Recensie

Recensie Theater

In ‘De klacht van de Vrede’ is de Vrede de wanhoop nabij

Muziektheater De vurige en swingende voorstelling ‘De klacht van de Vrede’, geënt op het gelijknamige pamflet van Erasmus, speelt scherp in op de crises van ons tijdsgewricht.

Theaterconcert De Klacht van de Vrede van Capella Brabant Foto Karin Yonkers
Theaterconcert De Klacht van de Vrede van Capella Brabant

Foto Karin Yonkers

Het ‘theaterconcert’ De klacht van de Vrede speelt scherp in op de crises van ons tijdsgewricht, maar dat zijn tekst zó akelig actueel zou zijn, had zelfs librettist Jibbe Willems waarschijnlijk niet kunnen vermoeden. Voor Capella Brabant maakte hij een vurige en swingende monoloog, geënt op het gelijknamige vijf eeuwen oude pamflet van Erasmus, waarin de gepersonifieerde Vrede zich beklaagt over de mens. Die, bij Willems, ‘stikkend beweert dat er lucht genoeg is’. Pandemie, klimaatcatastrofe, humanitaire rampen: de Vrede is de wanhoop nabij, en sinds de Russische inval in Oekraïne een zorg rijker.

Capella Brabant, ‘amateurkoor met ambitie’, gaf de opdracht voor de voorstelling aan Willems en componist Lucas Wiegerink, die samen met regisseur Saskia Bonarius gestalte gaven aan een indringend theaterconcert. Wiegerink zette een selectie uit Erasmus’ geschrift op muziek voor het koor, dat wordt begeleid door organist Arno van Wijk en violist Pieter van Loenen. Capella Brabant zingt goed en gedreven, met een aantal mooie solostemmen. Willems’ eigentijdse monoloog wordt geweldig vertolkt door actrice Anna Schoen; haar Vrede is een vlammend personage dat cynisme cultiveert, maar ondanks zichzelf een apostel van de hoop blijft.

Lees ook: De toneelteksten van Jibbe Willems zijn geestig en meedogenloos

Effectief

Wiegerinks muziek is steeds effectief en smeedt de verschillende disciplines samen. Waar de voorstelling erom vraagt, pakt hij uit met een ziedend oorlogslied of een rauw orgel-vioolduo vol wrange dissonanten. Daarbij tapt hij stilistisch uit verschillende vaatjes, maar subtiel -– zonder stijlbreuken: een vioolsolo krijgt een vleugje klezmer mee, in een koorlamentatie resoneert een boetepsalm van Schnittke, elders gebruikt hij minimal-technieken.

Met die beperkte middelen maar nagenoeg zonder ruis blijft De klacht van de Vrede van begin tot eind boeien. Zelfs de opkomst van het koor is dramaturgisch slim uitgebuit: de zangers verschijnen in een trage processie, blijven dan stilstaan en laten collectief hun jassen vallen. Aan het slot schiet de Vrede die jassen een voor een af en gooit ze op een grote hoop. Zo ging het en zo gaat het. Zoals Erasmus verwoordde: „Waarom gebruiken de mensen hun verstand meer tot hun verderf dan tot verzekering van hun geluk?”