak van de advocatuur – worden hier behandeld.
De rechtbank van Amsterdam. Zaken van de Amsterdamse afdeling van de Raad van Discipline – het onafhankelijke orgaan voor de tuchtrechtspraak van de advocatuur – worden hier behandeld. Foto Remko de Waal / ANP

De Raad van Discipline Amsterdam heeft advocaat en voormalig officier van justitie Aldo Verbruggen voor vier maanden geschorst. Hij krijgt de disciplinaire straf vanwege zijn optreden als advocaat-onderzoeker in een conflict tussen ondernemer Gerard Sanderink en diens ex-vriendin Brigitte van Egten. Aan de straf is een proeftijd van twee jaar verbonden. Het betekent dat de schorsing geen directe gevolgen heeft voor de zaken die Verbruggen momenteel behandelt.

De tuchtstraf komt op een saillant moment. Verbruggen staat momenteel Gerrit Zalm bij. De oud-bestuurder van ABN Amro is door het OM aangemerkt als verdachte in het witwasonderzoek tegen de bank. In het verleden vertegenwoordigde Verbruggen onder meer voormalig topman Cees van der Hoeven in het boekhoudschandaal bij Ahold.

Verbruggen zou zich ‘opportunistisch en misleidend’ hebben opgesteld tegenover Van Egten

In de zaak waarin Verbruggen nu veroordeeld is, gaat het om een fraudeonderzoek dat hij heeft uitgevoerd op verzoek van miljardair en ondernemer Gerard Sanderink. De eigenaar van infrabouwer Strukton en automatiseerder Centric beweert al jaren dat zijn ex-vriendin Brigitte van Egten geld zou hebben weggesluisd bij een van zijn bedrijven.

Eerdere onderzoeken hebben geen bewijs opgeleverd voor Van Egtens schuld, maar toch bleef Sanderink zijn verwijten lange tijd publiekelijk herhalen. De rechter heeft hem daarvoor meermaals op de vingers getikt.

Ook oordeelde de rechtbank dat hij geen gegevens uit de mailbox van Van Egten en andere privédocumenten had mogen delen. Sanderink stuurde details daarover naar onder anderen werknemers van zijn bedrijven. De rechtbank formuleerde één uitzondering op het verbod: een „fraudeonderzoek door een onafhankelijk bureau”.

De ondernemer huurde daarop Verbruggens kantoor Lumen Lawyers in om dat onderzoek uit te voeren. Onafhankelijk was dat onderzoek echter niet, stelde de rechtbank in Almelo vast in 2020. Verbruggen stond Sanderink en zijn bedrijven op dat moment bij in enkele rechtszaken.

Lees ook dit artikel: Sanderink moet ex-vriendin bijna 2 miljoen euro betalen

Tuchtklacht

Van Egten diende daarop een tuchtklacht in tegen Verbruggen. Die onderbouwde ze later met materiaal dat ze in de mailbox van Sanderink had aangetroffen. Het gaat onder meer om berichten tussen de ondernemer en Verbruggen over het onderzoek. Van Egten kreeg na tussenkomst van de rechter inzage in de mails om te kunnen controleren met wie de ondernemer allemaal privégegevens van haar had gedeeld.

Zo bleek onder meer dat Verbruggen informatie uit zijn nog niet afgeronde fraudeonderzoek deelde met Sanderink en een van de andere advocaten van de Twentse ondernemer, Roeland de Mol van het Haagse kantoor BarentsKrans.

In de berichten werd onder meer besproken welke inhoud het rapport zou moeten hebben om „maximaal effect” te sorteren in procedures die Sanderink en zijn ex-vriendin over en weer voeren. Ook kreeg de advocaat-onderzoeker pleitnota’s opgestuurd voor advies. „Hierbij mijn aanbevelingen. We zijn er bijna – het is een sterk stuk geworden”, schrijft Verbruggen in een bericht aan De Mol.

