Opinie

Opschorten Brexit-protocol is geen oplossing

Noord-Ierland

Commentaar

In Noord-Ierland vindt een opmerkelijke machtsverschuiving plaats. En dat is niet de verschuiving die de meeste aandacht krijgt en onmiddellijk voor gekrakeel zorgt. Sinn Féin, de partij die één Ierland nastreeft, is inderdaad voor het eerst sinds in 1998 de grootste partij en mag de premier leveren. De Democratic Unionist Party, die wil dat Noord-Ierland binnen het Verenigd Koninkrijk blijft, werd tweede en levert de vicepremier. Het Goede Vrijdagakkoord, dat een einde maakte aan decennia van oorlog tussen nationalisten en unionisten, legde vast dat de ene kant niet zonder de andere mag regeren.

Begrijpelijkerwijs viert Sinn Féin de overwinning: unionisten hebben het sinds de oprichting van Noord-Ierland in 1921 altijd voor het zeggen gehad. Maar de partij doet er goed aan zich te realiseren dat haar winst vooral komt doordat de verschillende unionistische partijen onderling verdeeld zijn. Het zeteltal van Sinn Féin groeide niet, het stemaantal slechts met 1 procent.

De DUP zet de hakken in het zand, al is er onder het Goede Vrijdagakkoord geen machtsverschil tussen de premier en de plaatsvervangend premier. Ze weigert ministers voor te dragen totdat de Britse regering in Londen het protocol met de Europese Unie openbreekt dat sinds Brexit de handelsstromen naar Noord-Ierland regelt.

De gebruikelijke zijnstoestand van Noord-Ierland, die er een is van politieke verlamming en tribalisme, zal daardoor de komende maanden het land stilleggen.

Terwijl de uitslag van de verkiezingen iets ánders laat zien. Juist dat de oude machtsblokken van protestanten versus katholieken, unionisten versus nationalisten, langzaam verdwijnen. De liberale middenpartij Alliance won zeventien zetels en is nu de derde partij van Noord-Ierland. Haar gestage opmars is bij elke verkiezing zichtbaar, of het nu op lokaal, regionaal, landelijk of Europees niveau is.

Lees ook: Noord-Ieren bewegen weg van traditionele tweedeling

Alliance wil een einde aan het systeem waarin partijen – en dus hun kiezers – verplicht zijn zich te classificeren als unionistisch, nationalistisch of ‘anders’. Ze wil gemengd onderwijs, zodat kinderen van katholieke en protestante huizen samen komen.

Politieke keuze in Noord-Ierland was lang gebaseerd op de plek waar je geboren was en het geloof van je ouders. De tienjaarlijkse volkstelling, die volgende week uitkomt, zal opnieuw laten zien dat een groeiende groep zich Iers noch Brits voelt, katholiek noch protestant. De post-Goede Vrijdag-generatie, voor wie werk, een huis en een goede gezondheid belangrijker zijn dan landsgrenzen.

Daarom is het kwalijk dat Boris Johnson en zijn minister van Buitenlandse Zaken Liz Truss zich in hun wens voor een harde Brexit louter laten leiden door de DUP. Al sinds het sluiten van het Brexit-akkoord in 2019 ligt de Europese buitengrens in de zee tussen Noord-Ierland en Groot-Brittannië, met bijbehorende controles op producten. Tot woede van de unionisten die immers bij Groot-Brittannië willen horen en nu een grens zien tussen hen en de Britten. Handel tussen de twee delen van Ierland is juist makkelijk geworden, Noord-Ierland bleef in de Europese interne markt.

Misschien is dit handelsprotocol niet perfect, en kan er door onderhandelen aan worden gesleuteld. Daarbij zal de EU moeten blijven vasthouden aan de eigen principes. Maar Truss wil het protocol nu eenzijdig opschorten, net als de rol van het Europees Hof van Justitie bij geschillen. Zo wordt aan het fundament van het Brexit-akkoord getornd. Aan een internationaal akkoord, dat met veel pijn en moeite werd gesloten. Dat is voor niemand een oplossing.