Europa schippert met de begrotingsregels met dubbelzinnigheid tot gevolg

Begrotingsbeleid De Europese Commissie zet het Stabiliteitspact nog een jaar buitenspel, maar waarschuwt regeringen niet met geld te smijten.

Eurocommissaris Paolo Gentiloni (Economie) (links), ECB-president Christine Lagarde en de Duitse minister van Financiën Christian Lindner in Brussel, 23 mei 2022.
Eurocommissaris Paolo Gentiloni (Economie) (links), ECB-president Christine Lagarde en de Duitse minister van Financiën Christian Lindner in Brussel, 23 mei 2022. Foto Olivier Hoslet / EPA

Langzaam begint de twijfel post te vatten in Europa. Is het voor regeringen wel verstandig om massaal geld te blijven uitgeven, nu de inflatie piekt? Een paar maanden geleden nog was overal in Europa het devies: investéér om de economie uit de coronarecessie te trekken en om de energietransitie te versnellen. Inmiddels zijn er redenen om de geldkraan weer wat meer dicht te draaien.

De Europese Commissie publiceerde maandag haar jaarlijkse aanbevelingen voor het begrotings- en economisch beleid. De boodschap van Brussel is, zachtjes gezegd, ambivalent. Aan de ene kant kondigt de Commissie aan het Stabiliteitspact, waarin staat dat het begrotingstekort niet meer dan 3 procent van het bbp mag bedragen, een jaar langer buiten werking te stellen. Het pact staat al op pauze sinds begin 2020, toen de coronapandemie Europa trof. Brussel vond toen dat regeringen de ruimte moesten krijgen om werknemers en bedrijven te hulp te schieten. Daarna moest het economisch herstel worden aangejaagd, tot eind 2022.

Nu wil de Commissie de begrotingsregels nog een jaar extra opschorten, tot eind 2023. De oorlog in Oekraïne betekent volgens Eurocommissaris Paolo Gentiloni (Economie) een „tweede externe schok” voor de economie, na die van corona. Overheden moeten daarop „flexibel” kunnen reageren, zei hij.

Tegelijkertijd maant Brussel de nationale regeringen om vooral „prudent” om te gaan met deze financiële ruimte. Maatregelen om de energielasten voor burgers te verzachten moeten „tijdelijk” en „gericht” zijn. Bij begrotingsplannen voor volgend jaar moet gelet worden op de „houdbaarheid” van de financiën op de middellange termijn, gezien de „hoge schuldniveaus” die tijdens de pandemie zijn opgebouwd. In de eurozone schoot de staatsschuld gemiddeld omhoog van 84 procent van het bbp in 2019 naar 96 procent in 2021.

Brussel maant de landen om „prudent” om te gaan met deze financiële ruimte

Duitsland en Frankrijk

De Duitse minister van Financiën, Christian Lindner, verklaarde zondag tijdens G7-overleg in Duitsland tegen de Financial Times dat de extra financiële ademruimte in 2023 geen excuus moet zijn voor lidstaten om lukraak met geld te strooien. Duitsland zal geen gebruikmaken van de extra begrotingsruimte en houdt vast aan de Schuldenbremse (de schuldenrem), het Duitse instrument dat begrotingsdiscipline de norm maakt.

In Frankrijk, dat sowieso weinig op heeft met de begrotingsregels, lijkt het anders te gaan lopen: Parijs gaf al 26 miljard euro uit aan compensatie van huishoudens voor de inflatie. Een wetsontwerp voor bescherming van de koopkracht kost nog eens miljarden, schrijft de krant Le Figaro. De regering denkt de begrotingsnorm van 3 procent pas te halen in 2027.

Overheden zitten met een lastig dilemma. Burgers en vakbonden schreeuwen om compensatie voor de torenhoge prijsstijgingen. Maar als de overheid meer geld in de economie pompt, kan dat de prijzen verder aanwakkeren. Want de vraag naar allerlei (soms schaarse) producten blijft dan op peil, wat prijsopdrijvend werkt.

Economen waarschuwen al enige tijd voor dit effect. In de VS voorspelde de econoom Larry Summers begin vorig jaar al hoge inflatie, als resultaat van grootscheepse hersteluitgaven door de regering-Biden. In Nederland liet De Nederlandsche Bank eind vorig jaar dezelfde waarschuwing horen, over de miljardeninvesteringen door het kabinet Rutte-IV.

Voor financieel kwetsbare Europese landen is er een extra reden om de hand wat meer op de knip te houden: de oplopende leenkosten. Nu de Europese Centrale Bank gaat stoppen met de opkoop van staatsleningen, loopt de rente op met name Zuid-Europese staatsleningen op. De Portugese minister van Financiën, Fernando Medina, zei zondag volgens de Financial Times dat schuldreductie nu de prioriteit heeft. Portugal wil af van het ‘podium’ van schuldbeladen landen, met daarop ook Griekenland en Italië.