In Nederland is er een tekort aan spermadonors, en dus trekken vrouwen naar Denemarken

Spermadonatie Nederlandse vrouwen krijgen vaker Deens donorsperma. Dat is veel sneller beschikbaar dan zaad van Nederlandse donoren. „Toen ik de knoop had doorgehakt, wilde ik niet nog een jaar wachten.”

Alleenstaande moeder Marleen van der Zanden uit het Brabantse Gemert met peuter Odin, die is verwekt met zaad van een zaadbank.
Alleenstaande moeder Marleen van der Zanden uit het Brabantse Gemert met peuter Odin, die is verwekt met zaad van een zaadbank. Foto Daniel Niessen

Marleen van der Zanden uit Gemert had tijdens het daten mannen in alle vormen en maten voorbij zien komen, maar een potentiële levenspartner zat er niet bij. Dus was het ook nog niet gekomen van die persoon met wie ze zéker oud wilde worden: een kind. „In de zomervakantie van 2019 ben ik serieus gaan nadenken. Welke opties zijn er om alleenstaande moeder te worden?”

Die zomer, op haar 32ste, nam Van der Zanden contact op met een vruchtbaarheidskliniek bij haar in de buurt. Daar kreeg ze te horen dat het één tot twee jaar zou duren voordat er een Nederlandse zaaddonor beschikbaar zou zijn. Maar, zeiden ze daar, een Deense donorbank zou al meteen sperma beschikbaar hebben. „Toen ik eenmaal de knoop had doorgehakt, wilde ik niet nog minstens een jaar wachten op een donor. Ik wist bovendien niet hoe snel ik zwanger zou raken.”

In Denemarken is de voorbije decennia een levendige economie ontstaan rondom spermadonatie. Het aanbod is er veel groter dan in Nederland. De twee bekende Deense banken, Cryos en de European Sperm Bank, kunnen binnen enkele dagen zaad, dat ze eerst op honderden ziektes hebben getest, over de wereld versturen.

Uit een rondgang van NRC langs twintig vruchtbaarheidsklinieken blijkt dat Nederlandse vrouwen steeds vaker worden behandeld met Deens zaad. Omdat er geen gedeelde openbare registratie is en er niet overal onderscheid wordt gemaakt tussen Nederlandse en buitenlandse donoren, zijn geen specifieke cijfers beschikbaar. Het vruchtbaarheidscentrum van het St. Antonius Ziekenhuis in de provincie Utrecht ziet bijvoorbeeld dat het aantal inseminaties met donorzaad „gestaag is opgelopen”. Van 145 in 2018 via 185 in 2020 tot 240 in 2021. Het overgrote deel van het zaad komt uit Denemarken.

Odin, verwekt met zaad van een zaadbank. Foto Daniel Niessen

„Omdat in Nederland een tekort aan donoren is, zien we landelijk dat de vraag naar buitenlands donorsperma toeneemt”, zegt Wouter van Inzen, hoofd van het fertiliteitslab van Medisch Centrum Kinderwens in Leiderdorp. „Het aantal beschikbare Nederlandse donoren neemt af”, zegt Nij Geertgen in Elsendorp in Oost-Brabant, die inmiddels 70 procent van de kunstmatige inseminaties uitvoert met donorzaad van de twee Deense banken. „Maar de kinderwens daalt niet.”

Jaarlijks worden in Nederland meer kinderen geboren door middel van gedoneerd zaad. Tussen 2011 en 2019 verdubbelde dat aantal bijna, van 771 naar 1.449, volgens het jaarverslag van Stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting. De vraag naar donorzaad komt van alleenstaande vrouwen zoals Marleen van der Zanden, ook van lesbische stellen en wensouders met ongeschikt eigen zaad.

Geluidsfragmenten

Swipen op datingapps maakte bij Marleen van der Zanden plaats voor klikken op de website van European Sperm Bank, waar ze drie maanden lang de uitgebreide profielen van donoren doorspitte. Ze had keuze tussen ongeveer dertig mannen. Van de donoren zijn cv’s te bekijken, maar ook handgeschreven briefjes en kinderfoto’s. In een geluidsfragment is hun stem te horen. Van der Zanden vond het belangrijk dat zij en haar zoontje dezelfde uiterlijke kenmerken zouden hebben. Dat is gelukt. „Mijn zoontje lijkt sprekend op mij.”

