Reportage

Zelfs dode boomtakken drinken te veel water in Zuid-Spanje

Droogte In Andalusië dreigt een groot deel van de fruitoogst te mislukken door de extreme droogte. Boeren zijn wanhopig: „Water hier is als goud.”

De aloë-veraplantage van Sabine Beer in Estepona, Andalusië. Deze planten hebben veel minder water nodig dan avocado’s of tomaten.
De aloë-veraplantage van Sabine Beer in Estepona, Andalusië. Deze planten hebben veel minder water nodig dan avocado’s of tomaten. Foto Javier Fergo

Boer Antonio Guerrero uit het dorpje Almuñécar in Andalusië rijdt in zijn gammele witte Volkswagenbusje naar zijn fruitteeltboerderij El Pinero, hoog in de bergen. De smalle weg erheen is moeilijk begaanbaar. Er ligt geen asfalt, de takken van de bomen schuren tegen het busje en bij tegenliggers ontstaan gevaarlijke taferelen. Het stadje zelf telt zo’n 27.000 inwoners, voornamelijk boeren en vissers.

„Hier liep mijn opa altijd met de ezel, bepakt met fruit en vis, op weg naar Granada om handel te drijven”, vertelt de 59-jarige Guerrero trots. „Eenmaal in Granada, 85 kilometer verderop, verkocht hij wat er overbleef en deed hij inkopen, zodat hij op de terugweg naar Almuñécar weer geld kon verdienen.” Als eerbetoon heeft Guerrero zijn bedrijf El Pinero vernoemd, naar het geboortedorp van zijn opa, Pinos de los Valles.

Zijn droomboerderij verandert echter langzaam in een nachtmerrie, door de droogte. Een groot deel van de oogst is mislukt. Water is schaars en het onderhoud wordt steeds duurder. „En ik kan geen jong personeel vinden dat op het land wil werken, dus de toekomst van het platteland is onzeker”, zegt Guerrero, terwijl hij de handrem met een harde ruk omhoog trekt. „We zijn er. Dit is mijn kleine paradijs.” Bij de poorten van El Pinero staan zijn drie honden hem kwispelend op te wachten.

Het groene veld met verschillende soorten fruitbomen beslaat zo’n twee hectare. „Als ik de poort achter me dichttrek, heb ik rust in mijn hoofd. Luister”, zegt hij terwijl zijn vinger op zijn lippen legt. Het getsjirp van de vogels schettert door de bergen. „Dit houdt mij op de been. Maar zodra ik weer voet buiten de poorten van mijn paradijs zet, is alle ellende weer terug.” Daarom brengt Guerrero bijna al zijn tijd door op het platteland: de confrontatie met de realiteit valt hem te zwaar.

Leningen

„Mijn verrotte busje heb ik al jaren, maar dat heb ik nog steeds niet afbetaald. Evenmin als de lening voor de aankoop van dit stuk land. Sterker nog: ik heb een nieuwe lening afgesloten om mijn andere af te lossen”, lacht hij gefrustreerd, terwijl hij zijn twee werknemers Alberto en Pepe uit Ecuador begroet. Hij betaalt hen vijftig euro per dag. Ze zijn al de hele ochtend aan het werk. „De dode takken knippen we eraf, anders zuigen ze de energie uit de rest van de boom. En dat komt de oogst niet ten goede”, zegt Alberto, terwijl hij een mangoboom onder handen neemt. De knoppen van de boom bloeien op, wat erop wijst dat de boom gezond is.

„Maar het land is kurkdroog en water is schaars in deze regio”, zegt Guerrero, terwijl hij zijn hand in de aarde steekt. „Het is een ramp. Ik heb afgelopen jaar zo’n 80 procent van mijn oogst verloren door de droogte. En daarbij kost het me heel veel geld om het land te bevochtigen, doordat de prijzen voor water door de schaarste zijn verdrievoudigd. Water hier is als goud.”

