Charles Avery

Foto Roger Cremers

Interview

Charles Avery: ‘Kunst maak je niet om je mening te ventileren’

Charles Avery Al bijna 20 jaar werkt Charles Avery aan een fictief eiland. Er wonen rationele mensen en de goden staan voor filosofische denkbeelden. „Het is een fantasie-eiland, maar verder als elke plek op aarde.”

In de wereld van de Schotse kunstenaar Charles Avery bestaat wel verandering, maar geen tijd. Voor wie denkt dat dat niet kan: welkom op ‘The Island’. Aan het imaginaire eiland werkt Avery sinds 2004, en het ontwikkelt zich steeds verder. Het begon met de komst van de ontdekkingsreiziger, Only McFew, die denkt een onbewoond eiland midden in een wereldzee te hebben ontdekt. Het eiland blijkt echter bewoond te zijn door mensen die leven in een wereld waarin de ratio overheerst, en de goden de vorm hebben van wiskundige dilemma’s.

Om een indruk van de eilandbewoners te geven: ze zien eruit als wij, houden van paling en eieren op gin, daarnaast praten ze graag over filosofie. Je hebt er The Hunters die vaak empirist zijn, op zoek zijn naar het wezen Noumenon – dat niet alleen een verwijzing is naar een denkbeeldig ideaal maar dat volgens Avery staat voor de schaduw van de perfecte vorm, waar we altijd naar op zoek zijn om de waarheid te vinden. Only McFew wordt eveneens Hunter en hij is heimelijk verliefd op MissMiss. Als voormalige kolonie van het veel kleinere Triangle Land, drijft The Island deels op toeristen die vooral in de hoofdstad Onomatopoeia (niet te verwarren met Utopia) naar filosofische bijeenkomsten gaan die eindeloos duren.

Als kunstenaar heb je het privilege van eenzaamheid (tegenwoordig minder en veel minder dan ik zou willen)

„Je kan The Islanders vergelijken met een epische roman, een fictieve wereld. Het is een onvolmaakte wereld vol ideeën, er is ruimte voor mislukking, het is geen succesverhaal, maar een proces in wording waar ik ideeën wil samenbrengen. Het eiland is fictie, het bestaat niet, het geheel is een reis om te ontdekken”, vertelt Avery opgewekt in galerie Grimm, waar momenteel zijn tentoonstelling The Hunter Returns/ Goes Away From te zien is. Gelijktijdig is een deel van het eiland opgebouwd in Paradys, een tentoonstelling met 14 kunstenaars in het Friese Oranjewoud. Terwijl hij zijn fantasiewereld als iets volkomen logisch presenteert, lacht Avery ook vaak om de verbanden die hij legt.

Om bij het begin te beginnen: is McFew als ontdekkingsreiziger meer een Gulliver die terecht komt in de wereld van de Houyhnhnms, die zich vooral baseren op ratio en logica, of is hij meer een kolonist als Robinson Crusoë?

„Beiden zijn relevant, maar mijn project is veel meer in beweging dan de werelden waar deze twee voor staan. Mijn eiland kan van alles zijn en is geschikt voor veel mensen. Het is een soort gymnasium waar anderen hun ideeën op los kunnen laten. Er is een proefschrift geschreven waarin het eiland werd gekoppeld aan Schotland in de negentiende eeuw. Iemand anders verdiepte zich in de wiskundige theorieën. Mensen halen er kortom de ideeën uit die ze willen.”

‘The Hunter returns / Goes away’ in GRIMM, Amsterdam, 2022 Foto Jonathan de Waart

Koppelen sommigen er ook de Schotse onafhankelijkheid aan?

„Dat zou een interessante gedachte zijn, maar dat is vooralsnog niet het geval. Ik denk ook niet dat dat gaat gebeuren. Ik heb ook geen idee hoe de Islanders denken over Schotse onafhankelijkheid. Ik ga niet over wat ze denken. Ooit was dit eiland een kolonie, maar inmiddels komen de voormalige kolonisten vooral als toeristen om naar de filosofische debatten te luisteren. De oorspronkelijke bewoners voelen zich inmiddels ver verheven boven hun voormalige kolonisten. De enige overeenkomst bij de Islanders onderling is dat ze rationeel zijn. Het is een fantasie-eiland, maar verder als elke plek op aarde.”

Waarom zijn er goden op het eiland? Goden die nota bene nog sterfelijk zijn ook.