Vrouwen laten het Deense zaad rechtstreeks naar de Nederlandse vruchtbaarheidskliniek sturen. Dat kostte Marleen van der Zanden ongeveer 2.500 euro, de behandeling wordt vergoed vanuit een subsidieregeling van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Hoewel het Deense zaad door veel Nederlandse vruchtbaarheidsklinieken met open armen wordt ontvangen, gebruikt naar schatting de helft van hen het niet - bijvoorbeeld omdat ze ethische bewaren hebben. Er zijn ongeveer dertig klinieken die behandelingen met donorzaad uitvoeren, en met name de klinieken die onderdeel zijn van een groot ziekenhuis doen dat vaak niet met buitenlands donorzaad, blijkt uit de rondgang. Monique Mochtar, gynaecoloog bij het Amsterdam UMC, zegt dat de Deense online ‘winkel’ „helemaal gericht is op eisen en wensen van de wensouders”. „En minder op die van het toekomstige kind.”

Kinderen willen de donor vaak ontmoeten, zegt zij. „Uit ons onderzoek is gebleken dat de relatie tussen een donorkind en diens donorvader complex kan zijn, en als je hier als donor niet goed op voorbereid bent.” Hoewel Deense zaadbanken zeggen zich aan de Nederlandse voorschriften – zoals uitgebreide voorlichting aan de donor – te houden, hoeven ze die niet op alle vlakken te volgen. Andere experts wijzen erop dat een buitenlandse donor ook een taalbarrière met zich meebrengt.

In Nederland is het sinds 2004 verboden anoniem te doneren. In Denemarken is dat niet verboden, maar Nederlandse klinieken voeren geen behandelingen uit met anoniem Deens zaad. Kinderen moeten kunnen weten wie hun biologische vader is, bepaalde het kabinet in 2004. Het baseerde zich onder meer op het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind. Dit betekent niet dat donoren verplicht zijn hun nakomelingen te ontmoeten, wel dat hun identiteit bekend wordt gemaakt.

Het Universitair Medisch Centrum in Groningen werkt ook niet mee als een vrouw met een buitenlandse donor komt aanzetten. „Omdat wij het belangrijk vinden dat een toekomstig kind altijd in contact moet kunnen komen met hun biologische vader”, zegt een woordvoerder. „We twijfelen of dat echt mogelijk is bij de Deense banken.”

Marleen van der Zanden met haar peuter Odin. Foto Daniel Niessen

Nederlandse wetten en regels

De European Sperm Bank houdt zich aan alle Nederlandse wetten en regels, zegt directeur Annemette Arndal-Lauritzen in het gloednieuwe filiaal in hartje Amsterdam. Ze versturen alleen zaad naar Nederlandse klinieken van mannen die niet-anoniem doneren, zegt ze. Die worden ingelicht dat over een tijdje een kind contact kan opnemen. De European Sperm Bank verstrekt dan de persoonsgegevens en kan de ontmoeting begeleiden.

Mensen uit Scandinavië zien doneren als een soort burgerplicht

Joop Laven hoogleraar voortplantingsgeneeskunde

Ook houden ze zich aan de richtlijn van 12 Nederlandse gezinnen en 25 kinderen per donor, zegt ze. Nederlandse klinieken moeten dat maximum volgens het standpunt van de beroepsvereniging voor gynaecologen, de NVOG, in het contract opnemen met de buitenlandse spermabank. Dat maximum moet onder meer voorkomen dat halfbroers en halfzussen elkaar tegenkomen op de relatiemarkt.

Maar diezelfde donor kan ook in een van de andere zestig landen die European Sperm Bank bedient nakomelingen krijgen, en daar schuurt het volgens Stichting Fiom, die zich specialiseert in onder meer afstammingsvragen. „Als zaad naar verschillende landen gestuurd wordt, loopt het aantal kinderen van een donor fors op, naar tientallen tot honderden halfbroers en -zussen. Een situatie die we voor de betrokken donorkinderen juist willen voorkomen”, schrijft het Fiom op zijn website. „De gemaakte afspraken in Nederland worden hiermee omzeild.”

De European Sperm Bank benadrukt zich aan alle afspraken te houden. Het gemiddelde aantal gezinnen per donor ligt ook al op 25, zegt Arndal-Lauritzen.

De kliniek van het Erasmus MC in Rotterdam maakt wel gebruik van Deens zaad. Hoogleraar Joop Laven, hoofd van de afdeling voortplantingsgeneeskunde, schat dat driekwart van het zaad bij hun kliniek uit Denemarken komt. „Het is uitzonderlijk goed zaad”, valt Laven op. „Vrouwen worden heel snel zwanger. De vrouwen die met een eigen donor komen moeten nog maar zien of dat zaad de juiste kwaliteit heeft.”

