Reportage

Weinig jonge mensen hebben nog interesse in zeilenmaken. ‘Dit is echt arbeid’

Uitstervende ambachten Zeilenmaker Jan van Duyn werkte vroeger in een team van vijf. Nu is hij meestal alleen. De aanwas van nieuwe, jonge vakmensen droogt op.

Jan van Duyn van Zeilmakerij Dekker heeft het druk in het voorjaar. „Als ik vraag wanneer iemand weer wil varen, is het antwoord altijd ‘morgen’.”
Jan van Duyn van Zeilmakerij Dekker heeft het druk in het voorjaar. „Als ik vraag wanneer iemand weer wil varen, is het antwoord altijd ‘morgen’.” Foto Olivier Middendorp

Het liefst is hij elke dag op de zeilboot, met niets dan water om hem heen. Overgeleverd aan water en wind. Want zodra de zeilen omhoog staan, komt de overgave. En dan liefst in het voorjaar, als de natuur ontluikt en eenden jonkies krijgen. ’s Avonds voor anker, slapen op de boot, wakker worden in de stilte, in het niets. „Een weekend op het water voelt als een week vakantie.”

Maar aan zeilen komt Jan van Duyn (51) van Zeilmakerij Dekker tegenwoordig weinig toe. Daarvoor is het te druk in zijn zaak in Zaandam. Vroeger werkte hij in een team van vijf, maar de meesten zijn met pensioen. Nu is hij meestal alleen; twee dagen in de week krijgt hij hulp van een freelancer. En juist in zijn favoriete seizoen, het voorjaar, is de drukte het grootst: iedereen wil het water op en maakt de zeilen klaar. „Als ik vraag wanneer iemand weer wil varen, is het antwoord altijd ‘morgen’.”

Hij treurt er niet om. „Zeilen repareren en leveren is een mooie tweede.” Als het straks hoogzomer is, alle zeilen weer geschikt zijn om mee te zeilen en iedereen tevreden op het water ligt, kan hij ook weer met de boot op pad. „Dan heb ik alleen af en toe een spoedoperatie.”

Het is uitkijken met de naalden van de naaimachine, zegt Van Duyn. „Je naait zo door je vinger heen”.

Foto Olivier Middendorp

Gebrek aan opvolgers

De zeilmakerij zit boven een watersportwinkel waar ze vroeger onderdeel van was, en waar Van Duyn tien jaar lang werkte. De eigenaren wilden acht jaar geleden van de zeilmakerij af – ze konden nauwelijks nog personeel vinden. „Het leek mij wel een mooie uitdaging het over te nemen. Zeilen is altijd al mijn hobby geweest. Ik had alleen nog nooit achter een naaimachine gezeten.”

De twee parttimers die er toen nog werkten – inmiddels met pensioen – leerden Van Duyn om te gaan met de machine. Over de zeilen zelf hoefde hij als ervaren zeiler weinig te leren. „Met de overname voorkwam ik het uitsterven van deze zeilmakerij. Die bestaat inmiddels ruim 150 jaar.” In 2021 maakte Van Duyn 327.300 euro omzet met de zeilmakerij.

Opvolging is een veelvoorkomend probleem in de zeilenmakerij, weet Van Duyn. „Veel zeilenmakers zitten tegen het eind van hun werkende leven. Ik krijg vaak verzoeken of ik een zeilmakerij wil overnemen. In deze branche is het niet vanzelfsprekend dat iemand je opvolgt.”

Weinig jonge mensen hebben interesse in het vak, zegt Van Duyn. „Dit is echt arbeid. Tegenwoordig zijn er allemaal andere keuzes voor jongeren, YouTuber worden bijvoorbeeld. Dat zegt niets over de jeugd van nu, hoor: vroeger was er gewoon geen keus.” Bovendien is er geen officiële opleiding. Wie het vak in wil, moet in de leer bij een ervaren zeilenmaker. Dat maakt het beroep kwetsbaar in een samenleving die de nadruk legt op school en studie.

Het exacte aantal nautische zeilenmakers in Nederland is onbekend. De branchevereniging voor Scheepsbenodigdhedenhandelaren, Zeilmakers en Scheepstuigers heeft 68 leden die actief zijn in de zeilmakerij, maar die zitten niet allemaal in watersport. Een deel maakt bijvoorbeeld tentzeilen of zeilen voor molenwieken.

De Hiswa, branchevereniging voor watersportbedrijven, kent vijftig zeilenmakers, waarvan slechts een deel gespecialiseerd is in tuigage (touwwerk en zeilen voor zeilboten). De vereniging merkt een „stagnatie in nieuwe aanwas” van vakmensen. Terwijl daar wel behoefte aan is: sinds de coronacrisis nam de populariteit van recreatief zeilen flink toe, volgens een woordvoerder. In 2021 verstrekte de Commissie Watersport Opleidingen bijna 25.000 diploma’s – een groei van 140 procent ten opzichte van 2019. „De jachthavens liggen vol.”

Van Duyn: „Zeilen is altijd al mijn hobby geweest. Ik had alleen nog nooit achter een naaimachine gezeten.”

