150.000 jaar oude kies van denisova-mens in Laotiaanse grot

Paleontologie Met de neanderthalers vormen de denisoviërs een euraziatische tak van het geslacht Homo. Pas in 2010 werd de denisovamens als aparte soort ontdekt.

De gevonden kies vanuit zes hoeken gezien.
De gevonden kies vanuit zes hoeken gezien. Foto Fabrice Demeter/Nature Communications

In het noordoosten van Laos is een ongeveer 150.000 jaar oude tand gevonden die naar alle waarschijnlijkheid van een denisova-mens is geweest. Het is een bijzondere vondst omdat van die aan neanderthalers verwante mensensoort nog maar twee andere fossiele vindplaatsen bekend zijn, in Tibet en in de Denisova-grot in het Zuid-Siberische Altai-gebergte.

Het onderzoek van de tand is deze dinsdag gepubliceerd in Nature Communications door een internationaal onderzoeksteam onder leiding van Laura Shackelford (Universiteit van Illinois), Clément Zanolli (Universiteit van Bordeaux) en Fabrice Demeter (Universiteit van Kopenhagen). Met de neanderthalers vormen de denisoviërs een euraziatische tak van het geslacht Homo, die zich ongeveer 700.000 jaar geleden afsplitste van de Afrikaanse tak waaruit later de huidige mensensoort Homo sapiens voortkwam. De neanderthalers leefden in West-Azië en Europa, terwijl de denisoviërs waarschijnlijk de rest van Azië als hun jachtterrein hadden.

Er zijn veel vermoedens over mogelijke ándere denisova-fossielen, zoals een aantal grote, enigszins neanderthalachtige schedels uit China, uit de periode 200.000 tot 100.000 jaar geleden. Maar tot nu toe worden die nog als ‘archaïsche Homo sapiens’ of in één geval als ‘Homo longi’ beschouwd. De denisova-mens werd pas in 2010 als aparte soort ontdekt omdat het dna uit een vingerkootje uit de Denisova-grot in het Altai-gebergte sterk bleek af te wijken van dat van neanderthalers, waartoe het vingerkootje tot dan toe werd gerekend.

Seksuele contacten

En nog altijd is de meeste kennis over deze soort gebaseerd op analyses van fossiel denisova-dna. Het geringe aantal fossielen dat aan denisoviërs is toegewezen staat ook in schril contrast met bijvoorbeeld de hoeveelheid denisova-dna die inmiddels in de genomen van moderne mensen is teruggevonden, vooral in Zuidoost-Azië en Oceanië: meer dan 3 procent, meer zelfs dan het percentage neanderthaler-dna bij Europeanen. Er zijn waarschijnlijk diverse seksuele contacten tussen moderne mensen en denisoviërs geweest, in Zuidoost-Azië rond 40.000 jaar en rond 20.000 jaar geleden.

Lees ook: Oeroude schedel van een draakmens, diep verborgen in een put

Waarschijnlijk is de denisoviër ook de laatste mensachtige die naast de moderne mens over de aarde heeft gewandeld. De nu gevonden denisova-tand zou de eerste archeologische ondersteuning kunnen zijn voor het inmiddels sterke vermoeden dat denisoviërs ook langdurig aanwezig waren in Zuidoost-Azië.

De tand is gevonden in de ‘Cobra-grot’ Tam Ngu Hao in een torenkarst (kalksteenheuvel) aan de voet van de tweeduizend meter hoge P’ou Loi berg in Laos. Het gaat om een kies uit de onderkaak van een drie- tot achtjarig kind en die bij leven zelfs nog niet was doorgebroken als vervanging van de melkkies.

De grot werd doorzocht omdat in een andere grot in hetzelfde gebied (de Tam Pà Ling-grot) tien jaar geleden moderne Homo sapiens-fossielen werden gevonden van ongeveer 50.000 jaar oud. Maar toen in 2018 in de Cobra-grot de veel oudere denisova-tand werd gevonden was snel duidelijk dat het geen sapiens-tand kon zijn, zowel door datering als door de vormkenmerken. Op grond van de vorm zou de tand ook afkomstig kunnen zijn van een neanderthaler, of met enige moeite ook van Homo erectus. Maar de overeenkomst met denisoviërtanden uit het Altai-gebergte en vooral met tanden in de kaak uit de Baishiya-grot in Xiahe in Tibet is treffend. Dna-onderzoek is niet gedaan omdat het dna de relatief hoge temperaturen in de grot waarschijnlijk niet 150.000 jaar lang zal hebben overleefd. Met een slag om de arm wijzen de onderzoekers de tand daarom op grond van de vorm toe aan denisova.

In de even oude denisova-kaak uit Xiahe is ook geen dna meer aangetroffen, maar die werd als denisova getypeerd op basis van eiwit-onderzoek. Eiwitten kunnen langer overleven dan dna. In de Tam Ngu Hao-tand is ook nu geprobeerd eiwitten te typeren, maar verder dan een algemeen Homo-patroon werd niets gevonden. Wel kon met enige waarschijnlijkheid worden vastgesteld dat het overleden kind waarschijnlijk een meisje was, omdat typerende mannelijke eiwitten in het tandglazuur (op basis van een gen op het Y-chromosoom) niet aangetroffen werden, al zouden die eiwitten toevallig ook verloren kunnen zijn gegaan.

Genetisch identificeren

In een eerste reactie op het onderzoek merkt archeoloog en neanderthalkenner Wil Roebroeks (Universiteit Leiden) op dat wat hem betreft het veld van de denisovatoewijzigingen nog steeds behoorlijk open is. „Want die Xiahe-onderkaak uit Tibet is als denisova geïdentificeerd op basis van één verandering in een collageensequentie: op grond van een paleo-eiwit, niet van dna. Strikt genomen kun je denisovamensen alleen genetisch identificeren, al is dat eiwitbewijs van Xiahe wel goed onderbouwd. De gelijkenis met die Xiahe-tand is nu een van de belangrijkste argumenten voor de denisova-identificatie. Dat zijn behoorlijk grote stappen.”

Maar ook Roebroeks denkt dat het waarschijnlijk wel om een denisovatand gaat. „Op zich kan deze tand wel heel goed neanderthal zijn, zoals ook de onderzoekers zelf aangeven. Maar dit is wel erg ver weg van het bekende verspreidingsgebied van neanderthalers. Een neanderthaler vinden in Laos zou een stuk spectaculairder zijn dan een mogelijke denisovaan aantreffen in een gebied waar je ook denisovapopulaties verwacht.”

Met deze waarschijnlijke typering van de tand als denisova wordt ook de veelzijdigheid van de denisoviër bevestigd: niet alleen leefde deze soort in de barre omstandigheden van het Altai-gebergte en van de hoogvlakte van Tibet, maar hij leefde dus ook in het veel tropischer klimaat van Zuidoost-Azie, temidden van inmiddels uitgestorven olifant- en pandasoorten, herten, tapirs en oerossen, waarvan ook fossiele resten in de Cobra-grot gevonden zijn, duidelijke aanwijzingen voor een leven in tropische bossen. En ze waren daar in deze periode zeker niet de enige mensachtige, met nog late Homo erectus op Java rond 150.000 jaar geleden, Homo floresiensis op Flores rond 100.000 jaar geleden en rond 50.000 jaar geleden Homo luzonensis op de Filippijnen en dan ook Homo sapiens in bijna al heel Zuidoost-Azië.