Vrouwen met ‘stevige borsten’ en de mooiste treinstations van Europa

Redacteur signaleert welke boeken er ook zijn verschenen en kiest er steeds zes om kort te bespreken. Deze week over vrouwen die hun zoon laten bespioneren, naar Texel gaan om hun vader te leren kennen of samen in de trein gaan zitten om niet depressief te worden.

1. David de Poel: Oefeningen in dapperheid

Voor de ex-junk, schrijver en transgender René/Renate Stoute (1950-2000) was de onlangs overleden Jeroen Brouwers een heilige. Ze schreven elkaar brieven, Brouwers beoordeelde zijn verhalen en troostte hem als hij kritiek kreeg: ‘Blijf niet wachten op “begrip” van critici of publiek, want dat krijg je toch niet, – nooit. Dóórgaan. Schrijven is volhouden.’ In de biografie Oefeningen in dapperheid leidt David de Poel de lezer langs de dieptepunten van Stoute als heroïneverslaafde als ook langs literaire hoogtepunten. De publicatie van de verhalenbundel Op de rug van vuile zwanen in 1982, verhalen over Stoutes leven als junkie, betekende een doorbraak: een ‘uniek boek’ in de Nederlandse literatuur. Wat stijl, thema’ s en energie betreft kan het werk zich volgens De Poel moeiteloos meten met werk van schrijvers als Henry Miller, Charles Bukowski en Jack Kerouac; auteurs die hun leven twee keer leven: eerst in het echt, vervolgens opnieuw achter de schrijfmachine. Voor Stoute was dat leven niet alleen zijn verslaving maar ook zijn drang om zich als vrouw te kleden. In travestie voelde hij zich prettig terwijl hij zijn mannenlichaam niet haatte – toch koos hij er uiteindelijk voor een geslachtsverandering te ondergaan. In de biografie worden de zeer persoonlijke dagboekaantekeningen over zijn (seks-)leven en geslachtsverandering met hormonen en operatie zorgvuldig in zijn/haar levensloop gebed. En steeds wordt Jeroen Brouwers als een soort vader in Stoutes overwegingen betrokken. ‘Ik begrijp wel een en ander’ (…), schrijft Brouwers hem, ‘maar van “invoelend betrokken-zijn” mijnerzijds is geen sprake’. Maar zijn respect voor Stoute is groot – dat wilde hij nog wel onderstrepen. Een eerbiedwaardig portret van een geroemde en ook verguisde schrijver die zich niet gelukkig voelde in een mannenlichaam.

David de Poel: Oefeningen in dapperheid. Biografie van René/Renate Stoute. De Arbeiderspers, 264 blz. € 25.

2. Janneke Siebelink: Soms sneeuwt het in april

In de laatste maanden van de Tweede Wereldoorlog bevielen vrouwen in De Boerhaavekliniek in Amsterdam van hun kind om het vervolgens meteen af te (moeten) staan uit schaamte over de Duitse vader. Zo niet Helena, die op 22 februari 1945 bij haar ouders in Amsterdam met trots beviel van haar dochter Katharina – de naam die ze haar Duitse vriend, de arts Friedrich, had beloofd hun kind te zullen geven. Hij was gelegerd op Texel en zou Helena en Katharina komen halen in Amsterdam als de oorlog voorbij zou zijn. Dat het anders is gelopen, beschrijft Janneke Siebelink, dochter van schrijver Jan Siebelink, in haar debuutroman Soms sneeuwt het in april. Het verhaal is gebaseerd op ‘ware gebeurtenissen’, maar verder is er geen sprake van enige bronvermelding (al bedankt Siebelink in haar naschrift ‘Eleonore’ voor ‘haar verhaal’). Dat verhaal is geromantiseerd en wordt in flashbacks gereconstrueerd: afwisselend in Amsterdam en op Texel, in verschillende tijden: in de oorlog, na de oorlog. Omdat hoofdpersoon Katharina niet begrijpt waarom haar moeder Helena nauwelijks aandacht voor haar had, gaat zij op zoek naar haar verleden. Siebelink heeft een uitnodigende pen, maar helaas word het verhaal te breed uitgesponnen in plaats en tijd terwijl de lezer al lang weet wat er zo ongeveer is gebeurd. En dat is jammer want het verhaal is op zichzelf al bijzonder genoeg.