In het oordeel stelt de Raad van Discipline maandag dat Verbruggen zich „opportunistisch en misleidend” heeft opgesteld tegenover Van Egten. De advocaat negeerde het verbod „welbewust” om privégegevens van haar te gebruiken waar dat niet mocht. Op zitting heeft de advocaat er „nauwelijks blijk van gegeven dat hij in dit opzicht met zelfreflectie naar zijn eigen handelen en houding kan kijken en daarover nadenken”, staat in de uitspraak te lezen.

Verbruggen ontkende eerder tegenover NRC dat hij een onafhankelijk onderzoek zoals door de rechter beschreven, had uitgevoerd. „Uiteraard staat het een onderneming vrij onderzoek uit te doen voeren naar signalen van fraude – door wie het bedrijf wenst. Daarbij heb ik de kernwaarden van de advocatuur in acht genomen; onafhankelijkheid is daar één van.” Daarover zegt de Raad van Discipline nu dat van Verbruggen „als bij uitstek deskundig op het terrein van ondernemingsonderzoeken” verwacht mocht worden dat hij de opdracht niet zou aannemen.

‘Het wachten is beloond’

In een reactie stelt Van Egten via haar advocaat Paul Tjiam: „Twee jaar lang heeft mijn cliënte het gedrag van Verbruggen aan de kaak gesteld. Het wachten is beloond: een zeldzaam strenge uitspraak over het wangedrag van een onafhankelijk onderzoeker die allesbehalve onafhankelijk was.” Verbruggen zegt via zijn advocaat Jonas Verheul „met teleurstelling” te hebben kennisgenomen van het vonnis. De Raad gaat er volgens hem aan voorbij dat Verbruggen „kenbaar optrad als partijdige advocaat die in opdracht van zijn cliënt onderzoek deed”. Verbruggen ziet een hoger beroep „met vertrouwen tegemoet”.

De kwestie heeft ook de aandacht getrokken van de toezichthouder op de advocatuur. Deken Evert-Jan Henrichs van de Amsterdamse Orde van Advocaten diende een dekenbezwaar in tegen de handelswijze van Verbruggen. De toezichthouder kan dat doen als hij denkt dat het handelen van een advocaat het vertrouwen in de advocatuur schaadt. De uitkomst van het dekenbezwaar was maandag aan het eind van de middag nog niet bekend.

Volgens het FD is het inmiddels het derde dekenbezwaar dat is ingediend tegen advocaat-onderzoekers, met een vierde in voorbereiding. Er is al jarenlang kritiek op dit soort onderzoeken, waarbij bedrijven advocatenkantoren inhuren om hun handelen in bijvoorbeeld interne kwesties te onderzoeken. Zo hebben opdrachtgevers te veel invloed op de uitvoering en uitkomsten van het onderzoek. Onder meer doordat ze bepalen welke informatie te delen en door te sturen op de onderzoeksvraag.

Onlangs was er kritiek op advocatenkantoor Van Doorne dat door producent ITV is ingehuurd om onderzoek te doen naar misstanden bij tv-programma The Voice of Holland. Het OM riep slachtoffers op zich eerst bij de politie te melden, niet bij Van Doorne, om ze een volledig onafhankelijk onderzoek te kunnen garanderen.

Eerder al werd onder meer advocatenkantoor De Brauw tuchtrechtelijk veroordeeld vanwege een onderzoek naar vals spel van NS-dochter Qbuzz bij een aanbesteding. In het rapport concludeerde De Brauw ten onrechte dat de NS-directie niet op de hoogte was van de misstanden. Ook onderzoek van De Brauw naar malversaties bij SBM Offshore raakte in opspraak, evenals dat van NautaDutilh naar accountantskantoor Baker Tilly.

Lees ook dit artikel: Na tientallen rechtszaken nieuw hoofdstuk in soap rond miljardair Sanderink