Opinie

Nieuwe uitbreidingen wil haast niemand, maar er schuift zeker iets in de EU

In Europa

In het boek Wie anders sind die Deutschen schreef de Frans-Duitse schrijver en politicoloog Alfred Grosser dat Joseph Stalin een grote Europese prijs had moeten krijgen, vanwege zijn verdiensten voor de Europese eenwording. Als West-Europeanen en Amerikanen niet zo bang waren geweest voor het communistische totalitarisme, „zou er nooit een [Europese] gemeenschap zijn geweest”.

Vladimir Poetin heeft nu een soortgelijke functie. Opnieuw zoeken landen dekking onder het Europese dak. Nieuwe landen kloppen bij de Europese Unie aan op de vlucht voor Poetins terreur. Zoals altijd zit de EU ermee omhoog: iedereen begrijpt waarom het gebeurt, maar nieuwe uitbreidingen wil haast niemand. Velen vrezen corruptie, rechtsstatelijk gesol en vastlopende besluitvorming in Brussel. In weerwil van het sprookje dat ‘Brussel’ de lidstaten besluiten door de strot duwt, zijn het de lidstaten zelf die de meeste Europese beslissingen nemen. Iedereen doet zijn zegje, vaak hebben landen een veto. Deze compromismachine op gang houden met 27 is al lastig. Hoe moet dat straks met de westelijke Balkan erbij, en Oekraïne, Georgië of Moldavië?

Vroeger riepen de Fransen op zulke momenten altijd: hoho, vóór we verder uitbreiden, moeten we de Unie eerst hervormen om het bestuurbaar te houden. Oftewel, de besluitvorming stroomlijnen en Europa simpeler, duidelijker en democratischer maken. Nog altijd wil Parijs eerst ‘verdiepen’, dan uitbreiden. Omdat er altijd landen zijn die niet willen verdiepen (lees: ‘verder integreren’), suggereert Parijs sinds midden jaren negentig vaak om dan maar in verschillende snelheden te gaan werken: een kopgroep die sneller en meer integreert, eromheen meerdere schillen met landen die minder samendoen en langzamer gaan. In de buitenste schil zitten landen die alleen de interne markt willen. Daarbuiten kun je zelfs aan een extra schil denken voor landen die géén EU-lid zijn maar er nauw mee samenwerken.

De politieke wil voor grote hervormingen ontbreekt. Toch verandert Europa, ook zonder masterplan. Altijd. Stap voor stap

De voorstellen die president Macron maandag in Straatsburg deed, passen in deze traditie. Hij pleitte voor hervormingen (geen veto’s meer; meer burgerdemocratie) en een ‘confederatie’ met niet-EU-landen. Zo’n confederatie is vaker bepleit – door president Mitterrand, door de Duitse minister Schäuble, laatst nog door de Italiaanse oud-premier Letta. Officieel kwam er weinig van terecht, omdat veel landen geen meerdere snelheden willen. Duitsland wil altijd iedereen onder één dak houden. Landen zonder euro of Schengen willen niet gedegradeerd worden tot tweederangs lidstaten. En kleine landen mét euro en Schengen denken dat grote landen in het kopgroepje te dominant worden.

Over grote, interne hervormingen moeten lidstaten unaniem beslissen. Maar de politieke wil daartoe ontbreekt. Daarom moddert de EU bij elke uitbreiding, bij elke crisis door. Wat uitbreiden hier, een beetje hervormen daar. Ook zijn er allerlei Europese terreinen waarop sommigen afhaken, zoals de euro of Europese defensie-initiatieven. De ironie wil dus dat het Europa van meerdere snelheden in de praktijk allang bestaat. Het is een allegaartje. Het is niet ‘Brussel’ dat het zo complex, ontransparant en dus ondemocratisch maakt. Het zijn de lidstaten, die naar Brussel komen met hun nationale belang voor ogen en niet het Europese belang.

Toch verandert Europa, ook zonder masterplan. Altijd. Stap voor stap. Nu pas zie je hoe het liberale, open project afgelopen jaren is veranderd in wat historicus Kiran Klaus Patel een „Sicherungsproject” noemt, een Unie die beschermt – met dichte grenzen, defensieprojecten, met een soort protectionisme zelfs. Nog een verandering die eraan komt: Europese burgerraden. Lidstaten moesten weinig hebben van de Burgerconferentie voor de Toekomst van Europa, die vorig jaar begon. Ze wilden geen pottenkijkers. Maar het experiment liep goed. De burgervoorstellen zitten vol elan. Lidstaten willen misschien niet alles uitvoeren, maar er schuift zeker iets.

En zo, zegt Patel, „blijkt de EU steeds weer flexibel genoeg om bepaalde dingen te veranderen, en toch dezelfde unie te blijven”. Ook met dank, ditmaal, aan een zekere heer Poetin.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.