Verplicht dakloos worden als je broers drugs dealen – of niet?

De gemeente Harderwijk wil de woning van een familie sluiten, omdat er gedeald zou worden. Maar de familie wendde zich – opnieuw – tot de Raad van State.

De Zitting

Ze zijn zichtbaar gespannen, vader B. en zijn vijf kinderen, als ze zaal 8 van de Raad van State binnenwandelen. Het is een spoedprocedure – staatsraad Nico Verheij zit solo, met een griffier. Naast de gemachtigde van de familie zit de dochter, als tolk voor vader. Dan de advocaat van de burgemeester van Harderwijk, in gezelschap van de ‘adviseur veiligheid’. Vooraan, in het publieksgedeelte, vader en de (jong)volwassen kinderen: drie zonen en twee dochters. Twee zoons ontbreken. Zij zitten in de gevangenis wegens drugshandel, vanuit huis. Daarom zit de familie ook hier. De gemeente wil hun woning tijdelijk sluiten op grond van de Opiumwet.

Justitie verdacht ook een derde zoon, H. Die zaak is geseponeerd, maar de gemeente koestert eigen bezwaren, gebaseerd op ‘MMA-meldingen’ in een ‘bestuurlijke rapportage’. Signalen via Meld Misdaad Anoniem dus, tot begin 2021. En de gemeente denkt dat een van de zussen bij de handel hielp. Een way of life zou het zijn, een „familiaal drugscircuit”.

Vorig jaar februari was de familie B. ook al bij de Raad van State – toen in beroep tegen de beslissing van de gemeente om hun woning voor zes maanden te sluiten. Met als waarschijnlijk gevolg dat de familie daarna niet meer als huurder geaccepteerd zou worden. En iedereen dakloos zou worden, dus ook de schoolgaande kinderen.

De procedure rond de woningsluiting is een prestigekwestie geworden

De burgemeester verloor onverwacht – de familie B. won. Voorlopig althans. De Grote Kamer van de afdeling rechtspraak van de Raad van State vond dat onvoldoende rekening was gehouden met de belangen van de vijf kinderen en de oudere, inmiddels afgekeurde, vader. De staatsraden vroegen advies aan de advocaten-generaal; de Toeslagenaffaire, waarin de Raad van State te lang te streng had geoordeeld, klinkt daarin door. Negen maanden na de zitting besliste de afdeling dat zo’n ingrijpend besluit als een woningsluiting moest worden beoordeeld op de vraag of dat middel geschikt, noodzakelijk en evenwichtig was. En die beoordeling viel in het nadeel van de gemeente uit. Het wordt gezien als de belangrijkste bestuursrechtelijke uitspraak van 2021 – een omslag in het sluitingsbeleid van gemeenten.

Vandaag is ronde twee. Bij nader inzien legde de gemeente de familie nu twee maanden huissluiting op. Waarbij alle pijlen werden gericht op zoon H. Die zou nog steeds dealen. De gemeente wil de buurt laten zien daar iets aan te doen. Drie jaar duurt de procedure nu al. Het is een prestigekwestie geworden. De advocaat zegt dat H. op sociale media zou hebben gezegd dat „ze” er „ons niet onder krijgen”. De familie verdedigt zich. Iedereen studeert of werkt, niemand rijdt in dure auto’s – de bewering dat drugshandel een gezinsactiviteit zou zijn, steekt.

Zoon H. voelt zich gecriminaliseerd. De politie houdt hem vaak aan, steeds wordt hij dan gefouilleerd. Hij werkt als taxichauffeur, volgt een hbo-opleiding. Dat hij de handel van zijn broers zou voortzetten, is niet onderbouwd. Sinds begin vorig jaar is er geen nieuwe bestuurlijke rapportage meer. „Hoe zinvol is het nu nog om voor twee maanden te sluiten”, vraagt staatsraad Verheij. „De meldingen van overlast zijn een jaar oud. Is dat nog wel een geschikt middel? Twee maanden lost dat toch ook niet op?”

De advocaat erkent dat de meldingen allemaal van vóór 2021 zijn. Alleen, het Openbaar Ministerie wil de gemeente geen inlichtingen meer geven, „in het belang van het strafrechtelijke onderzoek”. Gun de burgemeester zijn sluiting nu, pleit de advocaat. Dat het allemaal zo lang duurt, komt óók door de Raad van State die heel veel tijd nam. Dat de gemeente intussen niet kon handelen was overmacht. Tsja, zegt rechter Verheij, „rechtsbescherming heeft ook z’n prijs.”

Een week later beslist hij dat de informatie van de gemeente „relatief gedateerd” is en justitie de zaak tegen H. seponeerde. Het belang van de vader om met zijn minderjarige kinderen in hun huis te blijven, weegt zwaarder dan het belang van de gemeente. Pas als het hoger beroep in de zomer is behandeld, wordt definitief over de woningsluiting beslist. Tot dat moment is de gemeentelijke beslissing geschorst.