Reportage

Tarwe of peterselie? Nederlandse akkerbouwers staan sinds oorlog voor dilemma’s

Akkerbouw Nederlandse akkerbouwers moeten zich door de oorlog in Oekraïne aanpassen aan nieuwe tijden. Zo ook Harry Schreuder uit Swifterbant. Is de tarweprijs volgend jaar nog zo hoog?

Boer Harry Schreuder aan het werk op een van zijn akkers in Swifterbant. Daar verbouwt hij peterselie, tarwe, aardappelen, uien, suikerbieten en sojaboontjes.
Boer Harry Schreuder aan het werk op een van zijn akkers in Swifterbant. Daar verbouwt hij peterselie, tarwe, aardappelen, uien, suikerbieten en sojaboontjes. Foto's Olivier Middendorp

Akkerbouwer Harry Schreuder (54) staat voor een dilemma. Zaait hij in oktober – na de komende oogst – een extra perceel tarwe in, in plaats van de peterselie waar hij meestal voor kiest?

De afgelopen maanden, sinds het begin van de oorlog in Oekraïne, zag de ondernemer uit het Flevolandse dorp Swifterbant de prijs van tarwe naar ongekende hoogten stijgen. Voor tarwe zou hij nu zo’n 4.000 euro per hectare kunnen krijgen, zegt hij. Dat is dubbel zoveel als wat dit gewas vorig jaar opleverde. Peterselie brengt ‘maar’ rond de 3.500 euro per hectare op. Daar komt wel bij dat hij, bij de keus voor tarwe, de fabriek moet teleurstellen die normaal gesproken zijn peterselie koopt.

In oktober maakt hij altijd een nieuw plan voor zijn akkers, en dan moet hij die beslissing dus nemen. Hij legt het uit aan de hand van een luchtfoto van zijn vijf percelen, die in de bedrijfskeuken hangt.

Het perceel waar nu peterselie groeit, kan gebruikt worden om tarwe te verbouwen. Hij zou dan op twee van zijn percelen tarwe hebben staan, in plaats van op één perceel. Naast peterselie en tarwe verbouwt Schreuder aardappelen, uien, suikerbieten en sojaboontjes, in totaal 48 hectare – dat zijn rond de 32 voetbalvelden.

Schreuder weet nog niet wat hij gaat doen, maar hij stelt de fabriek die peterselie van hem afneemt liever niet teleur. Het zal wel even onderhandelen worden.

Hoeveel tarwe hij zal inzaaien, is slechts een van de lastige keuzes waar Schreuder voor staat sinds de oorlog in Oekraïne wereldwijde graantekorten heeft veroorzaakt en de energieprijzen nóg verder heeft doen stijgen. Dat maakt opstellen van zaaiplannen anders dan anders: er zijn veel onzekerheden in de markt. Hoe raakt die oorlog de Nederlandse markt? Hoe speel je daar als akkerbouwer op in, en wat houd je er dan aan over?

Lees ook: Lege voedersilo’s en verliezen: wat de stijgende graanprijzen met veehouders doen

Voedselcrisis

Om in perspectief te plaatsen hoe de Russische inval in Oekraïne akkerbouwers in Nederland raakt, moeten we even terug in de tijd. Het is „best wel bijzonder” dat Schreuder nu voor de keuze staat tarwe in plaats van peterselie te verbouwen omdat de prijzen zo dicht bij elkaar in de buurt komen, zeggen Cindy van Rijswick en Sebastiaan Schreijen, voedselmarktanalisten bij de Rabobank. Ooit, in 2008, kwam de tarweprijs tot bijna 300 euro per ton – nog steeds lager dan de huidige 400 euro per ton. Toen was er een wereldwijde voedselcrisis, onder meer veroorzaakt door tegenvallende oogsten en stijgende energieprijzen. Uiteindelijk leidde die crisis tot grootschalige protesten die de opmaat waren naar de Arabische Lente in Noord-Afrika, zegt Schreijen.

Normaal gesproken is het verbouwen van tarwe voor Nederlandse bedrijven „een noodzakelijk kwaad”, vult Van Rijswick aan, omdat het rendement doorgaans lager is dan bijvoorbeeld bij suikerbieten en peterselie. Tarwe is vooral goed voor het opslaan van organische stoffen in de grond, waardoor de bodem herstelt. Zo raakt de bodem niet uitgeput en blijft die goed vruchtbaar.

In Nederland was vorig jaar 119.380 hectare bebouwd met tarwe. Die opbrengst wordt bijna volledig gebruikt als veevoer; het klimaat hier is minder geschikt voor baktarwe, waarvan bijvoorbeeld broden en koekjes worden gemaakt.

Op zijn akkers in Swifterbant verbouwt Harry Schreuder peterselie, tarwe, aardappelen, uien, suikerbieten en sojaboontjes. Foto's Olivier Middendorp

Vaak combineren akkerbouwers, net als Schreuder, verschillende gewassen – granen, aardappelen, groenten – in een rotatiesysteem. Na de oogst wisselen de gewassen: waar eerst aardappels werden verbouwd, komt bijvoorbeeld suikerbiet, en zo verder.

De tarweprijs is nu zo hoog doordat de oorlog leveringen door grootexporteurs Oekraïne en Rusland onzeker heeft gemaakt, zegt Van Rijswick. Ook in die landen is de zaaitijd net achter de rug, maar hoeveel graan bijvoorbeeld is ingezaaid in Oekraïne en hoeveel er na de oogst in augustus het land uit kan, blijft onduidelijk. Zo zijn er regio’s in het land met weinig geweld, waar toch gezaaid en geoogst kan worden. Daar staat tegenover dat de havens onbruikbaar zijn – denk aan het verwoeste Marioepol en beschietingen op Odessa. Een oogst zou per trein het land uit moeten, zegt Schreijen. Maar de infrastructuur is daar onvoldoende op ingericht.

