Verloskundigen luiden ‘noodalarm geboortezorg’. Vier vragen en antwoorden

Bevallingen Verloskundigen vrezen dat ziekenhuizen met een ander decalaratiesysteem te veel macht krijgen. Ziekenhuizen zien voordelen.

Verloskundigen demonstreren al fietsend op 1 april bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Verloskundigen demonstreren al fietsend op 1 april bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Foto Sem van der Wal / ANP

Verloskundigen voerden maandag door het hele land actie tegen een nieuw declaratiesysteem in de geboortezorg. In Tiel zaten ze bijvoorbeeld demonstratief voor Ziekenhuis Rivierenland. Almeerse verloskundigen waren alleen nog telefonisch te bereiken voor spoed. En twintig praktijken in Amsterdam deden geen huisbezoeken. Dinsdag is er een Tweede Kamerdebat over de wetswijziging over het nieuwe declaratiesysteem, waar veel weerstand tegen is. De petitie ‘Noodalarm geboortezorg’ is al bijna tweehonderdduizend keer getekend. Wat is er aan de hand?

1. Wat verandert er?

Al jaren wil het kabinet de geboortezorg op een andere manier financieren. Nu maken zorgverzekeraars apart afspraken met verloskundigen, kraamzorg en ziekenhuizen. Voormalig minister Edith Schippers (Zorg, VVD) wilde dat die partijen zelf één pot met geld zouden gaan verdelen. Zo zouden de partijen beter gaan samenwerken, wat moet leiden tot betere zorg. Een voorbeeld: een gynaecoloog zou laagdrempelig kunnen meekijken met een verloskundige, zonder dat de zorg wordt overgedragen aan het ziekenhuis en apart moet worden gedeclareerd.

Maar onder verloskundigen riep de nieuwe financiering veel weerstand op. Zij waren bang dat ziekenhuizen veel macht zouden krijgen en de zorg voor zwangeren naar zich toe zouden trekken. In 2016 trok een stoet verloskundigen met fakkels door Amsterdam en waren er stakingen.

De minister besloot daarop eerst te gaan experimenteren met de nieuwe financiering. Op dit moment werken zeven regio’s met de nieuwe regeling, eind dit jaar loopt het experiment af.

Minister Ernst Kuipers (Zorg, D66) komt nu met een compromis: vanaf volgend jaar kunnen zorgverleners kiezen tussen de twee modellen. Maar ook dit compromis stuit op veel weerstand.

2. Wat zijn de bezwaren?

De branchevereniging van verloskundigen KNOV vreest dat door het gezamenlijk één pot met geld verdelen ziekenhuizen meer macht krijgen. Zij hebben nu eenmaal een zware stem in de regio en kunnen zorg voor zwangere vrouwen naar zich toe trekken. Dat zou de verloskundige zorg onnodig medicaliseren. Verloskundigen buiten het ziekenhuis zijn meer gericht op preventie om medisch ingrijpen te voorkomen en ziekenhuizen zijn juist meer op behandelen gericht, aldus de KNOV.

Ziekenhuizen sluiten in de nieuwe regeling een samenwerkingsverband (in jargon: een IGO) met één of meer verloskundigenpraktijken. Daardoor heeft het ziekenhuis met sommige verloskundigenpraktijken een financiële relatie en met andere niet. Verloskundigen die niet in zo’n verband zitten, zeggen soms te worden benadeeld. Zo meldden verschillende verloskundigen aan hun branchevereniging dat wanneer zij een zwangere op consult stuurden in het ziekenhuis, zij haar niet meer terugzagen, omdat de vrouw in het ziekenhuis zou zijn aangemoedigd haar traject bij een verloskundige uit een IGO-praktijk te vervolgen.

In het Tergooi Ziekenhuis in de Gooi- en Vechtstreek kregen medewerkers de instructie bevallende vrouwen van een IGO-praktijk in sommige situaties voorrang te geven - NRC zag een afbeelding van de instructie. Voor die vrouwen zou op zulke momenten wel plek zijn, terwijl het ziekenhuis dan ‘vol’ is voor bevallende vrouwen van andere praktijken.

Het ziekenhuis gaat niet op het voorbeeld in, maar laat weten dat het met alle betrokken partijen in de regio zorgvuldig de geboortezorg wil organiseren.

3. Wat zeggen voorstanders?

De beroepsvereniging voor gynaecologen vindt dat de nieuwe regeling juist bijdraagt aan samenwerking met verloskundigen – daarom is de NVOG voorstander. „Als je samen het geld verdeelt, draag je samen de zorg voor een zwangere en overleg je wie op welk moment de beste zorg aan de zwangere kan leveren”, aldus voorzitter Astrid Vollebregt.

Monique Klerkx is verloskundige in het Noord-Brabantse Oosterhout, één van de regio’s die sinds 2017 experimenteert met de nieuwe regeling. Haar praktijk vormt met twaalf andere verloskundigenpraktijken, zes kraamzorgbureaus en het Amphia Ziekenhuis in Breda één IGO. Klerkx zegt dat ze vóór 2017 „op een eiland” werkte. Verloskundigen hadden hun eigen patiëntendossiers die ze niet standaard met gynaecologen deelden. Nu kunnen alle betrokkenen in één oogopslag bloedwaarden en echo’s zien.

Lees ook dit interview met verloskundige Ank de Jonge

Klerkx wuift het argument weg dat geboortezorg zou medicaliseren. Zij heeft juist de indruk dat ze meer zwangeren begeleidt dan voorheen. Recent nog: een zwangere die na een eerdere bevalling, bij het loslaten van de placenta, veel bloed had verloren. „Vroeger zou die vrouw dan haar hele tweede zwangerschap bij de gynaecoloog lopen. Nu spreken we af dat ik haar begeleid, en dat de gynaecoloog alleen vlak na de bevalling even langsloopt om te kijken of het met de placenta nu wel goed gaat.”

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), die toeziet op de financiële kant van de zorg, is voorstander van het nieuwe model. De NZa is voorstander van geld dat vrij tussen zorgorganisaties kan bewegen, in plaats van dat ze allemaal apart declareren.

Opvallend genoeg wil de NZa met deze wet hetzelfde bereiken als verloskundigen willen, terwijl de brancheorganisatie van verloskundigen juist fel tegenstander is. Zowel de NZa als verloskundigen willen dat zorg zoveel mogelijk buiten het ziekenhuis plaatsvindt en vrouwen zo min mogelijk onnodige ingrepen krijgen. Waar de verloskundigen voorbeelden noemen van dingen die misgaan dóór de nieuwe bekostiging, ziet de NZa positieve gevolgen.

4. Wordt de zorg beter door één pot met geld te verdelen?

Daarvoor ontbreekt nog bewijs. Het RIVM en de Nza evalueerden in 2020 de prille experimenten. Zij zagen toen geen effect op de kwaliteit In de praktijk blijkt dat de ervaringen uiteenlopen: in sommige regio’s trekken ziekenhuizen zorg naar zich toe en zijn verloskundigen negatief over de nieuwe regeling, terwijl die op andere plekken juist goed uitpakt.