„De goden zijn raar, maar ja, goden zijn nu eenmaal raar. Misschien is idolen een beter woord. Het komt erop neer dat ze niet eens bovenaan de existentiële piramide staan, het zijn in feite luie goden, die staan voor de ideeën die mensen hebben. Ze bestaan dus alleen bij gratie van de sculpturen. Je hebt Duculi die, net als andere goden zoals Aleph Nul, Mr Impossible en Dha, leeft op ‘The Plane of the Gods’. Duculi is telkens met zichzelf in gevecht. Ze representeren allemaal het idee dat het eiland een rationele samenleving is, waar verschillende filosofieën aangehangen worden. De grootste groepen zijn de rationalisten en de empiristen, en je hebt ook nog een derde groep die ervan uitgaat dat alles reëel is, zolang de overtuiging er is dat het bestaat. Binnen die stromingen bestaan weer aftakkingen, soms dragen ze een hoed waaruit je kan afleiden welke stroming ze aanhangen. De hoeden moet je zien als de quilts in Schotland. Er zijn er trouwens niet veel die zo’n hoed dragen, dat wordt vooral gedaan door senioren en toeristen. De empiristen zijn The Hunters. Zij vinden dat iets pas bestaat als je het hebt gezien, en daarom zijn ze ook telkens op zoek naar Noumenon. Die bestaat niet, maar The Hunters blijven naar hem op zoek.”

Lees ook de recensie van Paradys: Kunst zet aan tot kijken en denken in Fries paradijs

Stel dat ze slagen, is dat dan het einde van het eiland?

„Ja, en daarom gaan ze Noumenon nooit vinden.”

Op het eiland hangen posters met teksten dat Marcel Duchamp overschat is. Wat is er mis met Duchamp?

„Bij hem is het misverstand begonnen dat alles kunst kan zijn, dat er geen inherente artistieke kwaliteiten bij komen kijken. Op het eiland is de vraag ‘Is dit kunst?’ absurd. Het gaat om de artness, datgene dat gemaakt is als kunstwerk, waarbij je niet zozeer een idee uitdraagt als wel verbeelding.”

Ben je het met de Islanders eens?

„Ja, ik heb het geschreven.”

Gaat jouw eiland iets aan Duchamps ‘misverstand’ veranderen?

„In de kunstwereld is er een groot misverstand, het is een plek waar onaangepasten doen wat ze proberen te doen en de kunstwereld accepteert dat. Artness wordt vrij vaak terzijde geschoven. Misschien is het niet relevant, mensen zullen altijd dingen blijven maken. Mijn idee van artness zal niets veranderen.”

Charles Avery in GRIMM gallery, Amsterdam. Foto Roger Cremers

Je kunst gaat uit van een verhaal, verhalen vertellen is steeds belangrijker geworden in kunst. Heeft dat jouw manier van werken veranderd?

„Niet echt. Er is een andere ontwikkeling in kunst die veel sterker is, namelijk de politiek. Die is onderdeel geworden van verhalen vertellen en behoorlijk dominant.”

Heb je het over de discussie rondom culturele toe-eigening?

„Dat is een onderdeel, ja.”

Was je er bang voor dat je culturele toe-eigening verweten zou worden, omdat je een ex-kolonie hebt gemaakt?

„Nee, niet echt. Ik heb een eiland gemaakt, en dat is een behoorlijk egalitaire, inclusieve wereld waar ideeën ruimschoots aanwezig zijn.”

Op welke politieke invloeden doel je dan?

„Wanneer politiek wordt gekoppeld aan storytelling, en kunstenaars hun positie gebruiken om politieke standpunten in te nemen: of het nu gaat om de vluchtelingencrisis, de kwestie Israël-Palestina, genderidentiteit of feminisme. Allemaal belangrijke onderwerpen, maar wat mij betreft is artness geen taal. Als ik iets te zeggen heb, dan zeg ik het. Als ik iets wil zeggen over politiek dan gebruik ik taal, het heeft niets van doen met wat ik maak. Kunst is het tegenovergestelde van taal.”

Charles Avery, Untitled (Hunter Coming Towards, Signifying Right, Pink Sky), 2022
Foto: Jonathan de Waart
Charles Avery, Untitled (Hunter Going Away From, Signifying Left, Blue Sky and Dark Clouds), 2022
Foto Jonathan de Waart
Untitled (Hunter Coming Towards, Signifying Right, Pink Sky) en ‘Untitled (Hunter Going Away From, Signifying Left, Blue Sky and Dark Clouds)’ door Charles Avery
Foto’s Jonathan de Waart

Is dat de reden dat op het eiland posters zijn met teksten als ‘All art is meant but all that is meant is not art’?