Tarwezaad uitverkocht

Het leek voor Nederlandse akkerbouwbedrijven dus voor de hand te liggen massaal over te stappen op productie van tarwe, om zo te profiteren van de hoge prijzen. Dat gebeurde in zekere mate ook wel: tarwezaad was dit voorjaar in het hele land uitverkocht. Landbouworganisatie LTO schat dat er zo’n 10 procent meer tarwe is gezaaid dan vorig jaar.

Tegelijk is het niet zo dat een akkerbouwer ineens rigoureus van koers kan veranderen. Hij heeft zich vaak in leveringscontracten vastgelegd op bebouwing van zijn areaal met bepaalde gewassen, en wijkt ook niet zomaar van zijn bouwplan af, zegt een woordvoerder van LTO. Een aardappelteler bijvoorbeeld heeft niet zelden al zwaar geïnvesteerd in machines die alleen voor dat gewas gebruikt kunnen worden.

Bovendien is het maar de vraag of de tarweprijs hoog blijft, zegt akkerbouwer Harry Schreuder. „Over tien maanden is de oorlog misschien wel ineens voorbij.”

En wat gaan de prijzen van andere gewassen doen? Bewegen die mee omhoog, omdat tarwe een ‘bodem in de markt legt’, zoals wel wordt gezegd? Daarmee wordt bedoeld dat de prijzen van bijvoorbeeld suikerbiet en aardappel ook omhoog gaan als de prijs van tarwe stijgt. Anders zouden tekorten aan die producten ontstaan, omdat akkerbouwers massaal over zouden stappen op het ‘concurrerende’ gewas. Dat is geen wet van Meden en Perzen, volgens de economen van de Rabobank. „Er is geen correlatie tussen de prijs van tarwe en die van bijvoorbeeld aardappelen of uien”, zegt Cindy van Rijswick.

Voor sommige producten, zoals aardappelen die verwerkt worden tot frites, worden prijzen bovendien veelal vastgelegd in leveringscontracten, zegt ze. Die zijn in december al getekend tegen „veelal te lage” prijzen, omdat men ervan uitging dat de aardappelprijs maar iets mee zou bewegen met de tarweprijs, en met stijgende kosten voor bijvoorbeeld brandstof en kunstmest. De oorlog was nog niet begonnen en vooral energie werd op dat moment duurder. Het was nog onbekend dat een oorlog tot graantekorten en verdere prijsstijgingen zou leiden.

Rijswick: „Het is interessant wat er in december gaat gebeuren, als de contracten aflopen. De afgelopen tijd is de capaciteit van veel aardappelfabrieken uitgebreid, en dat drijft de vraag omhoog. Maar er is ook een tekort aan frituurolie nu, wat de vraag weer kan drukken.”

Lees ook: Oorlog leidt tot explosie van tarweprijs: minder brood op de plank bij miljoenen mensen in de wereld

Lastige keuzes

Het maken van een ‘zaaiplan’ – zoals Schreuder in oktober gaat doen – speelt zich voor akkerbouwers af tegen een achtergrond van stijgende kosten voor energie en kunstmest. De keuzes zijn lastiger geworden, omdat eventuele extra opbrengsten soms noodzakelijk zijn om de oplopende kosten te compenseren.

De productie van kunstmest kost veel energie, en daardoor liggen de kunstmestprijzen nu 3,5 keer zo hoog als afgelopen najaar. „Gelukkig” had Schreuder wel ruim ingekocht vlak voor de oorlog, in februari – genoeg voor tot aan deze zomer, vermoedt hij. De prijs was toen al 2,5 keer zo hoog als afgelopen najaar.

En dan komen boven op die hoge kunstmestprijzen nog eens de gestegen energieprijzen zelf. Dat tikt door in de kosten van ventilatie van opslagruimtes en brandstof voor machines. Ook al zijn die machines vooral van loonwerkers, die berekenen de dieselkosten wel door als Scheurder hen inhuurt.

Uien in een opslagplaats van boer Harry Schreuder. Foto's Olivier Middendorp

Ondanks alle kostenstijgingen en onzekerheden denkt Schreuder wel dat hij dit jaar winst zal maken. Hij pakt zijn leesbril om de facturen te bekijken. Hij was rond de 15.000 euro kwijt aan kunstmest, exclusief btw. Gewasbescherming kost meestal ook rond de 25.000 euro per jaar, afhankelijk van of je veel last hebt van schimmels. Daar moet je dan nog energiekosten, huur van percelen, loonwerkers en zijn eigen salaris bij optellen – personeel heeft hij niet. Dan de opbrengsten: Schreuder verwacht zo’n 250.000 euro omzet, als de prijzen tenminste op hetzelfde niveau blijven als nu. En waar dat toe leidt? „Ik hoop dat ik rond de 50.000 euro winst maak dit jaar. Sommige jaren is dat 70.000, andere jaren 0, of draai ik verlies.”

Volgens Van Rijswick lijken de Nederlandse akkerbouwers er – alles bij elkaar genomen – voorlopig vrij goed voor te staan. „Zolang de productprijzen voor tarwe en andere gewassen hoog blijven, is er niet zo’n probleem. Maar misschien wordt in Amerika en Frankrijk komende zomer wel genoeg graan geoogst, waardoor alle prijzen weer iets inzakken.”