Recensie

Recensie Boeken

Waarom roept Kaag toch zo veel weerstand op?

Biografie Sigrid Kaag, de huidige D66-partijleider, kwam op 56-jarige leeftijd als zij-instromer in de politiek en werd snel partijleider. Maar dat was niet geheel toevallig, laat Wilma Kieskamp zien in een biografie die verzuimt de aversie tegen Kaag bevredigend te duiden.

Sigrid Kaag, vicepremier en minister van Financiën (D66), tijdens het debat over de formatie op 07-09-2021
Sigrid Kaag, vicepremier en minister van Financiën (D66), tijdens het debat over de formatie op 07-09-2021 Foto David van Dam

Het is een fascinerende foto op de omslag van het boek Sigrid Kaag, met als ondertitel De schaduwpremier. Genomen en profil, met het gelaat ietwat omhoog gericht. Wat straalt dit beeld van Kaag uit? Het is een hovaardige, zelfverzekerde blik. Tegelijkertijd suggereren de handen die met haar hoofd bezig zijn dat aan haar geboetseerd wordt. Toch niet zo autonoom dus. Het blijft een vraagteken. Maar dat schrijft Trouw-journalist Wilma Kieskamp dan ook in haar vorige week verschenen bescheiden biografie over Kaag. Zij is een „wat ongrijpbare figuur”.

Tot 2017 had nog nauwelijks iemand van haar gehoord. Dat jaar werd ze „van buiten” gehaald om voor D66 zitting te nemen in het derde kabinet Rutte. Nu is zij de politieke nummer twee van Nederland: vicepremier én minister van Financiën. Plus politiek leider van D66. Een deftige dame sprekend met de dictie van voormalig koningin Beatrix die in de Tweede Kamer tijdens debatten zegt dat ze zaken moet „encadreren”. Praat ze bekakt? Nee, zegt Kaag zelf als zij dat verwijt krijgt. „Ik praat nétjes. Dat heb ik thuis geleerd. Is dat erg?”

Misogynie

De hoeder van het fatsoen versus de platheid van het populisme. Dat is haar onuitgesproken handelsmerk. Zij won er vorig jaar verrassend de verkiezingen mee. Haar houding maakt in het gepolariseerde opinieklimaat kwetsbaar. Weinig politici die in zo korte tijd zoveel weerstand, zo niet haat wisten op te roepen bij delen van het land. Inclusief de daar tegenwoordig bij behorende bedreigingen. Zij is een dankbaar onderwerp voor het rioolkanaal van Twitter, maar niet alleen daar. Tekenend was bijvoorbeeld ook de inquisitieachtige wijze waarop Kaag vorige maand door sommige media ter verantwoording werd geroepen in de kwestie rond partijprominent Frans van Drimmelen die zich zou hebben bezondigd aan grensoverschrijdend gedrag tegenover een medewerker op het partijkantoor van D66. Het liet zien dat de afkeer breder en dieper is.

Hoe komt dat toch? Het antwoord komt in elk geval niet van haar biograaf die bewust heeft nagelaten te psychologiseren. Kieskamp heeft een feitelijk portret proberen te schetsen en dat is goed gelukt. Maar juist een poging om die wrok jegens Kaag enigszins te verklaren, zou niet hebben misstaan. Is het omdat zij elitair overkomt, is het misogynie? Er is een verzachtende omstandigheid. De rel over Kaags leiderschap van de partij die de wrevel nog eens voedde brak uit toen het boek al bij de drukker lag. Met kunstgrepen heeft Kieskamp nog een paar zinnen aan haar manuscript kunnen toevoegen. Maar deze ‘casus’ (om in de woorden van Kaag te blijven) en de opgeroepen felle reacties waren nu bij uitstek geschikt om de aversie tegen Kaag nader te duiden.

