Opinie

Oorlog tegen Oekraïne is ook oorlog tegen ons

Hubert Smeets

Nederland is ten diepste een onpolitieke natie. De spreekwoordelijke koopman vreest de politiek omdat die z’n nering verstoort, de dominee omdat die z’n goede bedoelingen liever preekt dan praktiseert. Rusland heeft altijd van die hang naar het onpolitieke geprofiteerd. Het Kremlin mocht dan de hand hebben gehad in de MH17-ramp, de handel met Rusland ging door. Tot genoegen van de ceo’s van Shell die, ook als ze door het Kremlin te grazen waren genomen, toch weer met de pet in de hand hun opwachting maakten in de ‘datsja’ van Poetin.

Een open hand waar mogelijk, een gebalde vuist waar nodig, heette dit dubbele spoor van de kabinetten-Rutte afgelopen decennium. Sinds 24 februari, die donderdag die een cesuur à la 1989 zal blijken te zijn, gaat deze vlieger niet meer op. Voordien eigenlijk ook al niet, maar voor columnistische betweterij is de toestand nu te ernstig.

De regering heeft dat inmiddels ook door. Op bezoek in Oekraïne zag minister Hoekstra (CDA) van Buitenlandse Zaken vorige week het licht. Ruslands oorlog tegen het soevereine buurland heeft een ideologisch en pan-Europees karakter, ontdekte hij in Kiev.

Dat inzicht heeft serieuze politieke consequenties. De notie dat in Oekraïne niet alleen ‘hun’ maar ook ‘onze’ oorlog wordt gevoerd, is in Nederland namelijk geen gemeengoed. Na twaalf weken klinkt hier nog steeds het quasi-genuanceerde geluid dat ‘wij’ moeten deëscaleren om Poetin een ‘eervolle uitweg’ te bieden of dat ‘wij’ moeten waken voor een dubbele moraal, omdat elders in de wereld ook veel onrecht is.

Anders dan in Duitsland – dat door zijn jarenlange bijdrage aan de tegen Polen, Wit-Rusland en Oekraïne gerichte gaspijpleidingen van de firma Nord Stream ook pakken boter op het hoofd heeft – wordt Ruslands oorlog in Nederland nog altijd amper in politieke termen besproken. Het geweld is volgens het vaderlandse discours gruwelijk, maar de waarheid over het waarom zal wel ergens in het midden liggen, zoals bij elk conflict ver weg. Kortom, aan naastenliefde geen gebrek, aan politiek bewustzijn des te meer.

Die apolitieke houding is nu een heus probleem geworden. Weliswaar is het Oekraïense front ruim 2.000 kilometer van Den Haag verwijderd, in politieke zin is het Russische revanchisme belangrijker dan de Russische interventie in Syrië. In Syrië, 4.200 kilometer ver weg, houdt het Kremlin de slager Assad in het zadel tegenover de koppensnellers van IS als voornaamste alternatief. In Oekraïne daarentegen voert Rusland oorlog tegen een onvolgroeid maar reëel democratisch perspectief en, in het verlengde, ook tegen ‘onze’ pluriforme rechtsorde.

Dat Rusland het evenzeer op Europa heeft gemunt is geen interpretatie, maar zegt het Kremlin zelf en onomwonden. In alle veiligheidsdoctrines van Poetin sinds 2012 staat zwart op wit dat het Westen de hoofdvijand van Rusland is.

De logica voor onze reactie zou zich moeten laten raden. Als Moskou zo ongenadig politiseert, is contrapolitisering in Nederland onontkoombaar. Maar of de regering dat aandurft, is gelet op het recente verleden toch de vraag. Uit vrees voor de hoefijzercoalitie van GeenStijl, FVD, PVV, SP en PvdD, die in 2016 met succes een anti-Europees referendum wist te verzilveren, hebben alle kabinetten-Rutte zich sinds 2014, ondanks de MH17, laten intimideren door de twintig procent kiezers in Nederland die gecharmeerd zijn van het poetinisme.

Door die angst is de Kremlinkolonne in de polder tot nu toe politiek zachter aangepakt dan de CPN na de Sovjetinvasie in Hongarije eind jaren vijftig. Dat verschil is ongerijmd. De ideologische tegenstellingen zijn nu niet minder groot dan toen. Zelfs in een onpolitiek land als Nederland.

Hubert Smeets is journalist en historicus. Hij schrijft om de week op deze plaats een column.