Janneke Siebelink: Soms sneeuwt het in april. Een dochter. Een eiland. Een verzwegen verleden. Ambo|Anthos, 320 blz. € 22,99

3. Catharina Botermans: De zwarte koningin

‘We leven in een tijd waarin de geschiedenis voortdurend tegen het licht gehouden wordt en opnieuw geïnterpreteerd en beoordeeld. En hoewel ik het niet altijd eens ben met de scherpe randen van deze beweging (…) hoop ik dat dit boek een bijdrage is aan het besef dat elke vertelling slechts een perspectief is en alleen een accumulatie van perspectieven een benadering kan vormen van wat er echt is gebeurd.’ Aan het woord is politicologe Catharina Botermans die met haar debuutroman De zwarte koningin een geweldig eigen perspectief geeft op de van oorsprong Italiaanse maar door haar huwelijk aan het Franse hof gekomen Catherine de’ Medici (1519-1588). Botermans begint haar roman met de komst van de familie Salviati naar Parijs. De vader zal een nieuwe bibliotheekcollectie opbouwen, de moeder treedt toe tot de hofhouding van koningin Louise en dochter Fiora wordt bediende en vertrouwelinge van koningin-moeder Catherine. Zo vertrouwd dat Catherine haar vraagt te spioneren bij haar zoon, koning Henri III, en zijn hofhouding. De koningin-moeder voelt zich vooral bedreigd door de hertog D’Epernon, die te veel invloed zou hebben op haar zoon. Botermans heeft een evenwichtige balans gevonden tussen verzinnen en Catherine’s leven wel onderbouwd in historisch perspectief plaatsen. In het boek gaat het dan over de verstoorde verhoudingen tussen moeder en zoon, de extravagantie van vooral de zoon en zijn hofhouding en over historische gebeurtenissen als de Bartholomeusnacht in 1572 met Catherine die dan stelt: ‘Religie is slechts de zondebok voor de hebberigheid van de mens’. Indrukwekkend.

Catharina Botermans: De zwarte koningin. Mozaïek, 396 blz. € 21,99

4. Jean Giono: Manosque

De Franse schrijver en dichter Jean Giono (1895-1970) schreef met Manosque een beeldschone poëtische novelle over de Provence en specifieker over de weidsheid en dreiging van de plateaus (‘hagelgooier, bliksemschichtdrager, grote vervaardiger van onweren’), de rivieren, de waterput in zijn dorp Manosque waar hij geboren en getogen is. Al vanaf zijn eerste roman Colline (Heuvel) uit 1928 liet hij de natuur aan het woord en beschrijft hij wat die voor hem betekent. Het is daarbij de verdienste van vertaler Kiki Coumans dat de rijke woordenschat die Giono voor natuur en mens heeft, ook in het Nederlands tot zijn recht is gekomen. Zijn werk is vaak verfilmd, enkele keren door schrijver en filmregisseur Marcel Pagnol die zelf ook een band met de Provence en specifiek met Marseile had. Manosque is geschreven in de ik-vorm en Giono heeft niet alleen de gave pagina’s lang de aarde, de zon, de glooiing van de bergen en de bedding van de rivieren te beschrijven, maar ontmoet ook zijn dorpsgenoten. Zijn kijk op vrouwen is dan wel heel of te beeldend waar hij hen introduceert met ‘enorme borsten’, ‘stevige borsten’, ‘schamele boezem’, ‘mooie volle dijen’ die bewegen ‘met een geluid van jonge golven’ of ‘voeten die zo uit de bijbel komen’. Het toegevoegde Gedicht van de olijf getuigt wederom van liefde voor de natuur; dit keer het proces van olijvenpluk tot oliepers: ‘Die tijd van de olijven. Iets epischers ken ik niet.’ Absolute aanrader.

