Ook Triodos zet het mes in haar personeelsbestand

Ontslagen Duurzame bank Triodos schrapt de komende jaren bijna 10 procent van haar banen. Hiermee volgt het bedrijf alsnog een algemene trend in de bankenwereld.

Het kantoor van Triodos, in Driebergen-Rijsenburg. De bank wil kosten besparen door de efficiëntie te verhogen en zo’n 10 procent van haar banen te schrappen.
Het kantoor van Triodos, in Driebergen-Rijsenburg. De bank wil kosten besparen door de efficiëntie te verhogen en zo’n 10 procent van haar banen te schrappen. Foto Bram Petraeus

Als het om duurzaamheid gaat, is Triodos toonzetter. Vrijwel alle banken werken nu aan een duurzamer profiel; Triodos werd veertig jaar geleden al speciaal opgericht om duurzaam te bankieren. Hoe anders is het wat betreft die andere trend onder banken: inkrimpen en afslanken. Waar alle banken de afgelopen jaren al flink hebben gesneden in hun kosten en personeelsbestand, was het bij Triodos op dat vlak lang rustig. De bank – en haar klanten – leek genoegen te nemen met hoge kosten.

Tot deze dinsdag. De bank maakte bekend de komende jaren 130 tot 150 banen te schrappen, wat overeenkomt met bijna een tiende van het huidige personeelsbestand. De ingreep is de eerste grote reorganisatie bij de bank sinds haar oprichting in 1980. Bij de andere, veel grotere banken zijn sinds de financiële crisis in 2008/2009 al tienduizenden banen geschrapt.

80 procent kosten

Triodos wil met de reorganisatie uiteindelijk 11 tot 12 miljoen euro per jaar aan kosten besparen, waaraan de bank nu jaarlijks 200 tot 275 miljoen euro per jaar kwijt is.

Triodos was voor een euro aan verdiensten al jaren ongeveer 80 cent kwijt. Die cost-to-income ratio, zoals dat in het bankenvak heet, is zeer hoog in vergelijking met die van andere banken. Zo was die kostenratio bij de Volksbank, eigenaar van Triodos-concurrent ASN, de afgelopen vijf jaar gemiddeld 67 procent.

De drie grootste banken van Nederland, ING, Rabobank en ABN Amro, hadden afgelopen jaar een ratio van respectievelijk 60,5, 63,8 en 76,4 procent. Bij ABN Amro was deze ratio in 2021 extra hoog omdat de bank ook weer in het aantal banen is gaan snijden (en een reorganisatie geld kost).

Met de nu aangekondigde besparingen wil Triodos de kostenratio terugbrengen naar 70 tot 75 procent. De bank denkt 6 miljoen euro kwijt te zijn aan de herstructurering. Het bestuur moet nog in gesprek met de vakbonden en de ondernemingsraad voor een precieze invulling van een sociaal plan.

Lees ook: ING sluit helft kantoren en schrapt 440 banen

Vijf landen, vijf banken

Triodos heeft zelf grotendeels al bedacht waar het efficiënter kan. De bank heeft vestigingen in Nederland, België, het Verenigd Koninkrijk, Spanje en Duitsland. Die dependances zijn in feite vijf volledige banken: ze hebben hun eigen communicatie- en personeelsafdeling en ze regelen zelfstandig de screening van klanten. Die functies moeten de komende jaren worden samengevoegd, zoals dat al is gebeurd bij het interne toezicht.

Dat betekent overigens niet dat alles naar het hoofdkantoor op landgoed De Reehorst in Zeist gaat, benadrukt een woordvoerder. „Met alle digitale mogelijkheden die er tegenwoordig zijn, gaan we kijken in welk land en wie het beste welke functie kan uitoefenen. Zo ontstaan internationale, digitale teams.”

De hogere efficiëntie en de lagere kosten zijn volgens de woordvoerder in het voordeel van alle „stakeholders” van de bank: de werknemers, de klanten en de certificaathouders. Triodos is een van de duurdere instellingen om bij te bankieren. Een bankrekening kost 60 euro per jaar, en een spaarrekening 24. Daarmee is het de enige bank die geld vraagt voor sparen (terwijl er ook al geen rente wordt gerekend op saldi onder de ton).

De werknemers zullen volgens de woordvoerder – ondanks de ontslagen – ook profiteren, omdat het nu eenmaal niet fijn is om ‘inefficiënt’ te werken.

Onvrede onder certificaathouders

Waarschijnlijk zijn het echter vooral de 45.000 certificaathouders van de bank die wel snakken naar ‘goed’ nieuws. Triodos gebruikt de certificaten (aandelen zonder zeggenschap) al veertig jaar lang om eigen vermogen aan te trekken. De houders daarvan kregen afgelopen december een flinke klap te verwerken, toen de bank bekendmaakte dat de certificaten waarschijnlijk 30 tot 45 procent van hun waarde verliezen. Tot voor de coronacrisis garandeerde de bank de prijs, doordat zij zelf de certificaten terugkocht als een houder ervan af wilde. Tijdens de eerste maanden van de coronapandemie wilden echter te veel mensen tegelijk van hun certificaat af. Nu moet er een openbaar handelsplatform komen, waar kopers en verkopers samen de prijs bepalen.

Het besluit leidde tot grote onvrede onder certificaathouders. Die kunnen al sinds maart 2020 niet bij hun geld, en de vrees is dat het verlies op hun investering groter zal zijn dan de voorspelde 45 procent als het openbare platform eenmaal is geopend.