Carlijn Achtereekte: „Bij wielrennen speelt tactiek een grote rol, kansen creëren, slimme keuzes maken, aanvoelen wanneer je moet gaan. Daar heb ik geen ervaring mee.”

Foto Merlin Daleman

Interview

Schaatsen op topniveau verruilen voor wielrennen: ‘Ik zal heus wel eens denken: waar ben ik aan begonnen’

Wielrennen Vorige week maakte schaatsster Carlijn Achtereekte (32) bekend dat zij wielrenster wordt. „Ik merk dat die wat egoïstische levenshouding van schaatsers niet zo bij mij past.”

Vorige week beleefde Carlijn Achtereekte haar eerste trainingskamp als wielrenster. Terwijl ze met haar nieuwe ploeggenoten door het glooiende Limburgse landschap reed, manoeuvreerde zij zich naast tweevoudig olympisch kampioene Marianne Vos. „Er komt een droom uit”, riep ze, ietwat ballorig. Vos knikte haar lachend toe. Achtereekte: „Als je ziet hoe makkelijk Marianne stuurt in een peloton … daar kan ik heel veel van leren.”

Vorig jaar won Achtereekte (32) nog brons op de 5.000 meter bij de WK afstanden schaatsen. ‘Seizoen mooi afgesloten. Dit meenemen naar volgend seizoen!’ twitterde ze. Ze was nog even ambitieus als altijd, maar haar sportieve hoogtepunt lag alweer een tijdje achter haar. De meeste mensen kennen Achtereekte als de schaatsster die in 2018 olympisch goud won op de 3.000 meter in Pyeongchang. Irene Schouten en Antoinette de Jong vormen sindsdien geduchte concurrenten.

En toch kwam het hard aan toen haar trainer Jac Orie haar op een maandagavond in maart meedeelde dat er na vijf jaar geen plaats meer voor haar was in schaatsploeg Jumbo-Visma. „Het doet zeer als je een ploeg moet verlaten”, zegt Achtereekte, „maar diep van binnen was ik ook wel opgelucht. Het was alsof die mededeling mij de ogen opende. Het dwong me naar mijn gevoel te kijken: wat wil ik nou écht met mijn toekomst?”

Ze vertelt over het gesprek dat ze in mei vorig jaar had met Orie en Richard Plugge, algemeen directeur van wielerploeg Jumbo-Visma. Toen Orie aan Plugge vertelde dat Achtereekte goede waarden trapte bij de zeswekelijkse fietstesten, zei die plagend: ‘Dan kom je toch volgend jaar bij óns fietsen?’ Waarop Orie riep: ‘Hallo, je gaat mijn schaatsers niet wegkapen!’

Na het afscheidsgesprek met Orie moest Achtereekte niet meteen aan dat driegesprek terugdenken, zegt ze. Maar het is wel zo dat die dag een zaadje werd geplant. „Ik heb vorig jaar al een keer gevraagd of ik niet een keer een trainingskamp kon meedraaien met de wielerploeg. Dat kwam er vanwege Covid niet van, maar de interesse was er wel al.”

Twee dagen na het gesprek met Orie werd ze wakker met de gedachte: waarom ga ik niet fietsen? Kijken hoe ver ik kan komen. „Ik heb Merijn Zeeman gebeld, de Jac Orie van het wielrennen. Mijn ervaring is dat het goed uitpakt als ik naar mijn hart luister. Zo ben ik vijf jaar geleden ook bij Orie terechtgekomen: omdat ik zélf belde. Ik ben een bescheiden sporter, word niet altijd opgemerkt. Dan moet je zelf kansen creëren, hè.”

Denk je achteraf: een verhulde zegen dat ik weg moest?

„Diep in mijn hart vind ik het moeilijk om te zeggen dat ik stop met schaatsen. De pers doet alsof ik een punt achter mijn carrière heb gezet, maar zelf voel ik dat niet zo. Ik wil me ontwikkelen tot een goede wielrenster. Het is niet mijn intentie, maar bij wijze van spreken kan ik altijd terug naar het schaatsen. Dat mijn hart voor een deel nog bij het schaatsen ligt, merkte ik toen Radio 1 onlangs een geluidsfragment liet horen van mijn gouden race in Pyeongchang. Ik moest echt even slikken. Ik dacht: dát laat je dus achter.”

Het klinkt alsof je de deur naar het schaatsen op een kier laat staan.

„Ik zeg nooit nooit. Maar voor nu is mijn focus op het fietsen. Ik krijg een mooie kans bij de wielerploeg Jumbo-Visma. Die wil ik met beide handen aangrijpen.”

Hoe waren de reacties op je overstap?

„Mijn telefoon stond roodgloeiend. Er vielen woorden als ‘stoer’, ‘tof’ en ‘knap’. Ik ben niet de jongste meer natuurlijk. Schaatsers fietsen veel, maar koersen in een peloton is toch heel wat anders.”

Waren er ook mensen die zeiden: wat doe jou nóu, Carlijn?

Ze lacht. „Ook dat. Meestal omdat ze mijn overstap niet zagen aankomen. De meeste mensen spelen op safe. Ze doen dingen waarvan ze weten dat ze die kunnen. Ik speel niet graag op safe.”

Vorige week was je op je eerste wielertrainingskamp. Is de sfeer anders dan bij een schaatstrainingskamp?

„Het meest in het oog springende verschil is dat ik nu alleen met vrouwen train. Maar ik merk ook dat wielrenners een ander soort mensen zijn dan schaatsers. Rustiger, ze hebben niet zo’n grote mond. Vooral bij de sprinters werd er in het schaatsen heel wat afgeschreeuwd.”

