Robert-Jan Rietveld alias Bertus: „Zeker, we zaten op de juiste plek, met het juiste verhaal, op het goede moment. Klopt. Maar we waren óók al vijfentwintig jaar kapper, hè.”

Foto Annabel Oosteweeghel

De onstuitbare opmars van de schorem-barbier

Interview Robert-Jan Rietveld alias Bertus begon met goede vriend Leen een barbierszaak in Rotterdam. Die wordt nu overal gekopieerd. „We reisden de hele wereld over, iedereen wilde een handtekening.”

„We openden Schorem Haarsnijder & Barbier op de Nieuwe Binnenweg in Rotterdam en er kwam er geen hond. We zaten in de piepzak. Alles deden we om een beetje bekendheid te krijgen. Alle leden van een motorclub scheren. Op een basisschool een spreekbeurt houden over het barbiersvak, omdat de juf dat leuk leek. Alles. Dat was in 2011.

„Dat veranderde na een half jaar. Kijk, voor een kapper is reclame gratis. Het loopt op straat. We werden gevraagd voor het televisieprogramma Kassa. Of wij niet een mannenkoor wilden scheren met het beste scheerschuim uit hun test. Nou, dat gingen we doen natuurlijk. Ik zei toen tijdens het scheren: ‘Het opbrengen is kut maar het scheert als een tiet.’ En dát fragment werd het tv-moment van de week in De Wereld Draait Door.

„DWDD wilde ons toen in de uitzending. Sjeezus man, DWDD! We zaten bloednerveus klaar. Belden ze af. Er was urgenter nieuws in de wereld. Nieuwe afspraak. Weer afgebeld. Ik dacht: ‘Zak er lekker in. Wij komen niet meer.’ Toen belden ze weer. We zijn gegaan. Ik had een heupflesje met whisky. Dan stotter ik minder. Het was heerlijk. Hugo Borst zat er. Een van mijn collega’s, Lau, schoor hem helemaal glad. Matthijs vond het geweldig.

„Daarna mochten we een muziekavond organiseren bij DWDD Saturday Night met clips die wij gaaf vonden. We konden Pokey LaFarge laten overvliegen uit Amerika. En we lieten een fragment horen van een optreden van de legendarische Jaap Valkhoff, accordeonspeler uit Rotterdam. Daarna kende iedereen Schorem. Er stonden rijen mannen voor onze deur. Uren wachten voor een knipbeurt. Niet normaal.

„Wat Schorem precies is? Een ouderwetse barbierszaak zoals, zeg, in de jaren vijftig van de vorige eeuw er velen waren. Alleen voor mannen. Geen vrouwen. Niet omdat we niet van vrouwen houden. Maar we vonden dat leuk. En mannen onder elkaar geeft een andere sfeer. Waarom gaat iemand bij een motorclub? Omdat ze ergens bij willen horen. Bij ons kijk je niet op je telefoon. Lullen met elkaar mag wel. Geen afspraak, dus moeten klanten wachten. Niet even, maar uren. De hele zaak vol. Dat werd onderdeel van de beleving. Net als in de Efteling. Sinds corona werken we trouwens wel op afspraak.

Oren altijd vrij

„We hebben 25 modellen. Die staan op een poster. Flattop, kuif, slickbag, executive contour, pompadour, scumbag boogie. Je kiest: ik wil nummer vijf. Net als bij de Chinees. Zijscheiding. Kuif. Oren altijd vrij. Lengte kan variëren. Het zijn stijlvolle kapsels. Bij ons ligt de nadruk op ambacht. Dat is heel anders dan kappers die de mode volgen: dan weer plukjes, dan weer een lok of een krul.

„Die posters, dat is een verhaal apart. Die kon je kopen. Toen Schorem een succes werd, wilde iedereen zo’n poster. Leen, mijn compagnon, bracht die kartonnen kokers elke middag naar het postkantoor. Steeds meer. Ze háten ’m daar. Hij had er een speciale rugzak voor, hij leek de Kerstman wel. Ze gingen naar Rusland, VS, Mexico, Oezbekistan, Tadzjikistan. Geen barbershop ter wereld waar die poster niet hangt.