„Ja precies, met kunst een mening ventileren is niet mijn definitie van kunst. Dit project is voor iedereen, maar niet voor mensen die de kunst gebruiken voor hun agenda. Ik ben geen activist en wil niet werken vanuit een agenda. Neem Renzo Martens [die in Paradys aanwezig is met een project om kolonialisme en kapitalisme met elkaar te verbinden, red.] – zijn ideeën staan haaks op de mijne. Het is dan net een soort dierentuin waarin van alles bij elkaar wordt gezet: alsof je zegt, een tafel en een paard zijn hetzelfde, want ze hebben allebei vier poten. Dat is het goeie aan kunst, alles kan er, en als het nergens past dan past het nog wel in de kunsten.”

Wie zichzelf herhaalt misbruikt zijn privilege als kunstenaar

Dat er op The Island geen tijd bestaat lijkt me handig als je politieke statements wilt voorkomen.

„Nu switchen we weer over naar het eiland? De echte wereld wil ik namelijk niet koppelen aan die van het eiland. Het eiland is puur fictief, het is op geen enkele manier bedoeld om iets duidelijk te maken.”

Maakt het uit als kijkers dat wel doen?

„Dat maakt me niets uit. Iedereen mag er uit halen wat ze willen.”

Stel dat Boris Johnson het eiland gebruikt om zijn ideeën erop te ventileren?

[Hard lachend] „Nou, die liever niet, stel je voor dat hij zegt: kijk ik heb wat ideeën en dan met het eiland komt. Nee, het lijkt me erg onwaarschijnlijk dat dat ooit zou gebeuren.”

Je werd ooit neergezet als een ouderwetse ontdekker. Klopt dat?

„Nee, dat zijn ook niet mijn woorden. Misschien zei iemand dat omdat sommigen denken dat mijn eiland ouderwets is. Zodra mensen zeggen dat mijn eiland iets is, bijvoorbeeld dat het lijkt alsof het in de jaren vijftig is, maak ik prompt tekeningen waarop The Islanders te zien zijn met een mobiele telefoon. Als ik mijn eiland tijdsafhankelijk zou willen maken, dan zou ik ze de kleren van nu geven, maar daarmee zou het ook achterhaald zijn over een paar jaar. Ik probeer zo tijdloos mogelijk te zijn. Dus als mensen een mobiel hebben, dan gaat het niet om het apparaat, maar om de focus, het kan ook een boek zijn of iets anders.”

Zijn er ook ideeën die je niet kwijt kunt?

„Ja, heel veel, maar soms kan je die later alsnog gebruiken, dan komt iets opeens van pas of gebruik je het voor net iets anders dan je aanvankelijk in gedachten had. Als kunstenaar heb je het privilege – tegenwoordig minder en veel minder dan ik zou willen – van eenzaamheid. Dat is een uniek privilege, waarbij je zes tot acht uur per dag alleen je gedachten laat komen, waarin je de tijd neemt om je ideeën te laten opkomen. Als kunstenaar moet je ruimte geven aan ideeën en vooral niet in herhaling vallen met je werk. Val je wel in herhaling, dan misbruik je dat privilege. Dus ja, soms maak je iets en dan is nog onduidelijk wat je ermee doet, maar het komt voort uit een idee. Je zegt niet: dit is een goed ding en dat niet, zo werkt het niet. Wat je maakt en bedenkt is onderdeel van een groter geheel. Dat is ook waarom ik een open eind in mijn werk wil behouden, het zal nooit af zijn. Ik kan ermee stoppen, maar dat is iets anders dan dat het af is.”

Charles Avery: Untitled (Bejewelled Hare), 2009
Foto Peter de Kan
Charles Avery, Bewoner met filosofische hoed
Foto Peter de Kan
Charles Avery, Untitled
Foto Peter de Kan
Foto’s Peter de Kan

Zullen we ooit ergens het hele eiland kunnen betreden?

„Nee, je kan toch ook niet bijvoorbeeld heel China zien? Je kan een wereld nooit helemaal zien, en dus ook niet dit hele eiland betreden. Je kan bijvoorbeeld ook nooit een heel beeld zien: je kan een kant bekijken, en de andere kant, maar nooit het gehele beeld. Het is ook helemaal niet nodig om het hele eiland te zien: de eilandcultuur zit in alles. Het eiland is ook niet voor iedereen. Het eiland is alleen te betreden voor mensen die er geloof in hebben. Niet dat ze geloven dat het echt is, maar geloven in de integriteit van het werk. Het gaat zowel om de integriteit van de kunstenaar als de kijker.”