Op de mestvaalt bloeien bloemetjes, dus ook in Dachau en Damascus

Zap Zelfs op de meest gruwelijke plaatsen is schoonheid te vinden. Dat toont het programma Kunst achter prikkeldraad, over kunst die in concentratiekampen werd gemaakt. In De gevluchte gast vertelde danser Ahmad Joudeh hoe hij in een vluchtelingenkamp bij Damascus kunst en cultuur levend hield.

Özcan Akyol in gesprek met Ahmad in De gevluchte gast.
Özcan Akyol in gesprek met Ahmad in De gevluchte gast. Beeld BNNVARA

Op de mestvaalt groeien bloemetjes, tussen betonblokken piepen grassprietjes, uit puin ontspruit soms leven. Gruwel kan schoonheid voortbrengen, en dat is wat schrijver en journalist Frank Westerman ons in drie afleveringen Kunst achter prikkeldraad laat zien. Hij reist, per trein, naar de voormalige concentratiekampen in Nederland, Duitsland, Oostenrijk en Polen op zoek naar het goede, het mooie en het schone dat daar, al of niet onder dwang, tot stand kwam. Muziek, tekeningen, liedjes, reclamefolders, gebeeldhouwde bustes, houten stoelen, replica’s van zeilschepen voor thuis op de schoorsteenmantel. Wat de SS’er vroegen, maakten de gevangenen.

De eerste aflevering, maandagavond, voerde langs de kassen en velden van Dachau, waar SS-leider Heinrich Himmler experimenteerde met medicinale planten en kruiden. Dwangarbeiders cultiveerden de grond naast de barakken, gevangenen tekenden nauwgezet de gewassen na die er groeiden. Het doel was een kruidenaftreksel te brouwen, boordevol vitamine C, voor de soldaten op het slagveld. Alle ingrediënten, uiteraard, volledig biodynamisch geteeld.

Dinsdagavond waren we in Buchenwald. De kampcommandant daar hield van Duitse volksliedjes – Liegt ein dörflein mitten im Walde, dat werk. Hij loofde een beloning uit voor de gevangene die een nieuw Buchenwaldlied zou maken. Tien mark voor de winnaar, en als niemand met iets goeds kwam: geen eten. Een librettist en een componist zetten een tekst op een vrolijke, Weense melodie. Zevenduizend gevangenen moesten het na gedane arbeid vier uur lang – middenin de winter – repeteren op de appèlplaats. Eerste regel van het refrein: „O Buchenwald, ik kan je niet vergeten, omdat jij mijn lot bent.”

Folteringen en filmavonden

De tweelingbroer van tekenaar Anton Pieck, als communist naar Dachau afgevoerd, tekende op bevel van bewakers hun portretten, en ondertussen schetste hij clandestien de dagelijkse taferelen in het kamp. De luizencontroles, de gestapelde doden, de overvolle barakken. Folteringen bestonden naast filmavonden, executies naast concerten, dwangarbeid naast bonte avonden met acrobatiek en dans.

Door naar Theresiënstadt, waar gevangene Jo Spier, cartoonist uit Zutphen, het bevel kreeg een souvenir te maken voor bezoekers van het getto. In 1944 kwam er een afvaardiging van het Rode Kruis langs, en daartoe kreeg het verpauperde getto een volledige make-over. Om de leugen nog extra te verbloemen was er het prentenalbum van Jo Spier. Hij tekende joden in het koffiehuis, een poppenkast in een kindertehuis, gezinnen verpozend in de buitenlucht. In aflevering drie, op woensdag, reist Westerman naar Mauthausen. Auschwitz is het eindstation.

„Kunst en cultuur levend houden”, was wat danser Ahmad Joudeh deed in het Palestijnse vluchtelingenkamp bij Damascus waar hij tot zijn 31ste woonde. Özcan Akyol (Eus) ontvangt hem in zijn kappersstoel in een speciale serie van De geknipte gast die deze week wordt uitgezonden. In De gevluchte gast spreekt hij vijf mensen die vluchtten voor bedreiging, geweld en onderdrukking. Dinsdagavond zat Ahmad er. Een vluchteling die zelfs niet legaal vluchten kon, omdat hij én zijn vader geboren werden in een vluchtelingenkamp en dus geen nationaliteit hebben. Een stateloos burger uit niemandsland kan nergens heen.

In het kamp gaf Ahmad dansles aan kinderen. Een dansende jongeman, zegt Eus eufemistisch, is niet echt geliefd bij islamisten. Het kamp stond op zeker moment onder controle van IS. Waarop Ahmad antwoordt dat dansen zijn leven is en dat hij niet kapot liet maken wat in hem leeft, als alles om hem heen al is vernietigd. Reden waarom hij achterop zijn nek – daar waar het zwaard het hoofd van de nek klieft – een tatoeage heeft met, in het Arabisch: ‘Dans of dood’.