Guerrero pakt zijn telefoon en stuurt een berichtje naar de man die water uit de enorme groene tank verderop naar de fruitbomen kan laten lopen. „Dit gaat me waarschijnlijk weer een lening kosten, maar ik kan niet anders”, zegt hij zuchtend. Hij heeft water besteld voor één uur. Het is niet genoeg om het land volledig te bevochtigen, maar volgens Guerrero is het in ieder geval iets.

De afgelopen winter was in Spanje de op een na droogste en de warmste sinds 1961. Daardoor bevatten reservoirs veel minder water dan gebruikelijk. Hoewel het later dit voorjaar wel regende, was dat niet voldoende om de voorraden aan te vullen. Zo dreigt ook dit jaar een groot deel van de oogst te mislukken.

Volgens het Spaanse ministerie van Milieu zijn het zichtbare effecten van klimaatverandering. Sommige rivieren voeren tot 20 procent minder water aan dan enkele decennia geleden. De komende jaren zou het gebied in Spanje waar een semi-woestijnklimaat heerst met zo’n dertigduizend vierkante kilometer toenemen – grofweg het oppervlak van België.

Extreem-rechts en verkiezingen

De droogte is een belangrijk thema bij de regionale verkiezingen in Andalusië, op 19 juni. Volgens de jongste peilingen wordt het extreem-rechtse Vox hier de derde partij. De centrum-rechtse regiopresident Juan Manuel Moreno (PP) staat dan voor de moeilijke keuze: samenwerken met de ‘gehate’ socialistische oppositiepartij PSOE, of regeren met Vox en extreem-rechts voor de tweede keer sinds de dood van dictator Franco in 1975 laten deelnemen aan een regionale regering. De eerste keer was in maart van dit jaar, in de noordelijke regio Castilla y León.

De groeiende aanhang onder de boeren voor Vox komt voornamelijk doordat de partij investeringen in het gebied belooft en de EU-regels wil negeren die irrigatie verbieden bij beschermde natuurgebieden.

Bij eerdere grote droogtes in Spanje bedroeg de schade voor de landbouw honderden miljoenen euro’s. In 2012 keerden verzekeraars 210 miljoen euro uit, in 2017 was dat 143 miljoen. Maar volgens de krant El País is slechts 20 procent van de gebruikte landbouwgrond verzekerd, waardoor de werkelijke schade voor de sector honderden miljoenen hoger zal zijn geweest in die jaren.

In maart kondigde het Spaanse ministerie van Landbouw steunmaatregelen aan om boeren te helpen die door de droogte zijn getroffen. Volgens het ministerie krijgen ruim 900.000 mensen belastingverlaging en toegang tot goedkope leningen. Ook stelde het een vaste, lage prijs vast voor irrigatiewater uit ontziltingsinstallaties.

Volgens Guerrero hoef je als gewone boer niet te rekenen op hulp van de overheid. Die is volgens hem alleen bestemd voor de grote bedrijven. „De overheid helpt mij aan een strop om mijn nek. Ze geeft niets om de gewone boer.” Hij snapt goed dat veel van zijn vakgenoten overwegen op Vox te stemmen, omdat die partij meer zou opkomen voor de boeren dan de „zakkenvullende” socialisten.

Lees ook: Spaanse zomers worden steeds droger

Guerrero loopt naar het huisje op het veld en neemt plaats aan de enorme houten keukentafel. Op de tafel liggen flessen drank, een stapel brieven en wat fruit. „Ik zit regelmatig hier aan tafel te huilen”, zegt Guerrero, terwijl hij een fles drank omhooghoudt. „Ik trek dan een fles gin open en vraag mezelf af waarom het leven zo zwaar is voor de gewone boer. Ik werk mezelf rot. ’s Ochtends om zes uur sta ik al op het veld te werken en ik vertrek pas weer na negen uur ’s avonds, als de zon achter de bergen verdwijnt. Ik heb al jaren niet normaal kunnen slapen. En voor wat?”

