Roze voetbalsupporters: ‘Wij zijn hier, ze zullen met ons moeten dealen’

Documentaire De vierdelige docuserie De Roze Supporters toont de moeizame acceptatie van lhbtqi-fanclubs in de Nederlandse voetbalwereld. „We zijn allemaal knettergek van ADO, alleen houden wij niet van het platvloerse gescheld.”

Leden van de Roze Règâhs. Helemaal rechts Ron, daarnaast Maron.
Leden van de Roze Règâhs. Helemaal rechts Ron, daarnaast Maron. Foto Wessel de Groot

Het stadion vult zich met fanatieke supporters, fans komen aanlopen in groen-gele shirts en sjaals. Maar de sjaal van ADO-fan Maron heeft regenboogkleuren. „Mijn sjaal kan ik nu overal dragen, in de bus en in het stadion. Er is in de afgelopen jaren veel veranderd hier.”

ADO Den Haag speelt deze vrijdag in april tegen Almere City. Of ze gaan winnen? Dat maakt voor Maron niet uit. „Als ze maar kneiterhard hun best doen.” NRC mag mee naar de wedstrijd met de Roze Règâhs, de oudste lhbtqi-voetbalfanclub van Nederland, vernoemd naar het symbool van Den Haag: de ooievaar die in de volksmond ‘règâh’ wordt genoemd.

Voorzitter Maron vertelt dat de Roze Règâhs dan wel de oudste ‘roze supporters’-verenging van Nederland is, toch liep de fanclub bepaald niet voorop in Europa. ADO-supporter Ron (de meeste lhbtqi-supporters willen alleen met hun voornaam in de krant, vanwege de kans op bedreigingen) kwam met het idee toen hij naar de wedstrijden van FC Keulen ging en zag dat veel Duitse clubs een roze fangroep hadden. „Het was zo fijn om die mensen te treffen!” lacht Ron, „het was uiterst hartelijk”. Toen hij vertelde dat Nederland nog helemaal geen roze supportersvereniging had reageerden de Duitsers verbaasd. „Waarom heeft zo’n liberaal land als Nederland dat nog niet?”

Door deze docu zal er voor Nederland een wereld opengaan, en dat werd tijd

Daarom besloot Ron samen met een paar andere supporters de Roze Règâhs op te richten. Hun motto: „honderd procent voor ADO en honderd procent tegen homofobie”. De clubleiding verwelkomde ze met open armen. Maar een aantal supporters reageerde aanvankelijk met twijfel, vertelt Ron. Moet dat nou, zo’n eigen fanclub? „Maar wij wilden niet apart gevonden worden, we wilden een probleem aankaarten.” Vanwege homofobe uitingen in het stadion, wilden de Règâhs dat ook lhbtqi’ers zich prettig zouden voelen in het stadion.

Zeven jaar volgde regisseur Marieke Slinkert de Roze Règâhs. Ze raakte in hen geïnteresseerd toen ze hoorde over de moeizame acceptatie van lhbtqi-fanclubs in de Nederlandse voetbalwereld. In de vierdelige docuserie De Roze Supporters (KRO-NCRV), vanaf deze maandag te zien op NPO 3, laat Slinkert zien dat discriminatie van homo’s op en rond de Nederlande voetbalvelden vaak wordt weggewimpeld. „Wanneer er ‘homo’ naar een scheidsrechter wordt gejoeld, wordt achteraf gezegd: de scheidsrechter is niet echt homo hoor, dus dan maakt het niet uit”, zegt Slinkert aan de telefoon. „Terwijl in landen als Duitsland of Engeland een lik-op-stuk-beleid geldt. Wanneer er bijvoorbeeld in Liverpool met ‘homo’ gescholden wordt, krijgt diegene direct een stadionverbod van tenminste een jaar opgelegd.”

