De Amerikaanse durfinvesteerder van Chelsea wil meer zijn dan een suikeroom

Overname Chelsea Opnieuw komt een Europese topclub in Amerikaanse handen. Waarom is voetbal zo in trek bij durfinvesteerders uit de VS?

De nieuwe eigenaar Todd Boehly op de tribune bij Chelsea, dat dankzij Roman Abramovitsj een Europese topclub werd.
De nieuwe eigenaar Todd Boehly op de tribune bij Chelsea, dat dankzij Roman Abramovitsj een Europese topclub werd. Foto’s Tony Obrien/Reuters, Justin Tallis/AFP

Bijzondere namen trokken de aandacht als potentiële nieuwe eigenaren van Chelsea FC. Formule 1-coureur Lewis Hamilton had zich aan een bod verbonden, evenals tennisster Serena Williams. En dan was er Jim Ratcliffe, de flamboyante Britse chemiemiljardair die onder meer wielerploeg Ineos en voetbalclub OGC Nice bezit. Maar tegen de dollars van Todd Boehly, een Amerikaanse durfinvesteerder en mede-eigenaar van onder meer honkbalclub Los Angeles Dodgers, konden zij niet op.

Vorige week maakte Chelsea bekend dat een consortium geleid door Boehly, is gekozen om de club over te nemen van Roman Abramovitsj, de Russische oligarch tegen wie sancties zijn ingesteld vanwege zijn banden met president Vladimir Poetin. Boehly en zijn partners betalen een kleine drie miljard euro voor de Chelsea-aandelen. Daarnaast hebben ze toegezegd ruim twee miljard euro te investeren, geld dat onder meer besteed zal worden aan het stadion, de jeugdopleiding en het vrouwenelftal. De verwachting is dat de Britse regering en Engelse voetbalbond de deal een dezer dagen zullen goedkeuren.

Lees ook: een profiel van Roman Abramovitsj, die Chelsea verkocht

Dat Boehly (46), die jarenlang als zakenbankier werkte voordat hij in 2015 zijn eigen investeringsmaatschappij begon, de strijd om Chelsea zou winnen, was geen uitgemaakte zaak. De belangstelling voor de Londense club, houder van de Champions League en wereldbeker, was groot. Maar het is géén verrassing dat het een Amerikaanse durfinvesteerder is die The Blues overneemt. Terwijl Russische oligarchen in hoog tempo uit de gratie raken als clubeigenaren, worden de Amerikaanse belangen in het Europese voetbal snel groter.

Drie van de zes Engelse topclubs (Manchester United, Arsenal, Liverpool) zijn al in Amerikaanse handen, terwijl het Californische private-equitybedrijf Silver Lake Capital een belang van tien procent houdt in Manchester City. Na de verkoop van Chelsea aan Boehly heeft van de traditionele top-6 alleen Tottenham Hotspur nog een Britse eigenaar. Ook buiten de Premier League worden investeerders uit de Verenigde Staten steeds dominanter. Zo zijn zeven van de twintig clubs in de Serie-A in de voorbije jaren gekocht door Noord-Amerikaanse zakenlieden of investeringsmaatschappijen. Evenals ADO Den Haag, de nummer vier van de Eerste Divisie.

De opmars van Amerikaanse investeerders is opmerkelijk in een industrie waarin financieel gewin traditioneel ondergeschikt was aan sportief succes. Uitgaven aan spelers nemen almaar toe, zowel in de vorm van salarissen als transferbedragen, met regelmatig miljoenenverliezen als gevolg. Toch is de tijd voorbij dat voetbalclubs vooral in trek waren als trophy assets – speeltjes voor steenrijke zakenlieden en potentaten. Snel groeiende omzetten uit vooral tv-rechten hebben de aandacht getrokken van investeringsmaatschappijen.

Sommige steken geld in competities. Zoals private-equitymaatschappij CVC, dat eind vorig jaar voor 2 miljard euro een belang nam in de Spaanse La Liga en in gesprek is over een vergelijkbare deal met de Ligue 1, de hoogste Franse competitie. Andere zien clubs als interessante belegging, waar met gerichte investeringen in stadions, spelers, merchandise en jeugdopleiding nog veel meer uit te halen valt. Door de pandemie zijn veel clubs bovendien financieel kwetsbaar en dus voor relatief weinig geld over te nemen.

Grote vraag is wat de komst van de Amerikanen betekent voor de sport. Media- en sportmarketingdeskundige Marcel Blijlevens ziet vooral positieve gevolgen. „Voor sjeiks en oligarchen is een voetbalclub een hobby, professionele investeerders gaan voor rendement. Dat vergroot de kans op verstandig management”, zegt hij. Maar wat verstandig beleid is voor een investeringsmaatschappij, kan botsen met de belangen van de fans. Denk aan verhoging van de ticketprijzen om inkomsten te vergroten. Wedstrijden spelen in verre oorden – de VS of het Midden-Oosten bijvoorbeeld – omdat er grof geld voor wordt betaald. Of de vorming van een Super League, het plan van twaalf Europese topclubs, waaronder zes uit Engeland, om een gesloten elitecompetitie te beginnen.

Geen korting

Dat plan implodeerde kort na de aankondiging in april vorig jaar onder grote druk van politici en supporters. Maar dat wil niet zeggen dat het definitief van tafel is. De commerciële logica voor de deelnemers is onbetwist: veel wedstrijden tussen de grootste clubs en geen risico meer op degradatie. Precies zoals Amerikaanse sportcompetities als de NBA (basketbal) en MLB (honkbal) zijn opgezet. En precies wat traditionele voetbalsupporters zo afschrikt. Onder meer die van Chelsea, die massaal de straat op gingen om tegen de Super League te protesteren.

Zij krijgen nu te maken met eigenaren die rendement willen maken op hun investering. En anders dan andere Europese clubs is Chelsea niet tegen een korting verkocht. Sterker, de 5 miljard euro die gemoeid is met de deal, is met afstand het hoogste bedrag dat ooit is betaald voor een voetbalclub. De kans dat Boehly het suikeroombeleid van zijn voorganger Abramovitsj zal voortzetten is dan ook klein. De Rus maakte van Chelsea sinds zijn entree in 2003 een Europese topclub en haalde grote sterren naar Stamford Bridge. Maar ondanks beloftes van het tegendeel, slaagde Abramovitsj er niet in de financiën sluitend te krijgen en zadelde hij de club op met een miljardenschuld.

Wordt een Super League daarmee toch weer aantrekkelijk voor Chelsea? Tegenover Britse media zei Boehly onlangs dat supporters zich geen zorgen hoeven maken. „De fans vormen het middelpunt van onze verdienmodellen en als we dat vergeten, zijn we echt vergeten waarom we er überhaupt aan begonnen zijn.”