De droogte is niet het enige probleem voor boeren als Guerrero. Volgens hem is het lastig om te concurreren met multinationals die met hun massaproductie de prijzen voor in- en verkoop domineren. „Voor de mango’s of avocado’s die ik per kilo voor twee euro verkoop, betaalt de consument per stúk meer dan twee euro. De tussenpersonen vullen hun zakken, terwijl ik niets terugzie van de winst. Het zijn maffiapraktijken en de overheid houdt ze in stand.”

Onkruid rondom de aloë-veraplanten wordt weggehaald om te voorkomen dat het onkruid water opneemt.

Foto Javier Fergo

Aloëveraplantage

Zo’n 170 kilometer naar het westen, in het stadje Estepona, werkt boer Claudio Itcou met zijn collega Álvaro op de aloë-veraplantage Santaverde. Het bedrijf is in handen van een Duits echtpaar dat al meer dan dertig jaar biologische cosmetica maakt.

Itcou, gekleed in een bevlekt beige shirt en met een beige petje op, werkt al twintig jaar op deze boerderij. „Door de klimaatverandering zijn veel planten nog bruin. Normaal horen ze groen te zijn”, zegt hij. De droge bladeren worden verwijderd en geplet met een machine, om ze te gebruiken als mest voor het veld. Itcou: „We werken hier op een ecologische manier. Alles gaat terug naar de natuur. We gooien niets weg, want dat is zonde en dat kunnen we ons met de klimaatverandering niet permitteren.”

Ook in Estepona is waterschaarste een groeiend probleem. „Vorig jaar hadden we al een enorm tekort. Dit jaar dreigt dat veel erger te worden. De prijs van een kubieke meter water is verdubbeld. Daarbij komt de elektriciteitsrekening, die omhoog is gegaan.”

„We hebben geluk dat we in de aloë-verahandel zitten, want de planten kunnen – net als cactussen – wel tegen droogte”, zegt de eigenaresse van de plantage, Sabine Beer. „Te veel water kan de planten zelfs fataal worden. Veel boeren in de omgeving die fruit en groente telen, hebben het veel zwaarder. Voor één kilo avocado’s heb je duizend liter water nodig. Voor een kilo tomaten is dat ongeveer tweehonderd liter.”

De 67-jarige Beer is de trotse eigenaar van vijftienduizend planten. „Het duurt drie jaar voor een aloë-veraplant klaar is om geoogst te worden. Nu werken we aan achtduizend planten die we van september tot november kunnen oogsten”, vertelt ze. Wanneer die periode is aangebroken, werken er meer mensen op het land.

„Nu onderhouden we de plantage met drie personen. We maken lange dagen, maar het is te doen”, zegt Itcou in de brandende zon. „Álvaro is al het onkruid aan het weghalen bij de planten, opdat het water niet verloren gaat. We hebben de grond gisteren bevochtigd.” Hij pakt een handje aarde. „Voel maar, het is nog nat. Maar met deze hitte is het zo weer droog.”

Bezweet verwijderen Itcou en Álvaro het laatste onkruid voor ze een korte lunchpauze nemen. „Ik werk twintig jaar op het veld en de laatste vijf jaar wordt het steeds zwaarder. De zomers zijn langer en intenser. De hitte die we nu voelen is uitzonderlijk voor deze tijd van het jaar”, zegt Itcou puffend. „En de komende jaren wordt het alleen maar intenser als er niet snel een oplossing komt.” Die oplossing is alleen op internationaal niveau te vinden, denkt Sabine Beer. „Klimaatverandering gaat ons allemaal aan. Als we er niet snel iets aan doen, als we niet bewuster met de natuur omgaan, hebben we een probleem.”

In Almuñécar plukt Guerrero een abrikoos van de boom en neemt hij een hap. Het sap druppelt op de grond. „Ik vraag niet veel. Ik wil het minimale om mijn grond te onderhouden. Genoeg water, opdat ik lekkere avocado’s, mango’s en níspero’s kan oogsten en mijn leningen kan afbetalen. Zo niet, dan mag de overheid me maar meteen een strop omdoen en er een eind aan maken.”