De teamspirit is in het wielrennen ook groter.

„Ja. Daar kijk ik erg naar uit: om sámen prestaties neer te zetten. In het schaatsen train je ook in een groep, maar je wilt je concurrenten er altijd afrijden. In het wielrennen rijd je ook in dienst van. Je moet je leeg kunnen rijden voor een ander. Ik merk dat die wat egoïstische levenshouding van schaatsers niet zo bij mij past. In mijn jeugd heb ik een tijd lang gehandbald. Ik weet nog dat ik erg moest wennen toen ik definitief voor het schaatsen koos. Als begin twintiger vond ik het een harde wereld. Die hardheid heb ik mij eigen gemaakt, anders had ik nooit de prestaties kunnen neerzetten die ik heb neergezet. Maar ik betaalde misschien wel een prijs.”

Maar toch: je bent behoorlijk ambitieus. Als wielrenster zul je je behoorlijk nederig moeten opstellen.

„Ik zal mezelf heus wel eens gaan tegenkomen. Dat ik denk: waar bén ik aan begonnen? Ik heb een gretige mentaliteit, die zal ik moeten tempteren. Ook omdat ik nog heel veel moet leren. Ik wil plezier maken en genieten van het proces. Mijn nieuwe coach helpt mij bij het terugschroeven van verwachtingen. ‘Het is geen WK, hè’, zei hij na een week trainen.”

Carlijn Achtereekte: „Na drie uur fietsen was ik he-le-maal leeg.”

Foto Merlin Daleman

Achtereekte zal de komende tijd aan haar duurvermogen moeten werken. Een vijf kilometer op de schaats duurt ongeveer 6,5 minuut, een wielerkoers uren. In het Tom Dumoulin-park in Sittard reed de ploeg vorige week tijdritten, vertelt ze. Achtereekte werd ingedeeld met Marianne Vos en Anouska Koster. „Het voelde als fietsles en na afloop stond ik bijna over te geven van vermoeidheid. Maar ik was wel trots toen Marianne me complimenteerde met mijn stuurkunst.”

Maar meer nog dan het opbouwen van duurvermogen, zegt Achtereekte, zal de langere concentratiespanne wennen zijn. „Na drie uur fietsen was ik he-le-maal leeg. Meer nog dan in mijn lijf voelde ik dat in mijn hoofd. Ik ben nogal snel afgeleid. Dat kan niet in een koers.”

‘De grootste uitdaging voor Carlijn schuilt in het spelen van het spel op de fiets’, zei je teammanager Esra Tromp. ‘Het leren positioneren, het kunnen inschatten van kansen, assertief rijden.’

„Absoluut. Schaatsen is starten en zo hard mogelijk naar de finish rijden. Bij wielrennen speelt tactiek een grote rol, kansen creëren, slimme keuzes maken, aanvoelen wanneer je moet gaan. Daar heb ik simpelweg geen ervaring mee, maar de begeleiding en de meiden in mijn team gaan mij daarbij helpen.”

Je schaatslichaam moet in korte tijd een fietslichaam worden. Hoe krijg je dat voor elkaar?

„Als schaatsster trainde ik hele andere spieren. Vooral mijn been- en bilspieren zullen moeten slinken. Dat gaat even duren, en tot die tijd moet ik ermee leren leven dat ik mij al snel groot voel tussen de meiden. Vorige week kreeg ik voor het eerst mijn nieuwe teamkleding. Het zat behoorlijk strak. Ik keek in de spiegel en voelde me een hulk, haha.”

Je bent natuurlijk ook een zeer ervaren topsporter. Wat kunnen je ploeggenoten van je leren?

„Ik ben een knokker. Stel hoge doelen. Maar ik ben ook rustig van aard en laat mij in de wedstrijdvoorbereiding niet gek maken. Ervaren rensters als Marianne Vos hoef ik waarschijnlijk niets meer bij te brengen, maar het wordt zeker geen eenrichtingsverkeer. Vooral voor de jonge meiden in de ploeg hoop ik veel te kunnen betekenen.”

Carlijn Achtereekte als moeder van Jumbo-Visma.

„In de zin van: iemand die anderen op hun gemak stelt en bereid is te luisteren? Ja, waarom niet.”

De meeste wielrenners beginnen bij de kleine koersen. Jouw eerste wedstrijd wordt het NK van volgende maand. Leg je daarmee niet een enorme druk op jezelf?

Lachend: „Dat is nogal een vuurdoop, hè. Ik voelde ook lichte paniek toen ik dat hoorde van de leiding. Maar ja, je moet toch ergens beginnen. Maandenlang veilig trainen is ook geen optie. Ik ga gewoon niet teveel verwachten.”

Je hebt een contract tot eind december. Wanneer kom je in aanmerking voor een verlenging?

„Ze zeggen niet: je moet weg als je aan het eind van het jaar geen top-10 rijdt. Dat is natuurlijk niet reëel. We hebben bewust voor die contractduur gekozen omdat beide partijen zo kunnen kijken of het iets is. Pas ik bij het team? Laat ik genoeg progressie zien? Maar ook: past het team bij mij? Hun intentie is niet om het bij die zes, zeven maanden te houden, maar het moet voor beide partijen bevredigend zijn. Voor hetzelfde geld denk ik in november: het is mooi zo.”

En dan gaat die deur naar het schaatsen toch weer open.

„Dat sluit ik niet uit, maar ik hoop dat ik een lang wielertraject voor de boeg heb.”