Jean Giono: Manosque. Gevolgd door Gedicht van de olijf. (Manosque-des-Plateau). Vertaling Kiki Coumans. Uitgeverij Vleugels, 104 blz. € 23,95

5. Kevin Lygo: Keizers van Constantinopel

Voordat televisieman Kevin Lygo begon bij de BBC en uiteindelijk directeur werd bij de Britse commerciële televisiezender ITV, had hij zeven jaar een kunsthandel in islamitische en Byzantijnse kunst. Tevens had hij jarenlang een galerie in Parijs. Dat hij niet alleen kenner is van islamitische kunst komt tot uitdrukking in het bijzonder overzichtelijke en uitnodigende Keizers van Constantinopel. Het Byzantijnse Rijk was de voortzetting van het Romeinse Rijk en werd in 330 gesticht. Het zou meer dan duizend jaar bestaan en kende tweeënnegentig keizers. Het woord ‘Byzantijns’ begon enigszins obscuur, de heersers zouden louche, weelderig en verdorven zijn en het verkeerde soort Christendom belijden. Maar dat beeld klopt niet: de keizers en keizerinnen waren het perfecte voorbeeld van ‘vurige originaliteit en ambitie’. Aan Lygo de eer die eigenschappen in de lange lijst van keizers te ontdekken. Te beginnen met Constantijn de Grote die de basis legde van het Oost-Romeinse Rijk, later het Byzantijnse Rijk, met als hoofdstad Constantinopel. Hij was dan groot in zijn daden van besturen en kunst verzamelen, in zijn persoonlijke leven zou hij minder groot blijken te zijn; hij vermoordde familie of liet die vermoorden. De eerste vrouwelijke keizerin was Irene van Athene van 797-802, maar ‘eenmaal aan de macht was zij een ramp’ schrijft Lygo. Zij was wreed (liet haar zoon keizer Constantijn VI blind maken zoals deze zelf ook zijn oom had blind gemaakt om een coup te voorkomen), maar ook barmhartig wanneer ze theatraal door de straten van de hoofdstad reed en handenvol geld naar de mensen gooide. Een keizerin over wie gemakkelijk een soortgelijke roman als die over Catherine de’ Medici geschreven zou kunnen worden. De Keizers van Constantinopel is niet alleen een gedetailleerd (kunst-)geschiedenisboek maar door Lygo’s opzet leest het soms als spannende roman. Aanrader dus.

Kevin Lygo: Keizers van Constantinopel. (The Emperors of Byzantium). Vertaling Sylvie Hoyink en Ed van Eeden. Inleiding Bettany Hughes. Omniboek, 336 blz. € 34,99

6. Monisha Rajesh: De reis om de wereld in 80 treinen

Het reisboek De reis om de wereld in 80 treinen van de Britse journalist Monisha Rajesh verschijnt tien jaar na haar succesvolle Around India in 80 Trains. De wereldreis van zeven maanden maakte ze samen met haar vriend (om niet in een depressie te raken zoals haar bij de eerste reis door India overkwam en om elkaar lekker de schuld te kunnen geven bij het bijna missen van een trein) van Londen via een van de mooiste stations op het Europese vasteland, Limoges-Bénédictins, met de Trans-Mongolië Expres naar Peking (de eerste stad waar ze zich ‘verloren’ voelt door de ‘dickensiaanse smog’ en de totale onwil van de Chinezen om Engels te spreken). Vanuit Tokio vliegen ze naar Canada om vijf weken van oost naar west met de trein verder te reizen. Wat de aantrekkingskracht van langeafstandstreinen is? De lezer verwacht misschien een diepzinnig antwoord, maar Rajesh houdt het heel simpel: ‘Er is geen andere manier van reizen die mijn twee favoriete hobby’s combineert: de hele wereld zien en in bed liggen.’ Belooft dat wel een enthousiast reisverslag? Het antwoord is volmondig ‘ja’; inderdaad volkomen relaxed beschrijft ze alle soorten treinen, de grappige of beangstigende conversaties met reisgenoten en geeft veel landen- en stedeninformatie.

Monisha Rajesh: De reis om de wereld in 80 treinen. Een ongelooflijk avontuur van meer dan 70.000 kilometer. (Around the World in 80 Trains). Vertaling Marja Borg. Ambo|Anthos, 330 blz. € 22,99