Een andere kijk op Kaag levert de biografie die haar hele leven bestrijkt niet op; wel meer inzicht in de wijze hoe zij gekomen is waar zij zich nu bevindt. Dat was niet met een lange mars door de partij die zo bepalend is voor de carrière van veel Nederlandse politici. Met haar komst naar Den Haag op bijna 56-jarige leeftijd was zij een overduidelijke zij-instromer hoewel, zo blijkt uit de biografie, zij een functie in de politiek voor zichzelf nooit helemaal heeft uitgesloten. Ze had interesse. Belemmerende factor was dat Kaag zich vanwege haar banen bij de VN al sinds 1994 in het buitenland bevond. Tegelijkertijd versterkte die blik van buitenaf bij haar juist het gevoel dat ze iets zou kunnen betekenen voor het zo in zichzelf gekeerde Nederland.

Kaag werd uiteindelijk door D66 gevraagd. In een sfeer van toenemend plat populisme in de politiek kon Kaag met haar internationale blik zorgen voor het beschaafde tegengeluid, was zes jaar geleden de gedachte bij prominente D66’ers. Zij meldde zich pas in 2016 opnieuw aan als lid van D66 en trad een jaar later al aan als minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.

Direct nadat partijleider Alexander Pechtold in 2018 was afgetreden begon Kaags naam te circuleren als lijsttrekker voor D66 bij de volgende verkiezingen. Zelf liet Kaag haar ambitie lange tijd in het midden. Toen zij eenmaal verkozen was, zei ze dat het haar min of meer overkomen was. Iets wat Kieskamp betwijfelt. „Het beeld van die aarzeling staat wel op wat gespannen voet met de eerdere keuzes in het leven”, schrijft zij. Volgens haar is de gang van Kaag naar het leiderschap achter de schermen nauwkeurig geregisseerd. „Weinig tot niets wordt aan het toeval overgelaten in de strak georganiseerde partij die D66 vaak is.”

Nieuw leiderschap

Interessant is dan ook het hoofdstuk ‘De Troefkaart’ waarin Kieskamp beschrijft hoe binnen D66 met succes gewerkt werd aan het profileren van Kaag. Als deelnemer aan het derde kabinet Rutte was de aloude voor D66 geldende wet ‘regeren is halveren’ weer actueel aan het worden. Met bevlogen verhalen waarin ze zich duidelijk afzette tegen het negativisme van collega-politici zoals Wilders en Baudet zonder deze bij naam te noemen, wist zij voorzichtig het tij te keren. De kosmopolitische invalshoek was altijd al vertrouwd terrein voor D66, maar door duidelijk ook met een persoonlijke morele boodschap te komen („Soms word ik vanwege mijn huwelijk en carrière behandeld als vreemdeling in eigen land”) kreeg haar verhaal een nieuwe, wervende dimensie.

En natuurlijk speelde ook de factor vrouw een rol, hoewel ze zelf steeds verklaarde niet „op dat ticket” verkozen te willen worden. Maar ze speelde er wel mee. Hoe anders was haar uitspraak tijdens een congrestoespraak te verklaren dat ook moeders premier konden zijn? Voorganger Alexander Pechtold ging in 2017 al de verkiezingen in met de slogan ‘Tijd voor nieuw leiderschap’, maar met Sigrid Kaag kreeg deze zelfde leuze een extra lading.

Lees ook: Was Els Borst met haar achtergrond wel de juiste vrouw op de juiste plaats?

Een nieuw leiderschap voor Nederland is er na de slopende kabinetsformatie niet van gekomen. Mark Rutte geeft sinds begin dit jaar mét steun van Kaag en met een progressiever getoonzet programma leiding aan zijn inmiddels vierde kabinet. Rutte kreeg zijn kabinet en Kaag het regeerakkoord, concludeert Kieskamp. Maar of dit ook Kaags persoonlijke verdienste is geweest, blijft in het midden. Zij wilde een andere coalitie, maar koos uiteindelijk toch voor voortzetting van de oude.

Nu is zij dan in de woorden van haar biograaf schaduwpremier. Uit de biografie blijkt dat Kaag als VN-gezant met haar vasthoudenheid en persoonlijk gezag ingewikkelde zaken voor elkaar heeft weten te krijgen. Binnen de Nederlandse verhoudingen mag zij proberen ‘haar’ regeerakkoord zo ongeschonden mogelijk uit te voeren. „Kaag moet zich bewijzen als schaduwpremier in crisistijd” schrijft Kieskamp. Haar boek laat er geen twijfel over bestaan dat zij dit kan.