Opinie

Geef de nieuwsgierige pinguïn in onszelf ruimte

Stine Jensen

Een vriendin vertelde mij onlangs dat twee vrouwen uit haar kennissenkring, beiden in de vijftig, na jarenlange heteroseksualiteit ‘ineens’ een relatie met een vrouw hadden. Ze vroeg zich af of daar misschien een hormonale verklaring voor kon zijn. Kan je seksuele voorkeur gedurende je leven veranderen, als bijvoorbeeld je hormoonhuishouding na de overgang verandert?

Volgens een toegankelijk standaardwerk in de seksuologie, Seks! Een leven lang leren (Ellen Laan en Rik van Lunsen) is je seksuele preferentie grotendeels voor je achtste levensjaar al gevormd in een samenspel van biologie en omgeving (‘love map’). Je daadwerkelijke seksuele praktijk wordt vervolgens ook bepaald door allerlei maatschappelijke ideeën over seks, wat de norm is, wat taboe. Hormonen spelen een rol, maar een geringe, stellen zij; de mens heeft talloze redenen voor partnerschappen en voor seks. Voor een seksuoloog is de biologie niet afdoende om gedrag te verklaren.

Ik ben benieuwd wat het antwoord zou zijn van primatoloog Frans de Waal. In zijn zojuist verschenen boek Different. Gender through the Eyes of a Primatologist doet hij zijn duit in het zakje van het (over)verhitte debat over gender en seksualiteit. We zijn te veel losgezongen geraakt van biologie, stelt hij. Het ooit zo heldere onderscheid tussen sekse (geslacht) en gender (de culturele rollen die als ‘mannelijk’ en ‘vrouwelijk’ worden gezien) is vervaagd. In het Engels – en ook in het Nederlands trouwens – is het woord ‘gender’ al langer inwisselbaar met ‘seks’, wat tot veel verwarring leidt. Boeiend aan het boek van De Waal is dat hij het begrip ‘gender-identiteit’, de innerlijke beleving man of vrouw te zijn, biologisch verankert: hij stelt dat de gender- en seksuele identiteit worden gevormd in de baarmoeder.

Dat bepaald seksueel gedrag niet ‘natuurlijk’ zou zijn, is een argument dat lastig vol te houden is; je treft alle combinaties in de natuur aan. Wel is De Waal huiverig om dieren etiketten op te plakken. Zo is het wereldberoemde en mediagenieke ‘gay’-pinguïnkoppel Roy en Silo enthousiast omarmd door de homobeweging. Als ze al iets zijn, dan ‘biseksueel’: pinguïns wisselen van partners; hun keuze hangt af van het aantal mannetjes of vrouwen dat voorhanden is in hun leefomgeving. Feministen worden op hun beurt vaak enthousiast van de make love not war-bonobo die in allerlei combinaties de liefde bedrijft en zich matriarchaal organiseert. De Waal stelt dat we onze verwantschap met de agressievere chimpansee niet uit het oog moeten verliezen.

De Waal wil de ideologische projectie van de mens op dieren temmen, zodat we precies kunnen blijven kijken naar de rol van biologie bij primaten. Op neerbuigende wijze serveert hij het baanbrekende werk van filosoof en zoöloog Donna Haraway af. In Primate Visons. Gender, Race and Nature in the World of Modern Science (1989) liet zij zien dat de verhalen die we over apen vertellen juist veel zeggen over de mens die ze vertelt: die projecteert zijn wensen, verlangens, nachtmerries en dromen op apen, gevormd door de ideologie van de tijdgeest. Bewustwording van je vooroordelen en de rol van ideologische projectie, maakt je tot een kritische, betere wetenschapper, niet een slechtere. Gelijk heeft ze; dat juist nú een primatoloog met een boek over ‘gender’ komt, laat zien hoezeer de wetenschapsagenda mede door de tijdgeest wordt bepaald. Als De Waal op de laatste bladzijden concludeert dat het binaire denken maar eens op de schop moet, is dat bijna grappig, want hij treedt daarmee in Haraways voetsporen.

Terug naar de vraag van mijn vriendin. Ik projecteerde er vrolijk op los: misschien leken de vrouwen in kwestie wel op pinguïns, en verkozen ze de leuke vrouw voorhanden boven een saaie man. Of zat er altijd al iets biseksueels in hun ‘love map’ en kreeg die nu pas ruimte? In een café kun je er vrijuit een speelse boom over op zetten, op sociale media en in de academische wereld is er tegenwoordig weinig lolligs meer aan. Zo werd het zojuist verschenen boek Gender-Critical Feminism van Holly Lawford-Smith op voorhand al geboycot, nog voor het überhaupt verschenen was. Ze stelt in haar boeiende boek dat er altijd meningsverschillen binnen genderstudies waren, maar dat de hedendaagse stamoorlogen tussen feministen en transgenderactivisten zelden meer tot dialoog laat staan verzoeningspraktijken leiden. Ik heb schoon genoeg van het agressieve chimpansee-achtige gedrag van beide groepen, het gecancel en gescheld. Laten we de nieuwsgierige pinguïn in onszelf ruimte geven, hup, op snuffelstage! ‘Biologie’ kan een hoop verklaren, maar als het gaat om hoe we omgaan met ‘anders’ zijn, zijn wij mensen aan zet.

Stine Jensen is filosoof en schrijver. Ze schrijft om de week een column op deze plek.