Koffie bij Liane den Haan, broodjes bij de PvdA en GroenLinks. Rutte en Kaag zoeken steun bij de oppositie

Voorjaarsnota Premier Rutte en minister Kaag (Financiën) zochten deze week steun voor begrotingsplannen van het kabinet. Hoeveel echte invloed ze de oppositie gunnen, wilden ze nog niet zeggen.

Rutte en Kaag op weg naar een gesprek over de Voorjaarsnota
Rutte en Kaag op weg naar een gesprek over de Voorjaarsnota Foto ANP Bart Maat

Kamerlid Liane den Haan had taartjes bij de koffie en rooibosthee. Bij de PvdA en GroenLinks stonden broodjes en melk klaar voor premier Mark Rutte (VVD) en minister van Financiën Sigrid Kaag (D66).

Samen liepen Rutte en Kaag deze week oppositiefracties af, op zoek naar steun voor de zogenoemde Voorjaarsnota in juni en de nieuwe begroting later dit jaar. Maar of ze méér hebben opgehaald dan alleen calorieën?

Rutte zei op vrijdagmiddag in zijn wekelijkse persconferentie dat hij „heel veel” had gehoord. „En de sfeer was plezierig.” Er was verder nog niets afgesproken, nee. „Maar het doel was niet om deals te sluiten in achterkamers.”

Het zal zo goed als zeker niet makkelijk worden om in de Eerste Kamer, waar het kabinet-Rutte IV geen meerderheid heeft, genoeg steun te krijgen voor de begroting. De oppositie bestaat uit véél partijen, bij wie het kabinet een flinke profileringsdrang ziet. Een paar van die partijen zover krijgen dat ze het kabinet voor langere tijd steunen, zoals eerder weleens lukte, is onwaarschijnlijk.

En er zijn grote financiële gaten, door grote uitgaven. Onder druk van de Eerste Kamer moet meer geld naar de jeugdzorg en zal de aow toch meestijgen met de geplande verhoging van het minimumloon. Er gaat extra geld naar defensie. En het kabinet moet spaarders vergoeden die onterecht te veel vermogensbelasting hebben betaald in box 3. Al met al zou het gaan om een tekort van tussen de 10 en 15 miljard euro.

Haast is er niet, zei Rutte op zijn rondgang langs de oppositie. Het kabinet moet de Voorjaarsnota voor 1 juni naar de Tweede Kamer sturen, maar het geld voor alle uitgaven hoeft pas geregeld te zijn in september, met Prinsjesdag. En over tweederde van de financiële oplossing zou al onderling overeenstemming zijn tussen de regeringspartijen VVD, D66, CDA en ChristenUnie.

Tactiek

Tot irritatie van vooral PvdA en GroenLinks wilden Rutte en Kaag binnenskamers nog niets zeggen over die coalitie-afspraken. Dat is tactiek: de regeringspartijen weten dat de oppositie altijd méér zal eisen dan ze met zijn vieren al hebben bedacht. Rutte en Kaag wilden eerst horen wat de wensen van de oppositie zijn – dat past, vinden ze zelf, bij een ‘nieuwe politieke cultuur’ waarin de coalitie niet alles bedisselt.

In de Eerste Kamer zou Rutte IV (met maar 32 zetels) steun kunnen vinden bij PvdA en GroenLinks (samen 14 zetels). Of bij JA21 (7 zetels), mogelijk aangevuld met de steun van SGP (2).

Lees ook: Het kabinet zoekt de achterkamertjes op

JA21 zet hoog in, ook dat is tactiek. De partij wil meer koopkracht voor middengroepen, iedereen in box 3 compenseren, meer geld voor kernenergie en een strenger asielbeleid. Dat laatste ligt moeilijk ligt bij de coalitiepartijen D66 en ChristenUnie en is onwaarschijnlijk nu aanmeldcentrum Ter Apel overstroomt.

PvdA en GroenLinks willen in ruil voor hun steun niet een béétje van dit of een béétje van dat maar een linkse ommezwaai, die Nederland minder ongelijk moet maken. Denk aan: meer vermogensbelasting, hoger minimumloon, betaalbare energieprijzen voor lage inkomens.

Maar tot onderhandelingen kwam het helemaal nog niet bij de broodjes. Rutte en Kaag bleven terughoudend, Jesse Klaver en Attje Kuiken somden een paar bekende punten op uit hun verkiezingsprogramma’s, veel verder ging het niet.

Openbaar vertoon

Zo leek de rondgang langs de oppositie vooral een openbaar vertoon van ‘luisteren’. Voor sommige partijleiders was het de eerste keer dat ze Kaag ontmoeten – die liep woensdag de fractiekamer van BBB straal voorbij en was al bijna bij het CDA toen Rutte haar terugriep: „Híer moeten we zijn Sigrid. Hi Caroline!”

Op vrijdag zei Rutte dat de gesprekken niet alleen goed waren voor de plannen: „De onderlinge relaties zijn ook verdiept.”

De grote vraag is wel: hoe dicht het kabinet de grote gaten? Rutte noemde zelf al eens hogere belastingen voor bedrijven en vermogenden om zo de koopkracht van mensen met weinig geld te verbeteren. Op tafel liggen ook de 35 miljard euro voor de energietransitie en de 25 miljard voor de stikstofcrisis. Als die twee fondsen, met geleend geld, kleiner worden gemaakt zou dat niet direct geld opleveren, maar wel eenmalig ruimte geven in de begroting.

Rutte en Kaag hebben de voorstellen van de oppositie op een rijtje. Het kabinet kan nu gaan afspreken welke plannen, bijvoorbeeld in de vorm van moties van de oppositie, in de Tweede Kamer gesteund kunnen worden. En dan misschien niet door álle coalitiepartijen, maar door een paar, wat dan ook weer zou passen bij de nieuwe ‘cultuur’ waarin regeringspartijen elkaar minder strak zouden vasthouden.

In de coalitie kunnen ze zich nauwelijks voorstellen dat de oppositie tegen plannen stemt die in elk geval deels aan hun wensen tegemoet komen, waardoor mogelijk de héle begroting onderuit wordt gehaald.

Komende week zal de oppositie, net als afgelopen week, een Kamerdebat aanvragen over de rondgang van Rutte en Kaag. Ze zullen er zo goed als zeker een groot punt van maken als de vier coalitiepartijen dit opnieuw tegenhouden. Bij VVD, D66, CDA, ChristenUnie vinden ze net als Rutte: er is nog tijd genoeg.