Rotterdam zit nog ‘heel ver’ af van de nieuwe fijnstof-norm

Luchtkwaliteit Voor het project ‘de Luchtclub’ meten zo’n 600 Rotterdammers de luchtkwaliteit, om een beter beeld te krijgen van vervuiling. Deze week werden de eerste resultaten bekend. Twee leden van de ‘club’ vertellen.

De sensor van Luchtclub-lid Maarten van Biezen waarmee hij fijnstof meet.
De sensor van Luchtclub-lid Maarten van Biezen waarmee hij fijnstof meet. Foto David van Dam

De Luchtclub is een zogeheten citizen science-project, ofwel wetenschappelijk onderzoek waarbij bewoners data verzamelen. In dit geval over de hoeveelheid fijnstof (PM2,5) rondom hun huis. „Zo hopen we een nog beter zicht te krijgen op de oorzaak van luchtvervuiling”, zegt wethouder Arno Bonte (duurzaamheid, GroenLinks). Er zijn 600 deelnemers, die met 530 sensoren een fijnmazige aanvulling vormen op het luchtmeetnet van milieudienst DCMR. „En het geeft antwoord op de vraag van bewoners hoe het in hun straat gesteld is met de luchtkwaliteit.”

Het project loopt nu een jaar. Donderdag werden de resultaten gepresenteerd aan de leden. Wat zijn de belangrijkste?

De eerste metingen wijken nauwelijks af van die van het DCMR luchtmeetnet. „Maar we zien wel duidelijke verschillen per gebied”, zegt Bonte. „In Kralingen en Crooswijk is er bijvoorbeeld veel fijnstof in de lucht door open haarden en barbecues. Op andere plekken zoals bij de ’s-Gravendijkwal zie je pieken die veroorzaakt worden door het verkeer.”

Omdat de oorzaak duidelijker is, wordt het makkelijker specifieke maatregelen in te zetten per wijk. Bonte: „Als houtstook voor overlast zorgt, kan de wijkraad als experiment werken aan een lokaal verbod op dagen met weinig wind.”

In Kralingen en Crooswijk is er veel fijnstof in de lucht door open haarden en barbecues

Arno Bonte wethouder

De impact van een vuurtje in tuin of huis op de luchtkwaliteit is groot. „Dat is iets wat opvalt aan de metingen”, zegt Bonte. „Terwijl beleid rondom het verminderen van houtstook nog niet de aandacht krijgt die het verdient.”

Uit een recente enquête onder leden van de Luchtclub blijkt dat verkeer zorgt voor de grootste overlast: twee op de drie leden kruisen dat aan als belangrijkste veroorzaker van luchtvervuiling in hun straat. Industrie staat op twee. Een op de vijf leden heeft daar het meeste last van. „Dat gaat vooral om bewoners in Rozenburg, Heijplaat en Pernis”, zegt Bonte. Ook de scheepvaart (17 procent) en houtstook (10 procent) zorgt voor overlast.

‘Dichtheid sensoren nergens zo hoog’

De sensoren van de Luchtclub meten alleen PM2,5 (fijnstof met deeltjes kleiner dan 2,5 micrometer). Stikstof, een andere indicator van de luchtkwaliteit, wordt niet geregistreerd. „Daar heb je geavanceerdere en duurdere sensoren voor nodig. Deze sensoren waren betaalbaar om op grote schaal uit te delen”, zegt Bonte. De Luchtclub maakt gebruik van de technologie die door het RIVM is ontwikkeld. In heel Nederland hangen deze sensoren aan gevels en in tuinen. „Nergens is de dichtheid zo hoog als in Rotterdam.”

Alle straten in Rotterdam voldoen inmiddels aan de Europese norm voor fijnstof – gemiddeld minder dan 25 microgram per kubieke meter. Maar de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft de norm in september aangescherpt naar 5 microgram per kubieke meter lucht, omdat zelfs kleine hoeveelheden fijnstof de gezondheid kunnen aantasten. „Daar zitten we nog heel ver vanaf”, zegt Bonte. „De gemeente zet bijvoorbeeld in op minder autoverkeer, minder houtstook en walstroom, ook landelijk zijn maatregelen nodig die norm uiteindelijk te behalen.”

Het project van de Luchtclub loopt nog een jaar. „Ik hoop dat mijn opvolger ermee doorgaat”, zegt Bonte. Dat geldt ook voor het experiment rondom het Maastunneltracé (afsluiting rijbanen). „Ik kan me niet voorstellen dat de volgende wethouder alle rijbanen heropent en daardoor een toename van de luchtvervuiling op zijn of haar geweten wil hebben.”

Maarten van Biezen voor het bouwterrein bij hem in de buurt. Foto David van Dam