„Lekker makkelijk van jou om te zeggen dat we geluk hadden. We zaten op de juiste plek, met het juiste verhaal, op het goede moment. Klopt. Maar we waren óók al vijfentwintig jaar kapper, hè. We wisten wat we deden. We begonnen de zaak waar we zelf graag naar toe zouden gaan en die er nog niet was. We maakten van de kapper een plek waar het cool is om heen te gaan. Niet: ‘Je haar hangt in je ogen, je moet naar de kapper.’ Maar: ‘Het is fucking leuk om een lekkere kop te hebben.’

„We hebben wel geluk gehad dat toen de social media opkwamen. Dat klinkt nu gek met Tiktok, Instagram, Snapchat, YouTube. Toen wij begonnen was er nauwelijks iets. We zijn met Facebook meegegroeid. Dat moesten we leren, hè. Dan nam ik mijn hond mee naar de shop, kapmantel om, smeerde ik scheerschuim op z’n muil. Dat zette ik dan op Facebook. De mensen vraten het. Binnen de kortste keren hadden we een miljoen volgers.

„We werden na DWDD óverál uitgenodigd. Duizenden feestjes. We leefden intens, maar slecht: veel drinken, roken, cocaïne, speed. We sloegen nachten over. Je moest de volgende dag weer in je zaak staan.

„Leen en ik zijn dertig jaar beste vrienden. Leen heet trouwens officieel Lion. Dat moet je een beetje bekakt uitspreken want hij komt uit een chique familie. En ik heet Robert-Jan. Mijn artiestennaam werd Bertus.

„Ga nooit met je beste vriend een zaak beginnen. Vriendschap zit een heldere blik in de weg. We zijn vaak geclasht. We hebben een heel andere kijk op de wereld. Hij is zakelijk, ik ben creatief en kan niet tegen gezag. Uiteindelijk is het bij ons uitgebalanceerd. We vullen elkaar namelijk ook weer perfect aan. Als een van ons iets wil, moet hij de ander overtuigen. Lukt het niet, dan doen we het niet.”

Varkensvet

„Haarproducten voor vrouwen zijn er duizenden. Haarproducten voor mannen nauwelijks. Althans, niet toen we begonnen. Ze moesten uit het buitenland komen. Hartstikke duur. Gaan we zelf maken, zeiden we in de begintijd van de Schorem. Halfdronken bedachten we alvast een naam: Reuzel. Dat is varkensvet. Weet je wat we in Rotterdam zeggen als je het heet hebt? De reuzel loopt door me reet. Wie smeert dat in godsnaam in z’n haar?! Wij vonden het heel grappig.

„Ik ben een hele dag zelf bezig geweest in het keukentje van Schorem, met bijenwas en etherische oliën. Het keukentje stond bijna in de hens, dat werd niks. Dus lieten we het maken. Het was een hoop gedoe. Het moest stevig, maar niet té. Het moest plakkerig, maar niet té. Het moest glimmen, maar niet té. Er kwamen twee pommades. Een op waterbasis, en een op oliebasis. We ontwierpen eigen blikjes. Een varkentje als logo. Iedereen heeft het nu over fakenews. Wij verspreidden dat toen al. Geruchten over een nieuw haarproduct voor mannen, alleen te krijgen op vrijdagmiddag tussen twee en vijf uur. Het ging lópen. Niet normaal. Iedereen wilde het hebben.

„Een Amerikaanse fotograaf en ondernemer, die ooit de haarproductenlijn American Crew is begonnen, kwam naar de Binnenweg. Hij vond Schorem geweldig en wilde het liefst elders ook zo’n shop beginnen. Dat wilde we niet. Er is maar één Schorem. Hij stelde voor dat we sámen met hem Reuzel zouden ontwikkelen. Hij had er al ervaring mee. We aarzelden. Moesten we niet te veel concessies doen? Zijn salesmanager was sceptisch over de naam Reuzel. Amerikanen kunnen de -eu- niet uitspreken. En dan dat varkentje op de deksel? Schrikt dat niet af? Het varkentje blijft, zeiden wij.

