Opinie

Missen

Marcel van Roosmalen

De vriendin vertrok met haar vier beste vriendinnen voor een paar dagen naar Valencia, de sinaasappelstad. Ik was meer dan voldoende geprept om de uitdaging aan te kunnen. Ze werd vier uur voor vertrek al op Schiphol verwacht, de groep waar ze tijdelijk onderdeel van is speelt graag op zeker. Ik vond dat, deels uit eigen belang, schandalig en belachelijk.

Het afscheid was emotioneel. Lucie van Roosmalen (6) en Leah van Roosmalen (5) klampten zich aan hun moeder vast voordat ik ze naar school bracht. Frida van Roosmalen (0) gaf geen krimp.

Voor ze haar koffertje ging pakken, bespraken we uitgebreid de do’s en don’ts, die ik na zes jaar vaderschap uiteraard al kende. Alles moest zo gezond mogelijk, graag vroeg naar bed, alles meteen opruimen. Servies en pannen graag eerst zelf afwassen voor ze in de afwasmachine worden gezet en absoluut geen was draaien.

Toen ze vertrokken was, stuurde ik voor de lol een tweetje de wereld in met de vraag hoe laat ik de kinderen van school moest halen. Het was een grapje, ik weet inmiddels echt wel dat de school om 15.30 uitgaat. Ik heb daar tientallen keren gestaan, tussen al die anderen met inwisselbare levens.

We leven helaas in een tijdperk dat in het openbaar humor bedrijven over taakverdeling tussen mannen en vrouwen niet meer wordt gepikt, de vriendin belde vanaf Schiphol – ze hadden inmiddels en groupe al twee caffè lattes op, de stemming was nog steeds uitgelaten – of ik wilde stoppen met ‘humor’ want ze bleef maar berichten krijgen van vooral vrouwen die haar wilden redden.

Nu ze me toch sprak… Wat ging ik eigenlijk koken? „Pannekoeken”, zei ik naar waarheid. Vond ze een slecht idee. „Wat wil je dat ik kook?”, vroeg ik strategisch. „Lekkere groentjes”, ze bedoelde niet per se groenten die ik lekker vind.

Ongevraagd vulde ze het verder in: „sperzieboontjes, misschien met wat rijst.”

„Meiden”, riep ik naar de twee oudste dochters die direct uit school languit voor de televisie waren gaan liggen, iets wat ze normaal nooit doen, „we eten toch geen pannekoeken, maar sperzieboontjes.”

Lucie van Roosmalen, ze had zich half ontkleed en mascara rondom haar ogen en op haar wangen gesmeerd kwam schreeuwend op me af.

„Wie heb je in godsnaam aan de telefoon?”

„Je moeder”, zei ik.

Meteen ontzag.

Leah van Roosmalen trok mijn iPhone weg en fleemde dat ze haar moeder miste. Ze zei ook dat het nog steeds geen troep was en keek me daarbij doordringend aan, we wisten alle twee dat ik haar iets verschuldigd was.

Het telefoongesprek werd naar tevredenheid afgerond. Ik stelde me voor dat ze nu terug naar haar vriendinnengroep liep – die ook allemaal uit verveling naar huis hadden gebeld, want wie gaat er nu vier uur voor vertrek al naar Schiphol? – met het verwarrende idee in haar hoofd dat ik de zaak onder controle had.

Ze ging ons enorm missen.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.