Opinie

Slechte asielopvang is hier staand beleid

Vluchtelingenbeleid De permanente crisis in de asielopvang is het gevolg van welbewuste politiek. stelt een wetswijziging voor om de opvang naar rato van het inwonertal te spreiden over alle gemeenten.
Vluchtelingen arriveren vorige week bij het aanmeldcentrum in Ter Apel.
Vluchtelingen arriveren vorige week bij het aanmeldcentrum in Ter Apel. Foto Kees van de Veen

Deze maand kampt de centrale ontvangst locatie Ter Apel alweer met een noodsituatie voor asielzoekers. (NRC, 12/5). Is dat nieuw? Nee. Een vluchtige blik op het digitale NRC-archief van de afgelopen decennia laat tientallen gelijksoortige koppen zien. Waarom is dit probleem niet opgelost als het al zo lang en zo vaak wordt gesignaleerd? Als je afgaat op de bestuurders dan is het een lastig probleem dat niet ‘even’ kan worden opgelost. In één moeite door worden dan veelal factoren genoemd als: de toename van het aantal asielzoekers, de overvolle centra, de gebrekkige doorstroming van statushouders, de woningmarkt, onwillige gemeenten, en een gebrek aan draagvlak.

Het belangrijkste argument wordt echter zelden onder de aandacht gebracht: ‘we’ willen het niet. Anders gezegd, de politiek ventileert al decennialang dat de asielopvang niet te aantrekkelijk moet zijn „want anders komen ‘ze’ allemaal”.

Jawel, daar is-ie weer: het spook van de ‘aanzuigende werking’. Alsof een vluchteling alvorens te vertrekken nog even in de asielreisgids bladert om zijn keuze op Nederland te laten vallen omdat je hier wel pindakaas op je brood krijgt. Onzin.

De Groene Amsterdammer onthulde al in 1998 dat „de lekkende tenten er niet alleen stonden om de nood van volle opvangcentra te lenigen, maar ook om de internationale gemeenschap te laten zien dat hij (de staatssecretaris van Justitie) een strikter en minder ruimhartig Nederlands asielbeleid voorstaat”.

Vermoorde onschuld

Die grondhouding (hoe minder hoe beter) geldt nog steeds in de Haagse asielpolitiek. Toenmalig staatssecretaris Job Cohen (PvdA) was er in ieder geval eerlijk over. Zijn opvolgers spelen allemaal de vermoorde onschuld: „We hebben het niet zien aankomen, en het is zo moeilijk om op te lossen.”

Lees ook: Gemeenten worden gedwongen statushouders te huisvesten

Sindsdien is het beleid er slechts op gericht om alleen tijdelijk en voor zo kort mogelijke periodes een sobere opvang te faciliteren. Dat betekende in de praktijk dat bij een daling van de bezetting centra werden gesloten en bij een stijging het COA weer met de pet in de hand langs de gemeentebesturen moest om hun welwillende medewerking te verkrijgen om een nieuw (liefst grootschalig) opvangcentrum te realiseren. Grofweg zijn er drie soorten van gemeenten te onderscheiden: de gemeenten die onmiddellijk de helpende hand toesteken; de gemeenten die niet thuis geven; en de gemeenten die eventueel wel wat willen doen maar daarvoor dan een wensenlijstje op tafel leggen – als tegenprestatie.

Je hoeft geen wiskunde te hebben gestudeerd om te bedenken dat deze benadering op de lange termijn tot mislukken is gedoemd.

Maar het kan wel anders. De oplossing is gelegen in het laten opvangen van asielzoekers door alle gemeenten in Nederland. Opmerkelijk genoeg is de huisvesting van statushouders – asielzoekers die de vluchtelingenstatus hebben gekregen – wel dwingend voorgeschreven in de Huisvestingswet. Hoe kleiner de gemeente, hoe minder statushouders er hoeven te worden opgevangen. Dat is dus best eerlijk. Elk half jaar wordt vastgesteld hoeveel status- alias asielvergunninghouders door elke gemeente moeten worden opgevangen. Dat levert uiteraard bij sommige gemeenten problemen op, omdat het aantal beschikbare woningen beperkt is. Maar de verdeling als zodanig staat niet ter discussie.

De politiek ventileert al decennialang dat de asielopvang niet te aantrekkelijk moet zijn „want anders komen ‘ze’ allemaal”

Dat uitgangspunt zou ook voor de opvang van asielzoekers moeten worden gehanteerd. Leg ook in de Huisvestingswet vast dat elke gemeente naar rato van het aantal inwoners opvang voor asielzoekers realiseert. En het liefst kleinschalig. Dat heeft onder meer als groot voordeel dat alle gemeenten een bijdrage moeten leveren. Bovendien wordt een dergelijk opvangcentrum niet voor een korte periode maar voor de veel langere termijn gerealiseerd, en het wordt overal gerealiseerd. Het argument van het gebrek aan draagvlak is daarmee ook ondervangen. In Nederland zijn er zo’n 350 gemeenten die gemiddeld 50.000 inwoners hebben. Als elke gemeente – afhankelijk van het inwonertal – een permanente opvang zou realiseren van gemiddeld 150 plaatsen dan zou daarmee het probleem van de opvang zijn ondervangen.

Kleinschaligheid

Voor een kleine gemeente als Beemster met 10.000 inwoners zou dat een opvang van 30 personen betekenen en voor een stad als Nijmegen (met 175.000 inwoners) een opvang van 540. Bijkomend voordeel zou ook zijn dat de kleinschaligheid ook zorgt voor een betere integratie, relatief lagere kosten en een veel groter draagvlak onder bevolking.

Lees ook: In de strijd om een woning verzuipt de solidariteit

Is dat dwang? Nee. Het gaat immers om een verplichting die alle gemeenten wordt opgelegd. De dwang waartegen de gemeenten zich verzetten is de ‘overvaltechniek’ die in het verleden werd gehanteerd om slechts enkele, veelal kleine landelijke, gemeenten aan te wijzen als ideale plek voor een tijdelijk mega-opvangcentrum.

De vraag is derhalve hoe we onze politici eraan kunnen herinneren dat het bewust-uit-de-klauwen-laten-lopen geen acceptabele vorm van beleid is. Maar ja, dat bleek in de Toeslagenaffaire ook al.