„We zijn met die Amerikaan in zee gegaan. Van mij mag altijd alles klein blijven. Lekker behapbaar. Maar dan is Leen goed. Leen wil groot. En hij durft groot. We zijn samen naar Amerika gegaan. We moesten een fabriek vinden die het kon maken, precies zoals wij het wilden. Aan een paar keteltjes heb je dan niets. Het gaat in enórme vaten.

„En een fabriek voor de blikjes. Je moet met honderdduizend blikjes beginnen, anders heb je niets. De blikjes moesten een rubberen richeltje hebben zodat ze goed afsluiten. We wilden platte blikjes. Weet je waarom? Zodat ze door de brievenbus kunnen. Scheelt porto. Goed hè. Aan dat soort dingen denkt Leen.

„Reuzel wérd groot. Er kwamen dingen bij: shampoo, conditioner, gezichtscrème, oogcrème… 25 producten. We zijn nu het op een na grootste mannenhaarstylingproduct ter wereld. Zo makkelijk om te zeggen dat we miljonair zijn. Als je groeit is er ook meer geld nodig. Alles gaat weer terug in het bedrijf. We verkopen in 96 landen.

„We werden uitgenodigd in het buitenland. In de kapperswereld is het normaal om veel te reizen; beurzen en shows te bezoeken. Jezelf te presenteren. Dat deed ik al toen ik nog voor Kinki werkte [Kinki Kappers, red.]. Nu werd het menens. Eerst gingen we naar Canada. Daar was ik nog nooit geweest. Daarna Sydney. Los Angeles, Rio de Janeiro.

„Eerst deden we maar wat. Halfbezopen, halfstoned. Na een tijdje vonden we onze rol en gaven een volledige show. Leen was dan als een gek mannen op het podium aan het knippen en scheren. Soms waren dat modellen, soms mannen uit het publiek. En ik lulde de boel aan elkaar. En dan aan het eind wilde iedereen handtekeningen van ons, en selfies met ons. We zijn barbiers. Kappers. Maar we moesten soms met beveiliging naar buiten. Alsof we rocksterren waren.

Speed was spraakwater

„Ik moet soms lachen als ik denk hoe boos ik was en hoe verlaten ik me voelde als puber. Een beetje boos past bij die leeftijd, maar ik vond die tijd een absoluut dieptepunt. Ik werd erg gepest. Ik stotterde en had een bril van -11. Ik was een jaar of vijftien toen ik speed ontdekte. Dat was spraakwater. Ik sprak zonder haperen. Op een gegeven moment kon ik niet meer zonder.

„Als baby ben ik geadopteerd. Mijn ouders zijn niet mijn biologische ouders maar wel mijn echte ouders, snap je? Ik heb me nooit verloren of ontheemd gevoeld. Ik weet precies wie ik ben. Mijn biologische moeder kon niet voor me zorgen, heeft me goddank afgestaan. Ik heb nooit enige drang gevoeld om haar te gaan zoeken. Punt. Mijn ouders konden geen kinderen krijgen maar ik kreeg tóch nog een zusje.

„Ik heb hele fijne ouders. Ik ben liefdevol opgegroeid, wel heel beschermd. We zijn heel vaak verhuisd. De meeste tijd woonde ik in Groningen. Mijn vader is een selfmade man. Hij studeerde summa cum laude af van de HTS in de avonduren.

„Mijn moeder is heel optimistisch. Ze wilde graag dat ik advocaat of dokter zou worden. Ik moest op tennis, zodat ik later een balletje kon slaan met een collega. Toen ik thuiskwam met groen haar en een veiligheidsspeld door mijn wang, was dat wel een dingetje. Net als met de naam van onze zaak. ‘Nee!’ riep ze. ‘Ik wil niet dat ze jou met Schorem associëren.’ Ze is met me mee gegroeid.