Foto Olivier Middendorp

Minder tijd om te kletsen

Van Duyn: „Ik zou het geweldig vinden als iemand eens aanklopte en zei: dit vak, dat wil ik ook leren. Het liefst een jong iemand, die het ooit kan overnemen.” In je eentje werken maakt de drukte soms lastig behapbaar, zegt hij. Er is daardoor „minder tijd om te kletsen, en kletsen doe ik graag. De winkel is toch een sociaal gebeuren, een zeilmakerij helemaal: mensen praten graag over hun boot.” Tegen een klant die stof zoekt om zelf een huik te maken (een hoes voor om het zeil): „Ik moet vandaag een klus af hebben en dat gaat nu al niet meer lukken, omdat ik met u sta te kletsen.”

Die klus, dat is een nieuw raampje in een groot, wit zeil. In het oude raam zit een brandgaatje. Hij komt er inderdaad nauwelijks aan toe: net als hij de knipschaar wil pakken om een stuk raamfolie af te knippen, loopt de volgende klant alweer binnen. Het is iemand met een kapotte kampeertent, die binnenkort een weekje naar de camping in Frankrijk wil. Hij heeft er eigenlijk geen tijd voor, toch neemt Van Duyn de tent aan. „Ik doe normaal alleen zeilen. Maar ja, als zo iemand binnenloopt, dan doe ik dat ook maar.”

Het tentdoek gaat bovenop de stapel die al op een van de twee werktafels van vijftien bij zes meter ligt. De tafel is voor ongeveer de helft bedekt met opgevouwen of opgerolde te repareren zeilen. De andere tafel is bijna geheel bedolven door een wit zeil met blauwe randen.

Een zeil draagt vaak een verhaal met zich mee, zegt Van Duyn. „Deze heeft bijvoorbeeld flink wat winden doorstaan, het is een oud wedstrijdzeil. Oer-Hollands ook, een zestienkwadraats BM, die komt van een houten boot van Nederlands ontwerp.”

Aan de werktafels zijn zes naaimachines bevestigd. „Voor fijner en voor grover werk. Voor dubbelstiksel, zigzagstiksel, en voor meer of minder kracht.” Werken met de machine vindt Van Duyn „heerlijk”. „Die machine gaat zo hard, en tegelijkertijd is het zulk precisiewerk. Het zijn echt krachtige dingen. Op een dag breek ik zeker twee naalden, en dat geeft een knál. Je moet er ook wel voorzichtig mee zijn, je naait zo door je vinger heen. Doet niet heel veel pijn, hoor, maar het is elke keer weer schrikken.”

Het stuk raamfolie is inmiddels opgemeten en uitgeknipt. Een zeil moet een vleugelprofiel hebben, vertelt Van Duyn – dat vervormt met de wind. Daarom bestaat het uit geweven doek. Maar het raam moet juist vormstabiel zijn, en dus gecoat: „Anders rekt het op als een ballonnetje in de wind.”

Vanaf Van Duyns bovenverdieping is de watersport niet weg te denken: hij heeft er uitzicht op een steiger waar de groene zeilboot de Obelikx met opgerolde zeilen deint op lichte golfjes. Aan de overkant van het water bevinden zich een watersportbedrijf en een zeilspecialist (niet voor de zeilen, zoals Van Duyn, maar voor bootonderdelen). De steiger ligt in een aftakking van de Voorzaan, die weer uitmondt op het Noordzeekanaal. Klanten meren er vaak aan, zodat Van Duyn de zeilen op de boot kan inmeten. „Maar soms ga ik zelf, in mijn vrije tijd, naar de haven toe waar de boot van een klant ligt. Vorige week was ik nog in Zeeland.”

Foto Olivier Middendorp

Handtasjes en etuitjes

In een hoek liggen oude, versleten doeken. „Kijk, dit krijg je zo kapot”, zegt Van Duyn terwijl hij een stuk zeil uit elkaar trekt. „Dat is niet meer te repareren.” Van de oude doeken maakt hij vaak boodschappentasjes, handtasjes en etuitjes met zijn veertienjarige dochter. „Dan zitten we hier gezellig samen te knutselen.” Zijn zeventienjarige zoon helpt vaak met inmeten van zeilen. „Ik zou het prachtig vinden als een van mijn kinderen de zaak ooit overneemt. Maar dat is niet hun ambitie. Nog niet, in ieder geval.”

Hij springt op de werktafel en sleept het zeil met kapot raampje naar een van de kleinere naaimachines. „Dat kan nog wel eens een gevecht worden, er is weinig ruimte onder deze machine en het is een groot zeil.” Maar het kan niet anders: bevestiging van het raampje vereist „het fijnere werk”. Hij zet zijn bril op, neemt plaats op het krukje naast de machine en trapt het pedaal in. Met beide handen begeleidt Van Duyn het zeil, steeds sneller, tot het zigzaggende tiktak van de machine in een snelle ‘roetsj’ verandert en zijn duim haast tegen de naald aan ligt.

Die tastbaarheid van het ambacht, dat vindt hij er zo mooi aan. „Het begint met een rolletje doek en daarna is het opeens iets. En niet zomaar iets: een zeil, majestueus én functioneel.”

Hij ziet het zichzelf nog wel vijftien, twintig jaar doen. „Daarna ga ik lekker rondvaren, met een boot waarop ik kan wonen. Niet te groot, hoor. Ach, het zijn nu allemaal nog fantasieën. Maar de bedoeling is wel om mijn laatste jaren op het water te slijten.”

Met een tornmesje snijdt Van Duyn het oude raampje uit het zeil, zodat alleen het nieuwe, glimmende raam overblijft. Heeft hij toch zijn klus nog afgekregen.