Volkskrant mag alsnog schrijven over grensoverschrijdend gedrag oud-D66’er

Persvrijheid De Volkskrant mag alsnog schrijven over het grensoverschrijdend gedrag van D66-partijprominent Frans van Drimmelen, oordeelt het hof van Amsterdam deze woensdag.

De Amsterdamse voorzieningenrechter had eerder bepaald dat de Volkskrant Van Drimmelen niet mocht beschuldigen van „machtsmisbruik”.
De Amsterdamse voorzieningenrechter had eerder bepaald dat de Volkskrant Van Drimmelen niet mocht beschuldigen van „machtsmisbruik”. Foto ANP

De Volkskrant is alsnog vrij om te schrijven wat zij wil over het grensoverschrijdend gedrag van oud-D66-politicus Frans van Drimmelen. De eerdere beperkingen die de rechter de krant oplegde, waren ongegrond. Dat heeft de meervoudige kamer van het gerechtshof te Amsterdam woensdag besloten in het hoger beroep van het kort geding dat Van Drimmelen had aangespannen tegen de krant.

Van Drimmelen en D66 kwamen in moeilijkheden nadat de Volkskrant op zaterdag 16 april onthulde dat de oud-campagneleider een andere D66-medewerker in 2015 en 2016 maandenlang had gestalkt, nadat zij een geheime affaire met hem had beëindigd. De regeringspartij bleek hem de hand boven het hoofd te hebben gehouden, vooral door een belastend rapport hierover achter te houden. Na de onthulling moest Van Drimmelen alsnog wijken. Op een speciaal congres zondag ging D66 door het stof.

Een paar uur vóór de publicatie van de Volkskrant besloot de Amsterdamse voorzieningenrechter in een kort geding achter gesloten deuren dat de krant Van Drimmelen niet mocht beschuldigen van „machtsmisbruik” of „seksuele intimidatie”, en niet mocht zeggen dat het geheime rapport hierover haaks staat op het aanvankelijke, openbare rapport waarin Van Drimmelen wordt vrijgepleit. Verder mocht de krant niet citeren uit de correspondentie tussen Van Drimmelen en zijn ex-geliefde, die is opgenomen in het geheime rapport.

Afweging tussen grondrechten

In het hoger beroep, dan maandag diende, wilde de Volkskrant dit vonnis vernietigd zien omdat dit preventieve censuur zou zijn, die de persvrijheid ernstig zou schaden. Advocaat Jens van den Brink zei tijdens de zitting: „Het lijkt erop of de rechter dacht het ‘zekere voor het onzekere’ te nemen, en een verbod heeft opgelegd op allerlei termen zonder dat daar enige reden voor bestaat. Dat is de wereld op z’n kop. Een rechter kan alleen onder uitzonderlijke omstandigheden een krant vooraf een verbod opleggen. Ik kan niet genoeg benadrukken hoe kwalijk dit is voor een vrije samenleving.”

Frans van Drimmelen daarentegen, wilde het eerdere vonnis juist aanscherpen. Hij eiste in dit hoger beroep dat de krant ook de termen „#MeToo grensoverschrijdend gedrag” en „dergelijke gedragingen” niet meer zou gebruiken in toekomstige artikelen over hem. De bestaande artikelen over de kwestie moesten van hem offline gehaald worden, en de krant zou een rectificatie moeten plaatsen. Deze vorderingen werden afgewezen.

In perszaken als deze moet de rechter een afweging maken tussen twee grondrechten: het recht op vrije uiting en het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Anders gezegd: tussen het algemeen belang van publicatie van de misstand, en het persoonlijke belang van een betrokkene. In dit geval weegt het maatschappelijk belang (onthulling van een doofpot bij een regeringspartij) volgens de advocaat van de Volkskrant evident zwaarder dan het belang van Van Drimmelen om zijn privéleven buiten de publiciteit te houden.

Hoe de rechter deze grondrechten precies heeft afgewogen, is nog niet duidelijk. De uitspraak van deze woensdag is een zogeheten kop-staart-arrest, met de uitspraak in één zin. De motivering voor de beslissing volgt over twee of drie weken.

‘Anders gaat het grondig mis’

Het grootste deel van het hoger beroep ging echter niet over persvrijheid en privacy, maar over de vraag of Van Drimmelen zich misdragen had. De Volkskrant wilde hiermee aantonen dat er wel degelijk sprake was van machtsmisbruik en seksuele intimidatie, wat de krant van de rechter eerder niet mocht schrijven. Volgens de krant wilde Van Drimmelen een gesprek met zijn ex-geliefde afdwingen. De advocaat citeerde uit privé-correspondentie: „Anders gaat het grondig mis.” Van Drimmelen dreigde met „onorthodoxe middelen”. Hij zou „vol wraakgevoelens” zitten. Van Drimmelen zou hebben gedreigd dat hij de echtgenoot van zijn ex-geliefde zou vertellen over hun geheime relatie. Volgens Van den Brink dreigde hij ook om „intiem beeldmateriaal” te sturen. De conclusie van de advocaat: „Stalking van iemand die een relatie niet wil voortzetten, is al een vorm van seksuele intimidatie, zeker in combinatie met de dreiging van Van Drimmelen.”

Jurian van Groenendaal, de advocaat van Van Drimmelen, stelde echter dat er geen sprake was van stalking, dreiging of seksuele intimidatie: „Er is niets aan de hand.” Volgens hem had de ex-geliefde de affaire plotseling beëindigd en wilde Van Drimmelen weten waarom ze het uitmaakte. Daarom had hij haar gebeld. De advocaat bestrijdt dat het om maandenlang stalken ging. Het zou gaan om „een handvol telefoontjes” gedurende zestien dagen. Dat was ná een sommatie dat hij haar met rust moest laten. „Natuurlijk spelen er emoties. Sommige berichten waren ook onaardig.” De advocaat citeerde Van Drimmelen: „We hadden plannen met elkaar, en we zouden gaan samenwonen, en dat vond ik moeilijk.”

Van Drimmelen zelf kwam op het eind eventjes aan het woord: „Er is ongelooflijk veel schade aangericht... disproportioneel... echt niet te geloven.”