Eigenlijk is dat wat de ADO-supporters willen voorkomen, omdat zware straffen volgens hen zorgen voor polarisatie. Zo reageerde ADO laatst resoluut op homofoob gescheld vanuit de tribune met een stadionverbod. „We reageerden eerst enthousiast”, vertelt Ron, „we voelden ons gehoord”. Maar de Roze Règâhs wilden de scheldende supporters uiteindelijk liever een alternatief geven: óf ze krijgen een stadionverbod óf een gesprek met de mensen die ze hebben beledigd. Dat laatste gebeurde. „Je zag die gasten bijdraaien en dat was mooi. We zijn nu eenmaal allemaal knettergek van ADO, alleen houden wij gewoon niet van het platvloerse gescheld met ‘kankerhomo’.”

Chantal, penningmeester van de Roze Kameraden. Foto Wessel de Groot

Begrip in Den Haag

De documentaire laat zien dat er al veel veranderd is bij ADO Den Haag. „ADO is nu een van de veiligste stadions van Nederland”, vertelt Ron. Om dat te bereiken was het ook nodig om de ‘harde kern’ mee te krijgen, de hooligans. Dat lukte door de hulp van Maron, oud-hooligan en de huidige voorzitter van de Roze Règâhs. Hij kwam een aantal jaar later bij de groep en zorgde ervoor dat de regenboogsjaal in het supportershome en in het ADO Den Haag-museum kwam te hangen. „Tegenwoordig zijn de Roze Règâhs echt een begrip in Den Haag, en dat hebben we aan Maron te danken”, vertelt Ron.

Intussen ontstond er ook bij een aantal Feyenoord-supporters de behoefte naar een lhbtqi-vriendelijke supportersvereniging. Oprichter Paul van Dorst, die vandaag mee is naar de ADO-wedstrijd, heeft ervaren dat het binnen de voetbalwereld niet makkelijk is om uit de kast te komen. „Als je een bal niet goed speelt, wordt al gauw gezegd: hé, je bent toch geen homo ofzo!” zegt hij vlak voordat ADO de één-nul scoort in de tweede helft. Zelf heeft hij er niet veel moeite mee als iemand achter hem op de tribune ‘vuile flikker’ roept, maar hij denkt aan jonge jongens die twijfelen aan hun seksualiteit en zich ongemakkelijk voelen in het stadion. Eerder vertelde hij al in NRC over de moeizame acceptatie van zijn initiatief.

De Roze Règâhs wilden de Feyenoorders graag bijstaan bij de oprichting van de Roze Kameraden. In de documentaire legt Maron met een lach uit wat ze bij de Roze Règâhs bereikt hebben en dat ze nu ook de „op één na mooiste club van Nederland” hierbij gaan helpen.

De documentaire laat zien hoe moeizaam de oprichting van de Roze Kameraden verloopt, door bedreigingen en de afwezigheid van Feyenoords clubleiding. De muren van Van Dorsts sportschool worden beklad met teksten als ‘kankerhomo’. Er is zelfs geprobeerd om brand te stichten. Al die tijd laat de club niks van zich horen.

Samen met de Roze Règâhs komen de Roze Kamaraden in actie na de bedreigingen. In een hartverwarmende scène lopen de supporters door Rotterdam, gehuld met regenboogvlaggen en een groot Feyenoord-spandoek met de tekst „hand in hand tegen homofobie”. „Loop ik nu met m’n Haagse bekkie een Feyenoordspandoek te dragen”, lacht Maron.

Ook tijdens deze actie zie je als kijker hoe intimiderend er gereageerd wordt. Vanuit het niets komt er een man op het spandoek afstormen en richt met zijn vinger op de roze supporters: „Ik ben het hier zo niet mee eens! Jullie hebben mijn werk als beveiliger tien keer erger gemaakt, ik accepteer dat niet!”

„Zullen we samen een keer praten?” probeert iemand van de Roze Kameraden. Maar de man loopt woedend weg. De docu laat ook de positieve reacties zien. Wanneer ze een groot kruispunt oversteken gaan de autoraampjes omlaag, steken mensen hun duimen op en klinkt er applaus.