Geen taboe

Waarom lukt het Nederland maar niet genoeg donoren te vinden en Denemarken wel? „Mensen in Scandinavische landen zien het doneren van sperma als een soort burgerplicht”, zegt Laven. „Daar heerst helemaal geen taboe op, zoals die er misschien wel is in Nederland.” Tot 2020 was hij voorzitter van Stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting en heeft hij zijn „uiterste best gedaan kunstmatige inseminatie een betrouwbaar ‘wittejassenaanzien’ te geven. Maar dan heb je opeens boef Karbaat of boef Wildschut en dan staat die poging weer op nul.”

De voorbije jaren kwamen zaaddonoren meermaals in een slecht daglicht te staan nadat bekend werd dat enkele Nederlandse gynaecologen, onder wie Jan Karbaat en Jan Wildschut, in de jaren tachtig en negentig vrouwen insemineerden met hun eigen zaad en tientallen kinderen verwekten.

Lees ook: Arts Karbaat is inderdaad donorvader van 49 kinderen

„In Denemarken wordt openlijk gepraat over dat sperma doneren geen taboe zou moeten zijn”, bevestigt Annemette Arndal-Lauritzen. „Als je aan mensen vraagt waarom ze geen bloeddonor zijn, gaan ze bij zichzelf te rade. Zo zou het ook moeten zijn bij spermadonatie.” Donoren krijgen van de Deense zaadbanken 40 euro per donatie, met een maximum van 560 euro per maand. Dat is vergelijkbaar met de Nederlandse onkostenvergoeding.

Transparantie

De European Sperm Bank opende afgelopen najaar een filiaal in de Leidsestraat in Amsterdam. De spermabank wordt alleen aangekondigd op het kleine naamplaatje naast de bel. Binnen, op de bovenste etage, is het licht, ruim en schoon, als een luxe tandarts. Op de vloer staan helderwitte lampen in de vorm van een spermacel. Achterin een gang zijn de goed geïsoleerde kamers voor de donoren, met een comfortabele leren stoel en een tv-scherm aan de muur. „We willen openheid en transparantie uitstralen”, zegt Annemette Arndal-Lauritzen, die een rondleiding geeft.

De spermabank opende buiten Denemarken ook donatiepunten in het VK en Duitsland. In Nederland is niet alles ingericht op de zaaddonor, hier gebeurt doneren meestal in de vruchtbaarheidskliniek waar ook vrouwen met een kinderwens zich melden. In Amsterdam meldden zich tot nu toe zo’n honderd mannen, zegt de European Sperm Bank. Nog geen van hen doorliep het volledige, maandenlange, screeningsproces.

„Wij zien dit niet als concurrentie”, zegt een woordvoerder van vruchtbaarheidskliniek Nij Geertgen. „De European Sperm Bank heeft veel expertise en kennis op dit gebied. Als het resultaat is dat meer beschikbare Nederlandse spermadonoren voorhanden zijn voor Nederlandse patiënten, dan is dat zeer wenselijk.”

Als mijn zoon ouder wordt en kan praten, ga ik hem vertellen hoe het zit

Marleen van der Zanden moeder die voor zaad naar Denemarken ging

„Natuurlijk zal het een concurrent zijn, maar zo zie ik het niet”, zegt hoogleraar Laven. „Zij hebben misschien een beter systeem en meer geld om donoren te bereiken.” Hij denkt dat Nederlandse donoren beter traceerbaar zijn.

De onzichtbare derde in het leven van Marleen van der Zanden en haar zoon Odin noemen ze ‘donor’ – geen vader. „Als mijn zoon ouder wordt en kan praten, ga ik hem vertellen hoe het zit.” Dat Odin in de toekomst misschien halfbroertjes en halfzusjes heeft in meerdere landen, vindt Van der Zanden „misschien wel heftig”. Het is niet iets waar ze nu veel mee bezig is, al is ze wel benieuwd naar ervaringen van volwassen donorkinderen die al contact hebben gehad met hun donor. In haar omgeving is Odin geen uitzondering: op zijn opvang zitten drie andere donorkinderen. Als Odin twaalf is, mag hij weten hoe zijn donor heet. En als hij zestien is, kan hij contact opnemen. Omdat Marleen van der Zanden al na één behandeling zwanger was, liggen er in de vriezer bij de kliniek nog extra rietjes zaad. „Misschien voor een tweede.”

Lees ook: ‘Als zaaddonor kom ik iets dichter bij de man van wie ik afstam’