Opinie

Waarom Rutte liegt

Floor Rusman

Soms gedraagt mijn hoofd zich als een hond die enthousiast ieder zijpad in rent. Donderdag deed-ie dat weer, bij het Kamerdebat over Ruttes sms’jes. Hé, een premier die sms’jes voorleest aan ambtenaren! Is dit nou waarvoor je als ambtenaar het vak bent ingegaan, vroeg ik me af. En hoe werden de berichtjes voorgelezen – telefonisch, of gezellig bij een kopje koffie? Met theatrale intonatie of snel en zakelijk?

Pas op, zei het baasje van de enthousiaste hond, dit zijpad leidt af van de echte kwestie. Namelijk: hoe bizar het eigenlijk is dat politici en journalisten na Ruttes verklaring deze woensdag routineus aan het factchecken sloegen. Wat voor Nokia had Rutte? Kan die inderdaad maar twintig sms’jes opslaan? Klopt het dat de Nokia traag wordt als er veel berichten in staan? Als bij een ontrouwe echtgenoot werden alle verklaringen door de smoezendetector gehaald.

Rutte zelf vond dit ook bizar, bleek uit zijn snibbige uitval in het Kamerdebat. „Wat zou de reden zijn dat steeds meer Nederlanders zeggen dat ze niet meer naar de debatten op televisie kijken?”, zei hij tegen Caroline van der Plas, die was begonnen over het afgenomen vertrouwen in de politiek. „Omdat alles begint bij wantrouwen, bij een absoluut fundamenteel gevoel dat de zaak wordt geflest, belazerd et cetera.”

Ook hier was hij als de ontrouwe echtgenoot: iemand die niet te verifiëren verhalen vertelt en dan, als hij op wantrouwen stuit, zegt dat de ánder de sfeer verpest, met al die moeilijke vragen.

Maar heeft de premier, net als de ontrouwe echtgenoot, dit wantrouwen niet aan zichzelf te danken? Waar hij zelf graag spreekt van „kleine incidenten”, is er wel degelijk een patroon: niet altijd van aantoonbare leugens, maar in elk geval van onwaarachtigheid. Ruttes rookgordijnen en woordspelletjes hebben menig Kamerdebat weten om te toveren in een kat-en-muisspel tussen premier en oppositie. De keer dat hij volhield niets te weten van Fred Teevens opgedoken herinnering aan zijn deal met een drugscrimineel, terwijl vier naaste medewerkers wel op de hoogte waren (2015). De keer dat hij geen herinnering had aan memo’s over de afschaffing van de dividendbelasting (2018). De keer dat hij zich niet herinnerde geïnformeerd te zijn over burgerslachtoffers in Hawija (2019). En natuurlijk de keer dat hij zich „verkeerd herinnerd” had dat Pieter Omtzigt niet ter sprake was gekomen in de formatiegesprekken (2021).

Na dat laatste akkefietje volgde een halfhartige bekentenis: ja, hij had niet de waarheid gesproken, maar hij had dat „naar eer en geweten” gedaan. Is dat liegen? Daarover kun je een aardige filosofische discussie voeren. Zelf ben ik meer geïnteresseerd in de vraag waarom sommige politici zo gemakkelijk onwaarheden verkondigen. Zijn ze zich soms niet bewust van de gevolgen?

Toevallig stuitte ik laatst op een artikel over liegen van de filosofen Andreas Stokke en Eliot Michaelson. Waarom verspreiden zo veel politici leugens die niemand gelooft, vragen zij zich af. Hun antwoord: soms biedt liegen een strategisch voordeel. Als jouw plannen inhoudelijk slechter zijn dan die van je tegenstander, dan loont het de moeite om verwarring te zaaien. Dit is bijvoorbeeld wat Trump doet. Hij weet best dat zijn beleid niet in het belang is van het gros van zijn kiezers. Het werkt in Trumps voordeel als kiezers denken dat alle politici liegen, zodat een feitelijk debat over de inhoud onmogelijk wordt. Stokke en Michaelson noemen dit een nihilistic advantage.

Maar dit is niet wat Rutte doet. Rutte is er niet op uit de waarheid te vernietigen. Hij wil graag dat burgers politici vertrouwen – althans dat zegt hij, en er is hier geen reden hem niet te geloven. Toch heeft zijn eigen strategische omgang met de waarheid hetzelfde effect als de leugens van Trump: een afname van het publieke vertrouwen in het bestaan van eerlijke politici.

Wil je dat burgers politici op hun woord geloven, dan moet je als politicus zelf ook (zo veel mogelijk) de waarheid spreken. Doe je dat niet, dan ben je een free rider: je wil gebruikmaken van een publiek goed (in dit geval: vertrouwen) zonder daar zelf aan bij te dragen. Free riders denken vaak dat hun gedrag geen consequenties heeft: die éne persoon zal toch niet het verschil maken? Maar wie al twaalf jaar een land bestuurt, moet zich niet kleiner maken dan hij is.

Floor Rusman (f.rusman@nrc.nl) is redacteur van NRC