Maron kijkt uit naar de documentaire. „Er zal voor Nederland een wereld opengaan en dat werd tijd.”

Ook wel zenuwachtig

Feyenoord-supporter Van Dorst vreest echter ook de onvermijdelijke negatieve reacties. Vooral door de bedreigingen waar hij eerder al mee te maken had. „Ik ben benieuwd welke reacties het los zal maken, en ik ben ook wel zenuwachtig. Maar ik hoop vooral dat het duidelijk wordt waarom we dit doet”, vertelt hij.

Maron ziet de documentaire als een stap in de goede richting. „De film laat zien dat we blijven strijden. Wij zijn hier, ze zullen met ons moeten dealen.”

Chantal, penningmeester van de Roze Kameraden, heeft zelf geen last van negatieve opmerkingen. „Dat komt denk ik omdat ik een vrouw ben.” Toch ervaart zij ook dat lhbtqi-supporters nog lang niet volledig worden geaccepteerd. Zo moeten de Kameraden al hun bijeenkomsten melden bij de politie. „We kunnen niet zomaar op onze website laten weten wanneer we een activiteit plannen. Vanwege bedreigingen moet de politie altijd paraat staan.” Naast de bedreigingen gericht tegen Van Dorst wordt de groep ook regelmatig aangevallen op sociale media.

Toch is Van Dorst ervan overtuigd dat negentig procent van de Feyenoordsupporters heel goed begrijpt waarom zij aandacht vragen voor homorechten in en rond het stadion. Hij hoopt dat deze zwijgende meerderheid door de documentaire wordt geactiveerd en zich uiteindelijk zal uitspreken. Volgens Roze Kameraad Matthijs van Muijen zou het zo mooi zijn als ook bekende voetballers hun boodschap zouden uitdragendragen. „Iemand als Kuyt of Van Persie kan echt een verschil maken.”

Regisseur Marieke Slinkert heeft de afgelopen jaren gezien hoe moedig de roze supporters zijn, zegt ze. „Er zitten duizenden voetbalfans in een stadion. Als je je dan als individu durft uit te spreken in de media en zegt: ‘hé wat jullie allemaal zingen, daar heb ik last van’, dan vind ik dat ongelofelijk moedig.”

Humor als wapen

Het was voor haar belangrijk dat de voetbalhumor goed in de documentaire over zou komen. „De supporters hebben zoveel zelfspot. Die humor is een belangrijk wapen in hun poging om homofobie uit de stadions te bannen.”

De strijd die de roze supporters leveren staat boven de eigen clubliefde. Zo reisden de ADO- en Feyenoord-supporters in juni samen af naar een wedstrijd van het Nederlandse elftal in Hongarije, waar de regenboogvlag verboden was, om de lhbtqi-gemeenschap te ondersteunen. In de eerste aflevering van De Roze Supporters zien we hoe, onder het toeziend oog van de Hongaarse politie, de supporters naar het stadion lopen. Ze hebben regenboogvlaggen verstopt in hun onderbroeken en dragen oranje shirts met ‘gay is oké’ erop.

Roze Kameraad Matthijs van Muijen waagde het zelfs om een heel regenboogpak aan te trekken. „Als ik dit uit moet trekken sta ik in mijn onderbroek, dat willen ze al helemaal niet!” Bij de eerste check wordt een van de vlaggen van Maron afgepakt. Hij reageert emotioneel: „Mijn bloed kookt. Ik mag hier niet zijn wie ik ben.” De groep weet de rest van de vlaggen mee naar binnen te smokkelen en ook Van Muijen mag met zijn pak naar binnen. De vlaggen moeten nog even verstopt blijven, tot ze het verlossende berichtje krijgen: de UEFA staat ze toe! Vol blijdschap worden de regenboogvlaggen tevoorschijn gehaald en trots omhooggehouden.

Foto’s Wessel de Groot. Boven: Leden van de Roze Règâhs. Helemaal rechts Ron, daarnaast Maron.