„Dat leven was niet vol te houden. Afscheid nemen was ook lastig. Ik deed een poging om een beetje balans in mijn leven te brengen in 2012. Ik begon met hardlopen. De eerste keer stond ik op de hoek van de straat te kotsen. Zo slecht was mijn conditie. Ik heb doorgezet. Maar ik bleef ook feesten, drinken en gebruiken.

„In april 2013 liep ik de marathon van Rotterdam. Het was de eerste warme dag van het jaar. De jongens uit de shop zouden op scooters meerijden en op bepaalde punten gaan staan om me aan te moedigen. Na vijf kilometer waren ze me al kwijt. Uiteindelijk zag ik ze weer bij het 30 kilometerpunt. Ik was toen halfdood. Ik heb ’m uitgelopen, maar vraag niet hoe. Met tranen in mijn ogen, kapotgeschuurde tepels. Op de Coolsingel stond mijn vriendin met ons pasgeboren zoontje. En mijn moeder stond er ook. Ze hebben me door het stof zien gaan. Ik perste er nog een eindsprintje uit, na de finish zakte ik in elkaar.

„Daarna zijn we het café ingegaan en ben ik best dronken geworden. De volgende ochtend kon ik niet uit bed komen. Mijn vriendin was er niet. Ik ben naar de wc gekropen. De plak [medaille] heb ik wel in de shop gehangen. Daar staat geen tijd op, hè. Als iemand wat zei over mijn buik dan wees ik daarnaar. Dan waren ze stil. Het is een eind, die 42 kilometer. Hardlopen hoefde niet meer van mij.

Kluizenaar

„Op een gegeven moment werd het te veel. Ruim drie jaar geleden. We hadden weer een feestje. Ik kom ’s morgens naar beneden, de hele tafel vol lege flessen. Plotseling walgde ik van mezelf.

„Rigoureus gooide ik mijn leven om. Ik dronk niet meer, nam geen drugs, stopte met roken. Tegenwoordig eet ik zelfs veganistisch. En ik begon serieus met hardlopen. Mijn lijf kreeg wel een behoorlijke klap, ja. Ik ben 23 kilo afgevallen. Natuurlijk had ik last van ontwenningsverschijnselen. Bij bepaalde situaties hóórt een sigaret. Of een biertje. Je hersenen geven dat signaal.

„Corona versterkte die omslag. We móésten een pas op de plaats maken. We konden niet meer reizen. De zaak moest maandenlang dicht.

„We zijn zoveel mogelijk doorgegaan met lesgeven op de Barber Academy die ik samen met Leen heb opgezet om jonge barbers op te leiden. Uit allerlei landen komen mannen een cursus doen. En ook vrouwen trouwens, daarin zijn we wat opgeschoven. Dat vind ik eigenlijk het leukste om te doen; lesgeven, opleiden.

„Ik voel me nu een beetje een kluizenaar. Ik ben weer verlegen en soms zelfs een beetje angstig voor nieuwe situaties. Die enorm sociale gast was ik jarenlang vooral door de middelen. Natuurlijk, als kapper ben je onder de mensen. Maar dat is toch anders – het is binnen je eigen, veilige vier muren. Zoals ik nu ben, is zoals ik zélf ben.

„Een half jaar geleden liep ik voor de tweede keer de marathon in Rotterdam. In minder dan drieënhalf uur. Ik had ’m in april wat sneller willen lopen maar ik kreeg corona. Ik wil heel graag een keer een marathon in New York lopen maar ik weet dat geen enkele die van Rotterdam kan overtreffen. Het is jóúw stad. Jóúw Coolsingel. Lee Towers staat voor jou te blèren. Het klinkt een beetje campy, maar toch. Schorem was een prestatie. De marathon lopen is een persoonlijke prestatie.”